Kindvriendelijke openbare ruimte als aanjager van leefbare wijken
Op 10 november organiseerde Stipo de derde stadsgeruchtensessie. De 7de verdieping van het Groothandelsgebouw in Rotterdam was het podium voor een ontmoeting tussen ruim 15 professionals op het gebied van kindvriendelijke wijken, speelvoorzieningen voor kinderen, stadsantropologie en meer.
Het gerucht, dat kindvriendelijke wijken een belangrijke voorwaarde zijn voor woongenot, werd bevestigd tijdens de avond. Aandacht besteden aan het kindvriendelijk maken van de openbare ruimte zorgt namelijk voor een kwalitatieve opwaardering van de openbare ruimte. Bovendien zorgt het thema kindvriendelijkheid ervoor dat professionals en bewoners door de ogen van een kind naar de wijk gaan kijken. Niet alleen biedt dit een andere kijk op de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte ook bindt het bewoners en professionals aan elkaar. Zij dragen gezamenlijk de verantwoordelijkheid.

Een belangrijke noot bij deze conclusie is dat kindvriendelijkheid niet het enige thema is met de potentie om partijen aan elkaar te binden en op een andere manier naar de wijk te leren kijken. Bijvoorbeeld ook veiligheid kan deze rol vervullen.
De geruchten over kindvriendelijkheid
Bij aanvang van de avond stonden twee geruchten over kindvriendelijkheid centraal, namelijk:
- Het gerucht dat mensen zich bij hun woonkeuze afvragen of hun kind er veilig en gelukkig kan opgroeien. Kindvriendelijke wijken zijn een must om woongenot te garanderen.
- Het andere gerucht is dat het werk aan kindvriendelijke wijken niet per se grote investeringen vraagt, maar ook dat het werken aan kindvriendelijke wijken zowel bewoners als professionals aan elkaar weet te binden.
Ester Heiman van Stipo leidde de avond in met een korte presentatie over de stadsantropologie en haar werk dat zij in de wijk Poelenburg heeft gedaan. Hier werkte zij samen met een kunstenaar in opdracht van Rijksbouwmeester en de gemeente Zaandam aan de ontwikkeling van een kindvriendelijke route in de wijk Poelenburg. Zij deed dit vanuit stadsantropologische methodes, waarmee ze de ‘geleefde stad’, zoals beleefd door de ogen van de kinderen, in beeld bracht. En die inzichten terugkoppelde aan de visie en uitgangspunten van de ‘geplande stad’.
Bart Kesselaar van woningcorporatie Havensteder vertelde over zijn ervaringen in het Oude Noorden in Rotterdam, waar hij een coalitie oprichtte rondom het thema kindvriendelijkheid. Deze zogenaamde ‘kindvriendelijke coalitie’ zorgde voor veel nieuwe bewegingen en initiatieven in de wijk. In het Oude Noorden werd kindvriendelijkheid een echte aanjager van de ontwikkeling van de wijk in het algemeen. Hierbij stond de sociale strategie, die door de coalitie werd opgesteld, centraal.
Na de presentaties gingen de aanwezigen op basis van deze geruchten met elkaar in gesprek. Dit ging volgens de ‘open space methode’. De groep benoemde, na een korte kennismaking, de vijf meest prangende vragen. Eén van de aanwezigen was vertegenwoordiger van één van de vragen. Zij bleven bij de vraag staan om daarover te discussiëren. De andere aanwezigen waren vrij om te kiezen bij welke vraag zij aansloten en hadden ook de mogelijkheid om tussentijds rond te lopen en zich bij een andere vraag aan te sluiten. Uiteindelijk trok de vertegenwoordiger een conclusie en vertelde deze aan de groep. We hielden twee van deze rondes bij.
Tijdens het discussiëren over de vragen was er de mogelijkheid om een hapje en een drankje te doen. Hierdoor ontstond een caféachtige sfeer, waarin levendige gesprekken werden gevoerd.
De 5 vragen
De groep benoemde vijf vragen waarover zij in gesprek wilden gaan. Deze vijf vragen vormden de meest actuele en belangrijke thema’s rondom kindvriendelijke wijken.
Vraag 1 – Wanneer leg je de prioriteit in de wijk op kindvriendelijk?
Allereerst is het noodzakelijk om een taalprobleem te bespreken. Gaat het om kindvriendelijk of niet? Of zijn bepaalde wijken kindvriendelijker dan andere wijken? We kiezen voor dat laatste. We kunnen spreken over een gradatie van kindvriendelijkheid.
Vervolgens roept het de vraag op of we structureel voor kindvriendelijkheid moeten gaan of dat dit door de omstandigheden en de omgeving wordt ingegeven? We denken bijvoorbeeld aan indicatoren zoals de soort woningen (appartementen of juist meer eengezinswoningen?), zijn er scholen, is er veel groen, hoe staat het met de beschikbare ruimte, sluit het aan bij de identiteit van de wijk en is er geld beschikbaar? Met name op dit laatste aspect komen we vrij snel tot de conclusie dat het geld altijd volgt op goede ideeën. Dus eerst zorgen dat er een idee komt en dan begint vanzelf de zoektocht naar de potjes met geld.

De discussie leidt ons tenslotte naar het onderwerp of het nu gaat om kindvriendelijkheid of leefbaarheid in het algemeen. Aangezien kindvriendelijkheid één van de thema’s is die in de ontwikkeling van wijken steeds vaker ter sprake komt, concluderen we dat ‘kindvriendelijkheid een middel is om wijken in het algemeen leefbaarder te maken, maar dat het geen doel op zich is’.
Vraag 2 – Hoe maak je een wijk kind- en jeugdvriendelijk?
Uit de discussie kwamen een aantal duidelijke tips:
- Luister en praat met bewoners en gebruikers (kinderen dus)
- Doe dit niet alleen zelf, maar zorg er ook voor dat de verschillende groepen met elkaar in contact komen. Zorg voor een interactie tussen jong en oud. Begrip en samenwerken betekent elkaar leren kennen
- Om dit te bereiken zul je flexibel moeten zijn. Dit betekent niet teveel (willen) regisseren vooraf, maar juist gericht zijn op het faciliteren van ideeën die ontstaan
- Hier hangt mee samen dat bewoners medeverantwoordelijkheid zullen moeten dragen voor de wijk. Dat kan alleen wanneer ze verantwoordelijkheid hebben en daardoor een rol kunnen vervullen
Vraag 3 – Hoe maak je een wijk kindvriendelijk zonder speeltoestellen?
Spelen is meer dan alleen maar een aantal speeltoestellen op een speelplek. Spelen kan overal. Dat vraagt er wel om dat kinderen worden verleidt om dit ook op andere plekken dan op de speelplek te doen. Ook hier vraagt het dus om te luisteren naar de gebruikers. Dat is niet alles, het vraagt ook om het eigen vakgebied te overstijgen en daar de kennis van andere professionals bij te halen. Dit verbreed het begrip van spelen in de openbare ruimte en kunnen we meer en meer gaan spreken over ideeën zoals ‘City Gaming’.
Vraag 4 – Zijn duurzame steden in fysiek & sociaal opzicht kindvriendelijk?
De discussie leidt al snel tot het een stellige ‘ja’. Want een duurzame stad is flexibel en een duurzame stad is erop gericht nieuwe gedachten en ideeën te incorporeren. Dit maakt het gemakkelijker om te voorzien in de behoefte aan kindvriendelijke wijken. Wel is het noodzakelijk om na te denken over de regelgeving. De flexibiliteit van een duurzame stad moet terug te zien zijn in het toepassen van de regels. De stad moet de ballenbak worden van kinderen.
Vraag 5 – Bedenk een beter/ander woord voor sociale strategie
Bart Kesselaar gebruikte voor het project in het Oude Noorden de term sociale strategie. Daarmee gaf hij aan dat het startpunt voor wijkontwikkeling door woningcorporaties niet per se het fysiek ingrijpen in de woningvoorraad hoeft te zijn. Hier werd gewerkt vanuit ideeën, motivatie en behoeften van mensen uit de wijk, zowel bewoners als professionals – een sociale strategie dus. De term roept wat verwarring op, omdat al een aantal jaren de roep om een sociaal-fysieke aanpak luidt. Het lijkt daarmee niets nieuws. Het roepen om een sociaal-fysieke aanpak is echter nog wel iets anders dan ook daadwerkelijk starten vanuit de sociale opgave in een wijk. Het oude Noorden en de aanpak van Havensteder is hier een voorbeeld van. Maar een nieuwe term voor sociale strategie als aanduiding voor de Oude Noorden aanpak? Daar broeden we nog even op!
Conclusies van de avond
Ester Heiman sloot de avond af met een reflectie op wat zij gehoord had en dit te verbinden aan de twee geruchten. Zij deed dit vanuit haar achtergrond als stadsantropoloog en haar ervaringen met de kindvriendelijke route in Poelenburg, Zaandam. Dit waren haar conclusies:
Wat we merkten deze avond is dat het woord kindvriendelijk veel vragen oproept: wat betekent het, waar staat het voor, wanneer geef je er prioriteit aan of zou het iets vanzelfsprekends moeten zijn in elke wijk?

Wat het antwoord ook is het dwingt ons door de ogen van een kind te kijken. Het thema prikkelt dus blijkbaar om de bril van gebruikers, in dit geval kinderen, op te zetten. Meerdere keren hoorde ik de deelnemers zich verplaatsten in bijvoorbeeld hun eigen kind om bovenstaande vragen te beantwoorden. Het zorgt er op die manier dus voor dat professionals uit de geplande stad een plek of een wijk vanuit het perspectief van de geleefde stad bekijken.
Dit bevestigt het gerucht, dat de stadsantropologie, met als uitgangspunt de noodzakelijke dynamiek tussen de geplande en de geleefde stad, een methode is om de ontwikkeling van succesvolle kindvriendelijke wijken in gang te zetten.
Zowel professionals als bewoners zijn bereid een steentje bij te dragen aan het maken van een kindvriendelijke wijk. Daarmee kan het een verbindend thema vormen tussen deze twee werelden. Dit is prettig en noodzakelijk. Bewoners en professionals kijken vaak vanuit een heel ander perspectief naar een wijk. Ook spreken zij een heel andere taal waardoor er vaak geen wederzijds begrip is.
Kindvriendelijkheid is niet het enige thema dat deze groepen aan elkaar kan binden. Er werden ook andere thema's genoemd die deze rol zouden kunnen vervullen, zoals werkgelegenheid of veiligheid. Het blijft wel belangrijk bij deze thema’s samen heel precies te formuleren wat daaronder wordt verstaan. Een aansprekend thema is daarom meer een middel om het gesprek te openen en uit te nodigen een zelfde taal te gaan spreken. Maar, en dat hebben we ook gemerkt deze avond, dan begint het werk pas echt!
Stadsgeruchten
In de stad liggen succes en mislukking dicht bij elkaar. Buurten, plekken, stedelijke functies komen op of raken in verval. Steeds circuleren verhalen, geruchten, over ideeën en projecten die navolging verdienen. Er komen veel geruchten over nieuwe succesverhalen op ons pad. In onze serie Stadsgeruchten staan innovatieve stedelijke ontwikkelingsprojecten centraal, projecten die méér dan alleen een verhaal zijn.
In sessies van Stadsgeruchten gaan we met een maatwerkgroep van vijftien professionals in het stedelijke veld aan het werk om de relevantie van de geruchten te ontrafelen. Aan het einde van elke avond trekken we conclusies of het gerucht een plaats in de stedelijke praktijk verdient.
Lees hier meer over de Stadsgeruchten.
Meer weten
Contactpersoon: Ester Heiman
Klik hier om Ester een mail te sturen
Of klik hier voor de contactgegevens van Stipo
Klik hier om mee te lezen over het project in Poelenburg waar Ester Heiman werkte aan een kindvriendelijke route.
Klik hier om meer te lezen over de Stadsantropologie.
Deelnemers Stadsgeruchtensessie 'Kindvriendelijke wijken'
- Annemiek van de Grint, Nijha
- Erik Spiegelenberg, Nijha
- Minka Haverkorn, Buitenom
- Marieke Hoekstra, Stadsontwikkeling gemeente Rotterdam
- Rita Wapperom Stadsontwikkeling gemeente Rotterdam
- Paul Martijnse, deelgemeente Kralingen Crooswijk
- Gerben Helleman, Haaglanden
- Eelco Stapelkamp, deelgemeente Kralingen Crooswijk
- Anneke Olde Monnikhof, senior-communicatieadviseur Rotterdam
- Desiree van Veldhoven, Welzijn Roosendaal
- Bart Kesselaar, Havensteder
- Ester Heiman, Stipo
- Jeroen Laven, Stipo
- Arie van der Ham, Stipo
- Sander van der Ham, Stipo