Team voor stedelijke ontwikkeling
Zoek >
Aanmelden nieuwsbrief >
English
Leestekst A A
home
STIPO is
STIPO biedt
Stad & Mens
- Projecten
- Verdieping & Inspiratie
Stad & Cultuur
Stad & Economie
Stad & Ruimte
Stipo Academy
StadsLAB
Stadsgeruchten
Partners
Agenda

Blog van een stadspsycholoog (6)

Stedelijke drukte

De VPRO besteedt in september twee weken lang aandacht aan de stad. Met een weblog onder de noemer 'De Eeuw van de Stad' vestigen zij hier nu al de aandacht op. Sander van der Ham schrijft hiervoor een reeks blogs over de stadspsychologie. Lees hier de zesde blog.

Het woord is aan de stadspsycholoog Sander van der Ham. Hij leidt je elke twee weken langs de raakvlakken tussen psychologie en stedelijke ontwikkeling. Daarbij staat maar één vraag centraal: Hoe ervaren en gebruiken mensen de stad? Vandaag deel 6 van zijn negendelige reeks: stedelijke drukte.

Aan stedelijke warmte liggen twee belangrijke voorwaarden ten grondslag: dat er onbekenden in de openbare ruimte zijn en dat er een mensenmenigte is. In mijn vorige blog zocht ik naar het domein van interacties met onbekenden en bekenden in de openbare ruimte. In deze blog zoek ik naar de rol van een mensenmenigte of drukte speelt in de beleving van de openbare ruimte. 

Stedelijke drukte

Je kent ze wel, die plekken in de stad waar het altijd druk is. Zelfs wanneer de stad slaapt dan zijn daar nog mensen. Zelf vind je de plek geweldig. Het is heerlijk om er met bekenden te ontmoeten en het leven om je heen te hebben. Je spreekt ook eens een onbekende aan, je flirt met een leuke man of vrouw en je geniet van het geroezemoes als je een biertje drinkt op het terras. Of misschien wil je er wel graag gezien worden, of de volgende dag over kunnen vertellen. Aan de andere kant ken je ook genoeg mensen die de drukte verschrikkelijk vinden en de plek koste wat kost vermijden. 

Steden worden steeds drukker: we zijn met steeds meer mensen op aarde, en een steeds groter aandeel woont in stedelijke gebieden. In 2008 woonde voor het eerst meer dan de helft van de wereldbevolking in steden. In 2030 is dit naar verwachting 80%. In China is als gevolg hiervan bijvoorbeeld één groot stedelijk gebied aan het ontstaan in de driehoek tussen Beijing, Shanghai en Zhangzou met een geschatte 470 miljoen inwoners over twintig jaar. 

De aanwezigheid van mensen en de grootte van een ruimte heeft invloed op hoe we ons voelen en hoe we daardoor de ruimte ervaren. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat wanneer je in een drukke ruimte bent je de ruimte als minder mooi beoordeeld, de mensen als minder aardig en zul je eerder een negatieve stemming krijgen. Ook creëer je een grotere inter-persoonlijke afstand (geen fysieke afstand in dit geval omdat daar letterlijk ‘de ruimte' niet voor is) door minder oogcontact met anderen te maken en je hoofd van anderen weg te draaien. Een voorname reden hiervan vinden we in lichamelijke veranderingen. 

Op fysiek niveau ervaar je meer stress wanneer er veel mensen in een ruimte zijn. Lundberg onderzocht een groep passagiers van een forensentrein naar de stad. Hij kwam tot de conclusie dat passagiers in drukkere treinen meer stress ervoeren (door de waarde van epinefrine, stof die de hartslag en de bloeddruk verhoogt, in het bloed te meten). Het onderzoek maakte ook een vergelijking tussen passagiers die bij de eerste halte opstapten en passagiers die bij latere haltes opstapten. De passagiers die bij de eerste halte opstapten hadden minder epinefrine in hun bloed dan passagiers die bij latere haltes opstapten.

Controle

Lundberg stelt dat de passagiers die bij de eerste halte opstapten de keuze hadden waar ze wilden zitten en voornamelijk naast wie (bijvoorbeeld een collega of een vriend/vriendin). Ook hadden zij de tijd om de omgeving in te richten naar persoonlijke voorkeur. Zelf zet je bijvoorbeeld ook je tas op de stoel naast je als deze vrij is. Je bakent hiermee je persoonlijke ruimte af en tegelijkertijd creëer je (het idee van) controle over je omgeving. 

Dit gevoel van controle heb je nodig om goed te kunnen functioneren. De mate van controle bepaalt of je de prikkels uit de omgeving kunt beheersen. Zowel fysieke prikkels zoals geluid, geur en zicht maar ook sociale prikkels, zoals met wie en wanneer je sociale interactie hebt. Daarnaast biedt de controle dus ook bescherming aan je persoonlijke ruimte.

Spelen met drukte

Uit het voorgaande kan de indruk ontstaan dat drukte alleen negatief is. Het tegendeel is waar. Drukte is vaak het onderwerp van gesprek in de stedelijke ontwikkeling. Drukte bij stedelijke ontwikkeling wordt vaak meegenomen in de ontwerpen van gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte. Drukte roept bij sommigen daarom ook juist de associatie op van het toppunt van stedelijkheid.  

 Stedelijke drukte

Rem Koolhaas analyseert in Delirious New York waarom de stad werkt zoals hij doet. Hij concludeert dat meer programma beter is. Hét voorbeeld van drukte, Manhattan, leert ons bijvoorbeeld dat met drukte goed omgegaan kan worden. Een aantal voorwaarden zijn bijvoorbeeld dat de hogere verdiepingen meer teruggelegen moeten zijn dan de begane grond verdiepingen (de plint). Hierdoor ontneemt het gebouw niet het licht van de straat. Daarnaast bestaan er ‘air rights'. Ontwikkelaars krijgen het recht hogere gebouwen te bouwen wanneer zij op de begane grond en de 1e verdieping de ruimte creëren voor publiek programma (inclusief de huren die dit toelaten). 

Ook vinden we in Manhattan een slim opgezette inrichting van de ruimte op straatniveau, zoals brede boulevards (waardoor er altijd rechte zichtlijnen zijn naar het licht). Ook loopt Manhattan in de breedte bol naar het midden. Hierdoor treedt het effect op dat je als voetganger altijd licht naar beneden kijkt in de richting van het water. Dit brengt het gevoel van overzicht, licht en lucht met zich mee. 

Stedelijke drukteDit spelen met drukte zien we ook in Nederland terug in projecten zoals het Paleiskwartier van Khandehar en het centrumproject Inverdan in Zaanstad door Sjoerd Soeters. Tegelijkertijd ontstaat er door deze drukte ook meer behoefte aan rust in deze gebieden. Het gevolg is de inrichting van stedelijke oases zoals parken, hofjes, pleinen en binnenhoven in gesloten bouwblokken. 

Drukte betekent simpelweg een hogere intensiteit van gebruik van de openbare ruimte. Gemeenten zetten daarom in op een hogere kwaliteit en een hogere intensiteit van het beheer van de openbare ruimte in de drukst gebruikte gebieden. Dit brengt nieuwe inzichten met zich mee. Op hoger schaalniveau is er bijvoorbeeld de ontdekking dat er door goederen-, data- en bezoekersstromen niet alleen een ordening van ‘spaces of places' is, maar ook van ‘spaces of flows'. Drukte, de stromen waarlangs die verloopt allerlei schaalniveau's, en de knooppunten en ontmoetingspunten waarin die samenkomen worden steeds belangrijker in de stedelijke planning. In Tokyo worden bijvoorbeeld eerst openbaar vervoersverbindingen aangelegd, waarna de stedelijke ontwikkeling vanzelf volgt. In Nederland zijn hier de Zuidas in Amsterdam en het Stedenbaan concept in de Zuidvleugel.

In deze voorbeelden is de drukte juist de randvoorwaarde voor het succes van het gebied. Hoogleraar Luc Boelens pleit in dit verband voor de uitvinding van een nieuw vakgebied. Naast de planologie (de ordening der gebieden) ontstaat de fluviologie (de ordening der stromen). Deze gedachte vertaalt zich ook naar het werk van Jane Jacobs over de condities voor aangenaam stedelijkheid. Recent is dit onderwerp door de TU Delft opgepakt onder de noemer ‘Walkability', de loopbaarheid van steden. 

Drukte en het omgaan met het gevoel van drukte wordt een steeds belangrijker principe in de stedelijke ontwikkeling. Op de lagere schaalniveaus zoekt de stadspsychologie naar de mogelijkheid drukte met een aangenaam dagelijks stedelijk gebruik (Daily Urban System) te combineren. 

Meer weten

Dit is de zesde blog uit een negendelige reeks.

  • Lees hier de eerste blog - Psychologie ontmoet stad
  • Lees hier de tweede blog - De stad zien, horen en ruiken 
  • Lees hier de derde blog - Stedelijke kilte - de stad negatief beleven
  • Lees hier de vierde blog - Stedelijke warmte - betrokkenheid bij het publieke domein
  • Lees hier de vijfde blog - van publiek naar prive
  • Lees hier de zesde blog - stedelijke drukte
  • Lees hier de zevende blog - Sociale netwerken bij stedelijke vernieuwing
  • Lees hier de achtste blog - Aandacht voor de gebruiker
  • Lees hier de negende blog - Trots in de stedelijke ontwikkeling

Bekijk ook eens de weblog van 'De Eeuw van de Stad'.

Wilt u meer weten over de stadspsychologie, neem dan contact op met Sander.

 


 

Reactie door Marijke Jonker

Wat ik mij vaak afvraag is: hoe kan je beinvloeden dat voetgangers in een winkelstraat niet alleen langs lopen maar ook een winkel in gaan.
Iets anders: is een straat echt aantrekkelijker als er aan het eind van de straat een focuspunt is, zoals een kerktoren/mooie boom/hoog gebouw/markant gebouw? Ik let daar altijd op en vindt het zelf heel belangrijk, maar zien willekeurige bezoekers van een stad dat? Als ik het noem bij nieuwe plannen voor herinrichting van straten kijkt men mij meestal wezenloos aan en vindt de textuur van de nieuwe stoeptegel belangrijker.

Reactie door Sander van der Ham

Als ik je vragen lees doet dit me denken aan Kevin Lynch. Hij onderzocht hoe mensen de ruimtelijke omgeving waarnemen en registreren. Hij kwam tot de conclusie dat we dit doen door gebruik te maken van vijf elementen: paden, knooppunten, markante punten, randen en districten. Wanneer ik je zou vragen om een kaart te tekenen van de buurt waar je woont, dan zul je beginnen met het tekenen van een aantal hoofdwegen. Deze wegen kruisen elkaar waardoor knooppunten ontstaan. Vaak bevinden zich op deze knooppunten weer markante punten, waaronder gebouwen, kunstwerken, etc. Dit geeft een antwoord op je tweede vraag: waar we ons ook in de stad bevinden, we creëren een mentale kaart van deze omgeving. Hiervoor maakt iedereen gebruik van die vijf elementen. Een kerktoren, een mooie boom of een hoog gebouw is dan dus een mooi markant punt.

Lynch geeft niet expliciet antwoord op de vraag of het de straat aantrekkelijker maakt, maar impliciet kun je dat wel afleiden. We maken een mentale kaart van de omgeving zodat je enerzijds de weg kent, en anderzijds zodat je een gevoel van veiligheid voor jezelf creëert (je weet waar je naartoe moet). Door dit gevoel van veiligheid ben je meer op je gemak en dat maakt een omgeving prettiger. Bovendien kunnen zulk soort markante punten in buurten veel trots oproepen bij bewoners. Juist deze trots is een goede motivatie om verantwoordelijkheid voor de buurt te voelen.

Er spelen nog veel andere factoren een rol bij aantrekkelijkheid. De lichtinval, de hoogte van de gebouwen, de aanwezigheid van mensen en of jij je identificeert met die mensen, je eigen voorkeur voor persoonlijke afstand, etc. Maar ook de ingebrachte elementen in de straat zoals de kleur van de stenen (van de gebouwen en de straat), banken, lampen, bomen en planten, etc. Iedere element draagt bij aan het totale beeld.

Ik waag hiermee een sprongetje naar je eerste vraag: hoe kun je voetgangers beïnvloeden dat zij een winkel niet voorbijlopen maar er juist inlopen? Ook hier spelen een groot aantal elementen een rol. De vraag laat zich in ieder geval vanuit twee perspectieven beantwoorden. Vanuit het perspectief van de winkel en dat van de openbare ruimte?

Vanuit het perspectief van de winkel kun je nadenken over het etalageplan. Kun je in een etalage spannende elementen inbrengen waarmee je de aandacht van bezoekers trekt? Stel je hierbij ook de vraag welke doelgroep je aan wilt spreken.

Voor de openbare ruimte, het domein van de stedelijk ontwikkelaar, grijp ik terug op mijn tweede blog waarin ik het onderzoek van Steven en Rachel Kaplan beschreef. Zij concluderen dat een omgeving altijd een samenhang moet hebben, logisch moet zijn en complexe en mysterieuze elementen moet bevatten. De omgeving moet wel aangenaam blijven. De vraag is dus hoe je de stedelijke omgeving zo kunt inrichten dat het een aangename verblijfplek wordt waar de bezoeker zich prettig voelt. Daarbij kun je bijvoorbeeld denken aan een ontmoetingsplek rondom een waterpartij (fontein o.i.d). Maar ook aan het creëren van stedelijke warmte, door contacten met onbekenden te faciliteren.Het gebruik van lichtelementen om mensen langs een bepaalde route te leiden (Walkability).

Inhoud
1.
Controle
2.
Spelen met drukte
3.
Meer weten
Print dit artikel
Stuur dit artikel door
Stipo Amsterdam: +31 (0)20-4233690 / Stipo Rotterdam +31(0)10-2041590 / contact@stipo.nl