Bewegen in de stad: van aha-erlebenis tot het aanmaken van nieuwe hersencellen
Een vriendin van me woont aan één van de grachten in de Amsterdamse binnenstad. Ze vertelde me onlangs dat ze, na zes jaar wachten, eindelijk een parkeervergunning had gekregen. Ze kon haar auto nu dus voor haar deur parkeren. De parkeervergunning kwam helaas niet met een vaste parkeerplek. Net als veel van haar buurtbewoners rijdt zij 's avonds dus ook talloze rondjes door de buurt om een parkeerplek te vinden. Het illustreert dat veel Nederlandse binnensteden dichtslibben. Met name de binnenstedelijke wijken van veel steden.
Steeds meer mensen in de stad bezitten en gebruiken een auto. Met parkeerproblemen en stadsfiles tot gevolg. Je kent ze waarschijnlijk wel, de ellenlange rij met auto's voor het stoplicht. Veel Nederlandse steden zijn daarom ook op de autogebruiker ingericht. Dit leidde soms tot het aanleggen van brede autowegen midden in de stad. Met als gevolg dat er minder plaats en aandacht overbleef voor andere weg- en stadsgebruikers, zoals fietsers en voetgangers.

Inmiddels hecht de overheid steeds grotere waarde aan duurzaamheid. Dit betekent onder andere dat auto's grotendeels uit de stad moeten verdwijnen. Minder autogebruik draagt immers bij tot een duurzamere stad. Gepaard hiermee gaat de behoefte van de overheid aan groene buurten en op straat spelende kinderen. Maar met name wenst de overheid dat mensen weer meer gaan bewegen.
De volksgezondheid staat altijd al hoog op de agenda de overheid. Nu de gevaren en problemen van overgewicht steeds zichtbaarder worden, geeft de overheid hier nog meer voorrang aan. Het zet de deur open om na te denken over manieren waarop overgewicht bestreden en de gezondheid gestimuleerd kan worden. Met de psychologie als achtergrond zoek ik in dit artikel naar de relatie tussen de inrichting van de openbare ruimte en beweging van mensen in de stad.
Beweging en openbare ruimte
De inrichting van de openbare ruimte is van invloed op de lichamelijke beweging van mensen (Soderstrom, 2008). Zo maken mensen in wijken met bijvoorbeeld veel groen en ruimte vaker gebruik van de auto dan mensen in meer stedelijk ingericht wijken. Juist in buurten met een hogere bebouwingsdichtheid waar de voorzieningen op loopafstand liggen zullen mensen eerder lopend of fietsend naar de winkel gaan (Hertog, Bronkhorst, Moerman & van Wilgenburg, 2006).
Kijken we verder naar de relatie tussen openbare ruimte en beweging dan zien we dat wetenschappers en beleidsmakers met regelmaat een verband leggen met overgewicht. Mensen die meer bewegen zullen immers minder snel overgewicht hebben. Dit maakt hen gezondere mensen.
Wanneer mensen bewegen gebeurt er echter meer. Niet alleen profiteert de mens lichamelijk, maar vooral ook mentaal. Eén van de eerste interventies bij mensen die last hebben van depressie is hen te motiveren tot beweging. Beweging heeft namelijk invloed op de werking van de hersenen. Niet voor niets zijn gezonde mensen opgewekter, vriendelijker en kunnen beter tegen stress.

Geestelijke gezondheid nastreven door de inrichting van de openbare ruimte vraagt om meer dan een brede stoep, voorzieningen op loopafstand en een park om de hoek. Het vraagt om een uitdagende inrichting van de openbare ruimte. Het vraagt om een ander perspectief op de relatie tussen beweging en gezondheid. In dit artikel zoek ik daarom naar het verband tussen beweging in de openbare ruimte en onze hersenen. Ik leg daarom wetenschappers, beleidsmakers, stedelijk ontwikkelaars, maar ook stadsgebruikers graag de volgende vraag voor: ‘op welke manier kunnen we de openbare ruimte zo inrichten dat dit zowel stimuleert om te bewegen zodat de mensen lichamelijk gezonder worden (o.a. tegengaan overgewicht), maar mens ook mentaal gezonder maakt?'.
Zeven adviezen
Advies 1 - plezier en trots maken bewegen leuk
Overgewicht en lichamelijke gezondheid zijn op dit moment de belangrijkste reden om gebieden zo in te richten dat ze uitnodigen tot bewegen. Dit is noodzakelijk, maar laat een kans liggen wanneer we alleen vanuit deze gedachte gebieden inrichten. We kunnen namelijk een tweede slag slaan: gebieden zo inrichten dat ze ook spannend en uitdagend zijn. Wanneer we vanuit deze gedachte ontwerpen en de gebieden inrichten dan grijpen we in op het plezier en de trots van de gebruikers. Hiermee spreken we de interne motivatie aan van mensen. Een motivatie die ertoe leidt dat het gedrag langer blijft aanhouden.

Advies 2 - Denk aan de mentale aspecten van bewegen
Het onderzoek ‘De Gezonde Wijk' liet zien dat de keuze voor lopen, fietsen of de auto wordt bepaald door de nabijheid van voorzieningen, de objectieve afstand tot de voorzieningen en de parkeerdruk. Advies 2 geeft suggesties om hiermee om te gaan.
De resultaten uit het onderzoek laten ook zien dit slechts een gedeelte van het plaatje is. Het blijkt dat de ervaren afstand naar voorzieningen (hoe ver mensen de afstand inschatten) en de zichtlijnen naar de voorzieningen (wanneer mensen in een redelijk rechte lijn bij de voorziening kunnen komen dan zullen zij eerder lopen of fietsen, dan wanneer deze rechte lijn er niet is). Het mentale aspect speelt daarom een belangrijke rol bij de keuze om te lopen. Dit zijn elementen waar in ontwerpen goed rekening mee gehouden kan worden.
Advies 3 - Denk aan de sociale aspecten van bewegen
Jane Jacobs benadrukt het belang van stoepen voor het verlevendigen van buurten en wijken. Ze putte haar inspiratie uit haar eigen buurt, Greenwich Village in New York. Ze beschrijft uitgebreid het nut en belang van brede stoepen. Ze schrijft hier eigenschappen aan toe die de sociale kwaliteit van buurten verbeteren. Dit zijn verbeteringen van de (sociale) veiligheid omdat er meer ogen op straat zijn, verbetering van het contact tussen de gebruikers van de straat (vaak buurtbewoners) en het bieden van een speelplek aan kinderen waar ouders toezicht over kunnen houden.

Deze aspecten zorgen niet alleen voor een betere sociale kwaliteit van buurten, maar veraangenamen ook het loopklimaat van buurten. In het onderzoek ‘De Gezonde Wijk' trekken de onderzoekers de conclusie dat langs looproutes zowel groen als gebouwen en mensen te vinden moeten zijn. Denk bij het ontwerpen van wijken daarom ook in termen van sociale kwaliteit. De voorwaarde voor deze kwaliteit komt namelijk voort uit het ontwerp, namelijk de brede stoepen.
Advies 4 - Hanteer de principes van Walkability en Shared Spaces
De openbare ruimte in de stad kan een uitdagende omgeving zijn om in te bewegen. Dit vraagt om een juiste inrichting van de ruimte. We kunnen hiervoor de principes van Walkability gebruiken.
- Zorg bijvoorbeeld voor goede loopgelegenheden, zoals stoepen en oversteekplaatsen.
- Zorg voor goed onderhouden wegen. Ook de verkeersveiligheid telt hier mee.
- Zorg ervoor dat de straat overzichtelijk en logisch is en dat gebouwen vanaf de straat goed toegankelijk zijn.
- Zorg voor goede veiligheid op straat. Wanneer criminaliteit in een straat overheerst dan zullen weinig mensen lopend van de straat gebruik maken.
- Zorg voor een goede verkeersveiligheid op straat. Zorg daarom niet alleen voor voetgangersoversteekplaatsen, maar ook dat gemotoriseerd verkeer, zoals auto's, niet overheersen.
Shared Spaces
Bij het verbeteren van de verkeersveiligheid kan het concept van ‘Shared Spaces' inzicht bieden. Het concept heeft tot doel ‘de openbare ruimte in te richten waarbij verkeer, verblijf en alle andere ruimtelijke functies samen in balans zijn: mensen kunnen zich verplaatsen, elkaar ontmoeten, samen dingen ondernemen of een plek of gebied leren kennen'.
Aan Shared Spaces ligt het onderscheid tussen verblijfs- en verkeersruimte ten grondslag. De verblijfsruimte kenmerkt zich door rekening te houden met en in te spelen op elkaar. In deze ruimte wordt het gedrag van mensen niet beïnvloedt door ‘een van tevoren bepaald eenduidig programma'. Bewegingen van mensen zijn daarom ongericht, onvoorspelbaar en relatief traag. De bewegingen van mensen worden gestuurd door de fysieke omgeving en het gedrag van anderen.
Verkeersgedrag aan de andere kant, is ‘het gedrag dat mensen vertonen wanneer ze snel van A naar B willen, gekenmerkt door doelgerichte, rechtlijnige grotendeels voorspelbare bewegingen. De snelheden liggen hoog en er is nagenoeg geen oogcontact tussen gebruikers. Mensen zijn in deze ruimte doelgericht en laten zich vooral leiden door voertuigen op de weg en door verkeerstechnische signalen, zoals wegkenmerken en verkeerstekens.

Waar Walkability hoofdzakelijk gaat over inrichting van de ruimte zodat deze prettig is om in te lopen en wandelen, heeft Shared Spaces juist tot doel de ruimte in te richten zodat deze geschikt is voor meerdere gebruikers. Beide theorieën bieden handvatten om na te denken over de inrichting van een openbare ruimte die beweging uitlokt.
Advies 5 - Maak gebruik van nieuwe technieken zoals Augmented Reality
Bij het vorige advies beschreef ik fysieke ingrepen in de openbare ruimte vanuit het gedachtegoed van Walkability en Shared Spaces. Maar de openbare ruimte zal juist ook spannend, afwisselend en uitdagend moeten zijn om ook bij te kunnen dragen aan het mentale aspect van beweging. Stedelijk ontwikkelaars zullen daarom gebruik moeten maken van nieuwe technieken zoals de Augmented Reality. Hiermee kan men een virtuele dimensie aan de leefwereld (de stad) aanbrengen. Deze virtuele dimensie kan ook aan de openbare ruimte een goede toevoeging zijn met name op het vlak van spanning, afwisseling en uitdaging.
Hier zijn al enkele inspirerende voorbeelden voor bedacht. Inspiring Cities organiseerde bijvoorbeeld een bijeenkomst rond dit thema. Zij brachten professionals uit verschillende werkvelden bij elkaar. Tijdens deze bijeenkomst kwamen ideeën naar voren zoals ‘delen van de stad taggen met emoties, waardoor je kunt zien welke delen van de stad welke emotie krijgen', ‘informatie toevoegen aan kunstwerken in de openbare ruimte' en ‘de applicatie Layar gebruiken om te verdwalen in de stad, de applicatie stuurt je in dit geval juist de verkeerde kant op waardoor je door de stad doolt'.

Het gebruik van Augmented Reality op een mobiele telefoon, zoals Layar dit aanbiedt, kan de openbare ruimte een uitdagende en spannende dimensie geven. Het is met name dit aspect dat direct ingrijpt op de beleving van een ruimte.
Advies 6 - koppel de ontwikkeling van ‘walkable wijken' aan een bredere en duurzame ontwikkeling van de stad
De ontwikkelingen rondom Walkability van steden en het stimuleren van beweging staan niet op zich. In het rapport van de European Green City Index (EGCI) wordt onderzocht welke impact de grote Europese steden hebben op het milieu. Hieruit blijkt dat, mede doordat steeds meer mensen in steden wonen, de invloed van deze steden op het milieu steeds groter wordt. De EGCI stelt daarom dat de steden zelf onderdeel moeten zijn van de oplossing voor de milieuproblemen.
De EGCI heeft de steden gemeten op 8 categorieën, namelijk: CO2 uitstoot, energieverbruik, gebouwen, transport, watergebruik, afval en landgebruik, luchtkwaliteit en milieubeleid. Ze zien deze onderdelen als de punten waarop steden zich moeten ontwikkelen om de impact op het milieu die ze hebben te verkleinen. Veel van deze punten staan direct in relatie tot beweging.
Neem bijvoorbeeld CO2 uitstoot, luchtkwaliteit en transport. De schrijvers van het rapport benadrukken het probleem dat ‘gemiddeld één op de drie inwoners van de onderzochte steden naar het werk gaat met de auto'. Wanneer een stad zich inzet om beweging te stimuleren en spannend te maken en daar de openbare ruimte geschikt voor te maken dan kan dit van invloed zijn op het autogebruik in steden. En hiermee op de uitstoot van CO2, de luchtkwaliteit en de benodigde infrastructuur in steden.
Beweging stimuleren kan in dit teken zowel de aanjager zijn van ontwikkelingen naar een ‘groenere' en ‘duurzamere' stad, als het gevolg ervan.
Advies 7 - zoek naar samenwerking tussen verschillende disciplines
Wanneer de openbare ruimte in steden als plek moet dienen waarin het spannend is om te bewegen dan vraagt dit om een multidisciplinaire aanpak. Bij het inrichten van de openbare ruimte zal een samenwerking moeten ontstaan tussen onder andere stedenbouwkundigen, ontwerpers, kunstenaars, bewegingsdeskundigen, computerdeskundigen, stadssociologen, stadspsychologen, bewoners etc.

Er zijn veel coalities mogelijk. De situatie zelf is bepalend voor de soort partijen die een coalitie vormen. Belangrijk is dat deze coalitie in het begin goed vorm gegeven en begeleid wordt. En bovendien dat er partners aan tafel zitten die kunnen schakelen tussen de verschillende beleidsniveau's, zoals buurt, stad, regio, etc. Alleen op deze manier kunnen de ontwikkelingen op het schaalniveau van de buurt worden gekoppeld aan de strategie van steden om zich meer te ontwikkelen en profileren op groen, duurzaamheid en beweging.
Theoretische achtergrond
Bovengaande adviezen om mensen in de stad tot beweging te stimuleren komen niet uit de lucht vallen. De theoretische achtergrond van het artikel is hieronder beschreven. Hier ziet u ook een aantal korte filmpjes om de de theorie te verduidelijken of te illustreren.
Bewegen maakt slimmer
Heeft u wel eens de link gelegd tussen lopen door de stad en de werking van de hersenen? Waarschijnlijk niet, want bewegen is immers een automatisme waar de meesten niet bij na hoeven te denken. Er is echter een verband tussen bewegen en de hersenen. Wij hebben in eerste instantie onze hersenen nodig om te kunnen bewegen. Al bij onze eerste stapjes vormen zich bewegingspatronen die snel geautomatiseerd raken. Met als gevolg dat we over lopen bijvoorbeeld niet meer na hoeven te denken. Dit geldt ook voor andere motorische functies, zoals fietsen en zwemmen.
Maar er is meer. Door te bewegen doe je ‘iets' terug voor het brein. Tijdens het bewegen vormen zich nieuwe hersencellen. Door een flink stuk te lopen, een rondje te joggen of aan een andere sport te doen bouwen we cellen in onze hersenen op. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat kinderen die veel bewegen (ook wanneer ze daar relatief veel tijd aan kwijt zijn) beter presteren op school dan kinderen die weinig bewegen. Uit de studie blijkt dat het effect ook de andere kant op geldt: hoe slechter een kind presteert hoe minder het kind beweegt. Bedenk dus maar eens wat regelmatig door de stad lopen kan betekenen voor je intelligentie.
Het brein stimuleren
Dagelijks sterven cellen in het brein af doordat ze niet gebruikt worden. Het is daarom noodzakelijk het brein voldoende te stimuleren. Dit kan zowel tijdens als na het bewegen. Het is dus van essentieel belang met regelmaat een (stads)wandeling te maken om hiermee de positieve effecten van beweging op je mentale gezondheid te behouden.
Het effect van bewegen op de studieresultaten van de leerlingen op een Amerikaanse High School is onderwerp van onderstaand filmpje. Om de prestaties van deze leerlingen te beïnvloeden werd een bewegingsprogramma ontwikkeld. In dit programma neemt een leerling het uur voorafgaand aan een vak waar hij moeite mee heeft, deel aan het bewegingsprogramma. Dit programma bestaat uit licht inspannende cardio oefeningen. Naast de verbeterde prestaties geven de leerlingen zelf ook aan beter geconcentreerd te zijn en zich fitter te voelen. Hieronder ziet u een korte documentaire over dit bewegingsprogramma.
Daarnaast heeft bewegen ook invloed op het psychologische welbevinden. Uit een vragenlijst die aan 3043 Finse mannen en vrouwen werd voorgelegd blijkt dat mensen die twee of drie keer per week aan beweging deden significant minder depressieve- en angstklachten, wantrouwen naar anderen en stress ervoeren (Hassmen, Koivula & Uutela, 2000). Mensen die met regelmaat bewegen zullen zich dus prettiger voelen en wellicht zelfs gelukkiger.
De aha-erlebenis
Waarschijnlijk spreekt het bovenstaande tot de verbeelding. Wanneer je werkt aan een moeilijke opdracht en je het gevoel hebt vastgelopen te zijn, dan strek je de benen, maak je een ommetje of zoek je afleiding door een boterham te smeren of een kop koffie te zetten. Daarna ben je weer fris en je kunt je weer concentreren. Soms krijg je daarna zelfs een ‘aha-erlebenis'. Een moment van inzicht waarin je plotseling een oplossing voor een probleem bedenkt waar je eerder niet op kon komen. Met andere woorden, je ommetje kan je creativiteit stimuleren.
De reden van deze spontane momenten van creativiteit worden mogelijk verklaard door bewegingsonderzoeken. Het blijkt dat tijdens het bewegen zich veel automatische processen afspelen. Je ademt automatisch, het lopen gaat automatisch en vaak let je ook automatisch (of onbewust zoals we het vaak noemen) goed op je omgeving. Hierdoor is er op dat moment nog een groot gedeelte van je cognitieve capaciteit beschikbaar. Je zult er waarschijnlijk bekend mee zijn dat wanneer je een stuk loopt er vaak allerlei gedachten in je opkomen. Dus wat kun je nu beter doen tijdens het bewegen dan een aantal opdringende gedachten de revue te laten passeren?
Tijdens de momenten dat je beweegt ontstaan er nieuwe verbindingen tussen hersencellen. Iedere hersencel bevat informatie. Tijdens het hardlopen leg je bijvoorbeeld verbanden tussen verschillende hersencellen. Je koppelt dan als het ware bepaalde kennis aan elkaar. Deze koppelingen tussen kennis kunnen creatieve oplossingen zijn voor een probleem of een opdracht waar je op dat moment aan werkt. Dit effect blijft alleen bestaan wanneer je het brein voldoende stimuleert tijdens en na het bewegen.
Tijdens het bewegen betekent dit verschillende gedachten de revue laten passeren. En na het bewegen zorgen voor mentale en intellectuele uitdaging.
Het brein in beweging: het effect van een stimulerende, stedelijke omgeving
Wat betekent deze kennis over bewegen nu eigenlijk voor de stad? De stad is bij uitstek een geschikte omgeving om lichamelijke beweging (in de vorm van lopen) te combineren met mentale uitdaging (de stedelijke omgeving bestaat uit een enorme hoeveelheid prikkels). Ik suggereerde eerder al dat er een verband is tussen het maken van een stadswandeling en intelligentie. Dit lijkt een goede grap, maar is het dit ook?
Uit onderzoek bij muizen blijkt bijvoorbeeld dat een genetisch defect dat leer- en geheugenproblemen veroorzaakt (waardoor de muizen bijvoorbeeld geen geuren konden onthouden) kon worden ‘hersteld' door de muizen twee maanden lang drie uur per dag in een ‘speeltuin met tredmolens en huisjes rond te laten lopen'. De stimulerende omgeving hielp in dit geval om de aangeboren hersenbeschadiging te overkomen. Lees hier meer over het onderzoek.
Een stimulerende omgeving heeft invloed op de regenererende werking van de hersenen. Het lijkt dus een essentie om de openbare ruimte in de stad zo in te richten dat het mensen stimuleert en uitdaagt. Maar hoe maken we de straten waar we lopen uitdagend? En hoe zorgen we er dan ook voor dat we onze hersenen stimuleren?
Op naar een uitdagende omgeving
In 2006 deden Frank den Hertog, Marianna Bronkhorst, Menno Moerman en Rosan van Wilgenburg een onderzoek naar de relatie tussen fysieke wijkkenmerken en lichamelijke activiteit. Het onderzoek publiceren zij onder de naam ‘De Gezonde Wijk' en voeren ze uit in vier buurten in Amsterdam.
In het onderzoek komen ze tot een aantal interessante conclusies. Zo blijkt dat de wijken die aan de rand van de stad gebouwd zijn vaker en meer te maken hebben met overgewicht dan wijken in dichtbebouwde gebieden. Dit verklaren ze aan de hand van twee factoren. Ten eerste dat wijken in dichtbebouwde gebieden vaak meer voorzieningen in de nabijheid hebben. Een betere spreiding van voorzieningen over de wijk nodigt uit tot ‘actief vervoer' (vervoer te voet of met de fiets). In wijken waar meer sprake is van gecentreerde voorzieningen, zoals een winkelcentrum, maken bewoners vaker gebruik van de auto. Ook wanneer de voorzieningen te voet of per fiets goed bereikbaar zijn.
Ten tweede verklaren ze dit door naar de parkeerdruk te kijken. In dichtbebouwde, stedelijke wijken zijn de parkeerplekken vaak schaars. Het is dan niet aantrekkelijk om de auto te nemen om boodschappen te gaan doen. In tegenstelling daarmee is er in de wijken aan de rand van de stad vaak voldoende parkeergelegenheid.
Alleen wanneer er ‘tijd- en energiewinst' mogelijk is kiezen bewoners voor de auto. De geschatte afstand tot de winkel neemt in de resultaten daarom een interessante plek in. Het blijkt namelijk dat autogebruik samenhangt met de geschatte afstand tot de winkel. Bewoners in de dichtbebouwde wijken schatten de afstand tot bijvoorbeeld de supermarkt lager in dan de daadwerkelijke, objectieve afstand. Vaak zijn dit de bewoners die te voet of met de fiets naar de winkel gaan. Wanneer de afstand tot de winkel echter groter werd ingeschat dan de werkelijke afstand dan werd ook het gebruik van de auto aantrekkelijker. Er is dan sprake van voldoende tijd- en energiewinst.
Een laatste factor die de onderzoekers benoemen die van invloed is op het kiesgedrag van bewoners tussen lopen en fietsen of de auto nemen, is de zichtlijn. Wanneer mensen een in een redelijke rechte weg bij hun bestemming kunnen komen dan zullen zij minder snel de auto nemen. Wanneer deze rechte weg ontbreekt, doordat er bijvoorbeeld een stuk water tussenligt, dan schat men de afstand verder in. Dit leidt vaak tot meer autogebruik.
Opmerkelijk aan de uitkomsten van het onderzoek ‘De Gezonde Wijk' is dat de mensen die het meest lopen in dichtbebouwde, stedelijke wijken wonen die vaak in of rond het centrum van de stad liggen. Dit zijn vaak wijken die niet ontworpen zijn vanuit de gedachte dat mensen hier moeten kunnen lopen en bewegen. De wijken aan de randen van de stad, die vaak ontworpen zijn vanuit de gedachte ‘licht, lucht en ruimte' kenmerken zich juist vaak door meer autogebruik. ‘Hiermee wordt het gezondheidseffect van deze wijken ten dele teniet gedaan,' aldus de onderzoekers.
Jane Jacobs meets Walkability
Bewoners van wijken stimuleren om te lopen heeft echter niet alleen te maken met de voorzieningen, de parkeerdruk en de ervaren afstand. Ook de fysieke opbouw van de wijk is van belang. Wanneer er bijvoorbeeld geen stoepen zijn om op te lopen dan zal dit het gebruik van de auto ook in de hand werken. Wanneer we over ‘walkability' spreken dan hebben we het onder andere over deze fysieke kant van wijken.
Walkability is een manier om aan te geven hoe ‘beloopbaar' een gebied is. Wanneer een wijk goed met de voet toegankelijk is, wanneer er verschillende groepen van eenzelfde ruimte gebruik kunnen maken en wanneer er voldoende voorzieningen zijn in de buurt van huizen dan neemt de ‘walkability' toe. Ook spelen esthetische factoren hier een rol. Het gebruik van glas draagt bijvoorbeeld bij aan meer transparantie en daardoor overzichtelijke straten. Maar ook maakt het verschil of mensen in de zon of de schaduw lopen en hoeveel auto's zich in het gebied bevinden.
Met name het creëren van de loopgelegenheid is erg belangrijk. Dit gaat dan om stoepen en voetgangersoversteekplaatsen. Over het eerste onderwerp, de stoepen, heeft Jane Jacobs in haar boek ‘The Death and Life of Great American Cities' (1961) uitgebreid geschreven. Zo beweert ze dat stoepen bijdragen aan het gevoel van veiligheid, het contact tussen mensen zoals buurtbewoners en een speelplek bieden aan kinderen.
Ze pleit voor brede stoepen. Hierdoor kunnen er meerdere activiteiten op de stoep plaatsvinden, zoals buren die met elkaar op de stoep kunnen zitten terwijl hun kinderen voor hen op de stoep spelen. Wanneer voorbijgangers dan nog zonder problemen kunnen passeren dan ontwikkelt zich de perfecte stoep en daarmee de perfecte buurt. Jane Jacobs ziet de stoep als het startpunt van een sterke sociale samenhang in de buurt. Stoepen bieden buurtbewoners een plek om elkaar te ontmoeten in een ontspannen omgeving. Wanneer mensen elkaar kennen dan zullen ze ook voor elkaar zorgen en zullen ze zich uiteindelijk ook verantwoordelijk gaan voelen voor de buurt. Hiermee grijpen stoepen indirect in op het gevoel van veiligheid in de buurt.
De onderzoekers in de ‘De Gezonde Wijk' gaan hier met één van hun conclusies op in. Ze stellen dat het ‘op buurtniveau is aan te bevelen om doorgaande wandel- en fietsroutes zodanig aan te leggen dat er veel ‘indirect contact' mogelijk is met bebouwing/mensen in de omgeving. Paden die zoveel mogelijk door het groen worden aangelegd, zijn in dit opzicht minder aantrekkelijk/gebruiksvriendelijk'. Groen speelt met andere woorden een belangrijke rol, maar ook het gevoel in de stad te zijn door gebouwen te zien en contact met mensen te hebben zijn net zo belangrijk voor een ‘walkable buurt'.
Uit deze conclusie blijkt al dat de omgeving niet alleen moet uitnodigen tot fysieke beweging, maar ook tot mentale beweging. Ik wil daarom graag een stap verder gaan in de redenering dat de ruimte beweging moet stimuleren. Een goed ontworpen ruimte draagt daar zonder twijfel aan bij. De ruimte moet echter plezier en uitdaging oproepen.
Plezier als katalysator voor beweging
Plezier is een belangrijk onderdeel van ons leven. Het zal herkenbaar zijn. Wanneer je plezier hebt in wat je doet dan vliegt de tijd bijvoorbeeld voorbij en vaak kijk je er met een tevreden gevoel op terug. Hoe kunnen we plezier combineren met de openbare ruimte? Een goed voorbeeld hiervan is The Fun Theory Award dat Volkswagen startte.
Volkswagen doet een open uitnodiging om ideeën te ontwikkelen waarmee plezier het gedrag van mensen in de openbare ruimte veranderd. Een fascinerend voorbeeld is de pianotrap, waarbij pianotoetsen op een trap bij de uitgang van een metrostation werden gemonteerd. Wanneer mensen op een tree stapten maakte deze het geluid van de bijbehorende pianotoets.
De bedenkers onderzochten ook of meer mensen de trap kozen. Aan het einde van de dag bleek dat 66 procent meer mensen de trap verkozen dan op normale dagen. Dit terwijl er naast de trap een roltrap ligt. Traplopen is een uitstekende vorm van beweging. Bovendien is het in dit geval leuk en sommigen voelen zich zelfs uitgedaagd tot creativiteit door al springend een deuntje te spelen. Het filmpje kunt u op de website van The Fun Theory vinden.
Gelukkig zijn veel binnensteden tegenwoordig steeds meer ingericht op voetgangers en fietsers (Soderstrom, 2008). De meeste grotere binnensteden zijn nog moeilijk met de auto te bereiken. Wanneer er dan ook uitdagende elementen aan de openbare ruimte toe worden gevoegd dan zal het aantal voetgangers en fietsers waarschijnlijk alleen nog maar toenemen.
‘Wie een interessant leven leidt, krijgt ook interessante hersenen', zegt Mark Mieras in zijn boek ‘Ben ik dat? Wat hersenonderzoek vertelt over onszelf'. In zijn boek pleit hij voor afwisseling, spanning en uitdaging in het leven. Want alleen op deze manier hebben we een interessant leven en kunnen we de hersenen gezond houden. Denk er maar eens over na. Zou de openbare ruimte deze functie kunnen vervullen? Kunnen we die spannend, afwisselend en uitdagend maken? Er zou niets mis mee zijn. Het vergroot waarschijnlijk juist het plezier om er te zijn. Maar hoe kunnen we dit bereiken?
Op zoek naar een spannende, afwisselende en uitdagende openbare ruimte
Sinds kort maakt de zogeheten Augmented Reality (AR), of Toegevoegde Realiteit, zijn opmars. Kunnen we met deze AR de stimulerende mogelijkheden van de openbare ruimte vergroten?
Augmented Reality
De bestaande omgeving of een object vormt de basis voor Augmented Reality. Op deze omgeving wordt contextuele informatie geprojecteerd, zoals audio commentaar, historische informatie of informatie over de gebouwen of bedrijven op een plek. Het doel van Augmented Reality is kennis aan de omgeving toe te voegen en hiermee een plek of object meer betekenis of een andere betekenis te geven. Augmented Reality combineert hiermee de realiteit met een virtuele realiteit. De toepassing ervan gebeurt op dit moment bijvoorbeeld in ziekenhuizen, in de luchtvaart en in museums. Zie hier een voorbeeld van hoe deze Augmented Reality eruit ziet op een mobiele telefoon (afbeelding).
Het plaatje is een voorbeeld van Augmented Reality met een mobiele telefoon. Met de applicatie Layar (http://layar.com) kunnen gebruikers door middel van de videocamera op de telefoon de omgeving scannen. Het programma herkent de omgeving en voegt hier virtuele informatie aan toe. Dit kan historische informatie over het gebouw zijn, maar ook waar de dichtstbijzijnde pinautomaat of pizzeria is. Kunt u het zich voorstellen dat u door de stad loopt waarbij u geen gebruik meer maakt van een plattegrond, maar simpelweg met uw telefoon de omgeving scant? Een stadswandeling zal nooit meer hetzelfde zijn.
Geraadpleegde bronnen
Literatuur
- 'European Green City Index: assessing the environmental impact of Europe's major cities' (2009).
- Frank Den Hertog, Marianne Bronkhorst, Menno Moerman, Rosan van Wilgenburg (2006), 'De Gezonde Wijk, een onderzoek naar de relatie tussen fysieke wijkkenmerken en lichamelijke activiteit'.
- Jane Jacobs, 'The Death and Life of Great American Cities' (1961).
- Mark Mieras (2009), 'Ben ik dat? Wat hersonderzoek vertelt over onszelf'.
- Mary Soderstrom (2008), 'The Walkable City'.
- 'Shared Space - Ruimte voor iedereen: een nieuwe visie op de openbare ruimte' (2005).
Beelden
- thumbnail: http://www.puma-bikes.com/#pico.
- Afbeelding 1: http://bergpolder-krachtwijk.blogspot.com/2009_08_01_archive.html
- Afbeelding 2: http://www.kennislink.nl/publicaties/groen-is-gezond
- Afbeelding 3: http://www.hartenziel.nl/deelnemers/noadibois/dagboek/2010/juni/03
- Afbeelding 4: http://weblog.digitaleportfolio.nl/
- Afbeelding 6: http://www.asro.kuleuven.be/new/asro.aspx?culture=nl-be&tabid=355
- Afbeelding 7: http://www.gooieneemlander.nl/nieuws/regionaal/hilversumplassen/article5976205.ece/Speeltuin-Erfgooierskwartier-%27eindelijk%27-open
- Afbeelding 8: http://www.vrom.nl/pagina.html?id=37340
- Afbeelding 9:http://www.walklive.org/?page_id=61
- Afbeelding 10: http://www.ebbc.org/sharedstreets
- Afbeelding 11: http://www.digitaltechfrontier.com/augmentedreality/index.html
- Afbeelding 13: http://www.inhabitat.com/2008/11/06/sky-village-by-mvrdv-and-adept/
- Afbeelding 14: http://www.deinspiratiekamer.nl/blog/5-praktische-tips-voor-creatieve-fotos