Stadslandschappen, Stadscultuur & Strategie in beweging
Het denken in woonmilieus geeft de mogelijkheid om het wonen, de totale woningmarkt, kwalitatief aan te sturen. Het vergemakkelijkt een brede strategie voor een gebied en alle doelgroepen. Standaardrijtjes werken niet in het bepalen van woonmilieus, zij doen geen recht aan de bestaande situatie.
Onze ervaring leert dat er op veel plekken sprake is van zeer specifieke woonmilieus die niet zijn terug te vinden in standaardrijtjes zoals het rijtje van vijf in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, maar ook andere rijtjes (zie box). Zo stuitten we in Alkmaar op het woonmilieu ‘Dorp in de stad’ en in Parkstad Limburg op ‘mijnkoloniën’. Het uitgangspunt van Stipo is dan ook: Wat als we nu eens niet uitgaan van een vooraf opgesteld standaardrijtje, maar van de situatie zelf?
In de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening (download PDF) werkt VROM met vijf verschillende woonmilieus, namelijk: centrum-stedelijk, buiten-centrum, groen-stedelijk, centrum-dorps en landelijk wonen.
Het OTB in Delft in opdracht van het VROM vergelijkend onderzoek gedaan naar verschillende typologieën van woonmilieus. Het doel van dit onderzoek was te komen tot een woonmilieu-indeling die aansluit bij de woonbeleving van de bewoners, die bruikbaar is bij het ontwikkelen van beleid en die op basis van beschikbare data voor heel Nederland in kaart kan worden gebracht. De aanpak van Stipo en de praktijkervaringen die zijn opgedaan in Alkmaar en Parkstad komen hierin ook aan de orde.

Het onderzoek is hier te downloaden (bron: ministerie VROM).
Mensen bepalen de gebiedsindeling
Tegenwoordig kiest de woonconsument uit een steeds groter gebied en de concurrentie tussen steden en dorpen neemt hierdoor toe. Het is dan de kunst zich ten opzichte van elkaar te onderscheiden, onder meer met woonmilieus. Hiermee bedoelen we niet puur en alleen het woningaanbod, maar ook de voorzieningen en de sociale structuur van plekken. Dit onderscheiden moet primair vanuit identiteit en beleving gebeuren. Een belangrijk concept in dit proces, waar Stipo zich ook mee bezig houdt, is leefstijlen.
Welke identiteit?
De stadslandschappen
Bij Stipo beginnen we vaak met grip krijgen op de ruimtelijke structuur: de stadslandschappen. Dit zijn de verschillende sferen die zijn te herkennen. Net als in het landelijke gebied kent een bebouwde omgeving uiteenlopende landschappen met eigen karakteristieken. Er is bijvoorbeeld een groot verschil tussen de belevingssfeer op de Rotterdamse Kop van Zuid, met al zijn nieuw- en hoogbouw, en het groene, open Kralingen. Deze stadslandschappen trekken ook elk hun eigen woonpubliek.
Identiteitsdragers
Binnen die standlandschappen zijn specifieke identiteitsdragers aan te wijzen, dit kunnen gebouwen zijn, maar bijvoorbeeld ook water- en groenstructuren. Met stadslandschappen als concept is het mogelijk de ruimtelijke identiteit van gebieden te benoemen en ontleden. Doel hiervan is bepaald niet om alles bij het oude te laten, maar om bepaalde karakteristieken als uitgangspunt te nemen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en het toevoegen van nieuwe identiteiten.
Schema van de Stipo aanpak voor woonmilieus vanuit de stadslandschappenbenadering. Klik op schema voor grotere versie.
Creatieve aanpak
Bij het onderscheiden van verschillende stadslandschappen gaat Stipo uit van een creatieve aanpak die de beleving van een gebied centraal stelt. Alhoewel beleving per definitie subjectief is, is het mogelijk intersubjectiviteit te verkrijgen door meerdere opvattingen over hetzelfde gebied naast elkaar te zetten. Kennis over de verschillende belevingen wordt verkregen bij verschillende sectoren van betrokken instituties, bij inwonersorganisaties en bij andere partners in het veld.
In de praktijk blijkt deze benadering tot enthousiasme en een positieve betrokkenheid bij het totstandkomen van het woonbeleid blijkt te leiden.Het onderscheiden van verschillende stadslandschappen noemen we ook wel de ‘foto’ van de bestaande woonmilieus en vormt stap 1 van 3 in onze aanpak. Onderdeel van deze eerste stap is ook het identificeren van problemen en kansen per woonmilieu.
Zo is het!
Het grootste voordeel van deze benadering is dat de feitelijke belevingssituatie het uitgangspunt vormt. Dit betekent ook dat buurt- of wijkindelingen losgelaten worden. Immers, er kunnen meerdere stadslandschappen voorkomen in dezelfde buurt.
Zo ontstaat er een overzicht van waar zich door de stad heen dezelfde typen landschappen bevinden, wat het leggen van relaties russen wat er voor die specifieke gebieden nodig is aan ontwikkelingsstrategieën vergemakkelijkt. Het uitgaan van stadslandschappen geeft meer grip op de woonmilieus in de bestaande stad, precies daar waar de grootste toekomstige opgave ligt.
Overkoepelende visie
Voordat nadere keuzes en sturing per woonmilieu uitgewerkt kunnen worden, is een overkoepelende visie op de stad als geheel nodig, een visie op de gewenste stadscultuur en op het gewenste toekomstige profiel van de stad. Dit is de tweede stap van de Stipo-aanpak. De hoofdvraag hier is: ‘Welk type stad willen wij worden?’
In de visie wordt de relatie gelegd van het wonen met ruimtelijke, sociale, culturele en economische doelstellingen. Er worden streefbeelden bepaald die richting geven aan het toekomstige handelen.Verschillende aspecten komen hierbij om de hoek kijken: de bevolkingsontwikkeling is er daar een van. Een vergrijzende stad bijvoorbeeld, vraagt om het ontwikkelen van verschillende woonmilieus voor ouderen en het in acht nemen van het vraagstuk van wonen, welzijn en zorg. In de gemeente Binnenmaas is Stipo samen met (zorg)instellingen, de woningcorporatie en inwoners momenteel bezig met een project wat hierop betrekking heeft.
Confrontatie en sturing
Nu wordt duidelijk waarop de gemeente moet sturen en komen we toe aan de derde stap: de woonwensen van groepen die het bestuur meer aan de stad wil binden in combinatie met de overkoepelende visie op de stad bieden de kans het gebied als geheel te overzien en de woonmilieus te benoemen die bij uitstek kansen bieden om beleid voor te ontwikkelen.
Hieruit komt een mix van fysieke en sociale, ingrijpende en fijnmazige maatregelen en prioriteiten per gebied uit voort. Op grond hiervan zijn concrete afspraken uit te werken met partners in de regio, woningcorporaties, zorgaanbieders en ontwikkelaars. Op deze manier zijn projecten geen losse incidenten, maar onderdeel van een verbindende strategie.
Steden / dorpen
Waar in dorpen de visie er vaak meer op gericht is de mensen een leven lang in hun ‘eigen dorp’ te kunnen bedienen, is het in steden mogelijk om hier meer te spelen en in te zetten op bepaalde doelgroepen. Voor dorpen is het de kunst om tot een overkoepelende visie te komen die rekening houdt met alle wensen en belangen van haar (toekomstige) inwoners, zowel doelgroepen als leefstijlen.
Als onderdeel van een regio is het uiteraard wel mogelijk voor een dorp zich te specialiseren in een bepaald leefmilieu. Het is de kunst om hier rekening te houden met zowel de jongeren, de starters en de toekomst van het dorp, als de vergrijzende bevolking die een beroep doet op hun afgestemde hoogwaardige voorzieningen.
Meer weten
Contactpersoon: Kees Jansen
Klik hier om Kees een mail te sturen
Of klik hier voor de contactgegevens van Stipo
Meer lezen
- Lekker thuis in Parkstad Limburg -- regionale woonmilieuvisie en aanpak (PDF)
- Lekker thuis in Parkstad Limburg -- voorkant en kaarten (PDF)
- Kaderplan Ontwikkeling Bestaande Stad Almere (PDF)
- Nota Wonen 2002-2006 Alkmaar (PDF)
- Artikel Stipo over woonmilieus in Tijdschrift voor de Volkshuisvesting (PDF)
Downloads:
- Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening
- Lekker thuis in Parkstad Limburg -- regionale woonmilieuvisie en aanpak
- Lekker thuis in Parkstad Limburg -- voorkant en kaarten
- Kaderplan Ontwikkeling Bestaande Stad Almere
- Nota Wonen 2002-2006 Alkmaar
- Artikel Stipo over woonmilieus in Tijdschrift voor de Volkshuisvesting
