Sociaal duurzaam investeren in een kindvriendelijke wijk
In tijden van minder geld en minder overheid, is het zoeken naar nieuwe wegen om toch de kwaliteit van een wijk te verbeteren of op zijn minst te behouden. Het gezamenlijk investeren in kindvriendelijke wijken blijkt een ingang om dit voor elkaar te krijgen, zo blijkt uit het project in Poelenburg Zaandam.

‘Kinderen zorgen voor levendigheid op straat en voor sociale contacten tussen alles en iedereen. Gezinnen zijn de dragers van de nieuwe stedelijkheid’. Larry Beasley, maart 2009
In Zaandam staat de wijk Poelenburg aan de vooravond van een omvangrijk herstructureringstraject. Om expliciet ruimte te geven aan de jeugd in Poelenburg, is het ontwikkelen van een kindvriendelijke route onderdeel van het herstructureringstraject. Atelier Rijksbouwmeester ondersteunde de ambitie van de gemeente en gaf Stipo de opdracht om een gereedschapskist te ontwikkelen voor een kindvriendelijke route. Stipo ging aan de slag in een team van een procesmanager, stadsantropoloog en kunstenaar. Het versterken van de dynamiek tussen de geplande en geleefde stad stond centraal in de aanpak.
De dynamiek tussen de geplande en de geleefde stad.
Bij het investeren in een kindvriendelijke wijk is het van belang om te werken vanuit zowel de geplande als de geleefde stad. De geplande stad staat voor het werkveld van professionals als ontwerpers, bestuurders, beleidsmakers en uitvoerders. De geleefde stad gaat over de wereld van kinderen, hun ouders, de scholen en voorzieningen. Hoe ervaren en gebruiken partijen uit de geleefde en geplande stad een gebied en hoe kan een kindvriendelijke wijk daar op aansluiten? De geplande en geleefde stad zijn twee verschillende realiteiten, die een andere taal spreken en anders tegen een plek aankijken. Uiteindelijk vormen zij wel samen het systeem van de stad, of in dit geval van een kindvriendelijke wijk. Het inzoomen op deze twee werelden en het versterken van de dynamiek tussen hen, is het vak van de stadsantropoloog.
In de wijk Poelenburg in Zaandam is bewust vanuit deze visie gewerkt. Het levert een aanpak op die nauw aansluit bij de alledaagse leefwereld van kinderen en andere gebruikers, een professioneel en betrokken proces stimuleert én ruimtelijke kwaliteit biedt.
Vier sporen traject
In Poelenburg is gewerkt met het zogenaamde vier sporen traject (dit concept is ontwikkeld door Stipo en ontwerpbureau Buitenom). Het woord sporen verwijst naar beweging. Een kind beweegt voortdurend, een wijk verandert in de tijd en ook de geplande stad is een dynamisch geheel. De vier sporen aanpak houdt hier rekening mee. Per spoor zijn telkens zowel in de geleefde als de geplande stad verschillende stappen doorlopen om tot een gereedschapskist te komen.
1. Sporen zoeken

Sporen in de geleefde stad vind je door simpelweg de straat op te gaan en je te bewegen tussen en met kinderen, ouders en anderen. De stadsantropoloog die dit project uitvoerde deed alsof zij woonde in Poelenburg en ging er boodschappen doen, spelen met haar kind en een praatje houden met de buurvrouw. Daarnaast hielden de kinderen vanuit school zelf enquêtes over de kindroute. Zo ontstond er zicht op de rituelen, routes, routines en relaties van kinderen in de wijk. Kinderen nemen bijvoorbeeld vaak vaste routes en geven die een naam gebaseerd op wat ze onderweg tegenkomen. Een jongetje had zo drie alternatieven om van school naar huis te lopen; de dierenroute, de mensenroute en de natuurroute. Al naar gelang zijn stemming, koos hij voor een van deze drie. Deze inspiratie is letterlijk in het ontwerp van de kindroute opgenomen. Daarnaast zijn veel gebruikte speelplekken aangepakt om als ‘parels’ van de nieuwe kindvriendelijke wijk te dienen.
2. Sporen trekken
Om een succesvolle kindroute te realiseren is het onvoldoende om kindvriendelijke elementen te ontwerpen en op straat te plaatsen. Ook het sociale aspect is belangrijk: hoe zorg je ervoor dat kinderen, ouders en omwonenden de kindroute (h)erkennen, gaan én blijven gebruiken? Door middel van prijsvragen, modeontwerpen en het opnemen van een filmpje, is gestimuleerd dat kinderen het gevoel krijgen als het ware eigenaar te zijn van een stuk straat.
3. Sporen achterlaten
Het zoeken en trekken van sporen leidt tot enthousiasme en draagvlak bij kinderen, ouders en professionals in de wijk. De verzamelde ideeën leverde een gereedschapkist op vol waardevolle aanbevelingen. Deze hebben geleid tot twee vernieuwde speelplekken en in het najaar volgt de aanleg van een zichtbare kindroute. De ideeën zetten ook andere partijen en professionals in beweging om ‘kindvriendelijke sporen’ achter te laten in Poelenburg . De corporaties onderzoeken hoe zij rond hun bezit plekken waar kinderen gebruik van maken beter kunnen verlichten. Er zijn verkeersmaatregelen in beeld gebracht en discussies aangejaagd over de brede school en maatschappelijke instellingen. De scholen en de moskee organiseren activiteiten om de kindroute levend te houden. Denk aan het jaarlijks lopen van de kindroute van school naar huis op de eerste schooldag, of het benutten van de kindroute op wereldspeeldag.

“Ik speel hier vaak met mijn buurmeisjes, omdat "Dit is onze geheime hut. Overal halen we spullen
ik in de grote speeltuin weggepest word.” vandaan. In elk bosje hebben we een andere hut.”
4. Sporen verdienen
Een kindvriendelijke wijk wordt werkelijkheid als wat onderzocht en ontworpen is, ook gerealiseerd en gebruikt wordt. Bij de stap van sporen achterlaten zijn hiervoor de eerste aanzetten gemaakt, maar zowel de professionele partijen als de kinderen, ouders en bewoners uit de geleefde stad moeten gedurende langere tijd een actieve rol blijven spelen. Net zolang totdat de kindroute daadwerkelijk zijn sporen verdiend heeft en niet meer weg te denken is uit de wijk. Om dit te borgen hebben partijen een coalitie gevormd met een trekker voor de uitwerking van de ideeën. De uitwerking is gekoppeld aan bestaande trajecten als de herstructurering, de onderwijsagenda van de gemeente en initiatieven van bewonersplatforms en maatschappelijke instellingen. Zo wordt kindvriendelijkheid bewust onderdeel van lopende trajecten. Partijen ontmoeten elkaar periodiek om de voortgang te bewaken en successen te vieren.
Lessen
Wat kunnen we leren van het project in Zaandam?
1 Sociale strategie aanjager van duurzame gebiedsontwikkeling
Zeker nu de fysieke wijkaanpak stagneert, vormt de sociale strategie een ‘trigger’ voor duurzame gebiedsontwikkeling.. Er zijn veel partijen die een rol willen spelen als dit ten goede komt aan kinderen. Ondanks dat wijkvernieuwing een proces van lange adem is, kunnen betrokken organisaties al snel resultaten laten zien als het gaat om verbeteren van kindvriendelijkheid.
2 Stadsantropologie vergroot inzicht en samenhang
Beide voorbeelden laten zien dat de stadsantropologie, met haar metafoor van de geleefde versus de geplande stad, een zinvolle benadering is voor het ontwikkelen van een kindvriendelijke wijk. De antropologische onderzoeksmethodes helpen bij het doorgronden van het alledaagse leven in een wijk. Het levert inspirerende verhalen en concrete aangrijpingspunten. De werkwijze helpt ook om aansluiting te krijgen bij het beleid van de betrokken organisaties. Dit is een noodzakelijke voorwaarde voor borging en continuïteit van de aanpak.
3 Duurzaam succes vraagt om samenwerken
Voor het realiseren van veilige oversteekplekken, speeltuinen of huiswerkbegeleiding worden meestal projecten opgezet. Echter, voor een kindvriendelijke wijk is meer nodig. Het blijkt dat het realiseren van een kindvriendelijke wijk geen project is met een begin en een eind, maar eerder een proces van samenwerking. Een proces dat wel start als project, maar met behulp van een bindend element zoals een een gereedschapskist of kindroute, zich ontwikkeld tot een programma. Betrokken partijen stemmen hun activiteiten in dit programma op elkaar af. Zo ontstaat samenhang in de aanpak. Dit vormt de opmaat voor samenwerking waarbij professionals en bewoners elkaars competenties, eigenschappen, kennis en expertise combineren om een resultaat te behalen. Als deze aanpak wordt verankerd in de werkwijze en het beleid van betrokken organisaties ontstaat een krachtig netwerk van ‘co-makers’ uit de geleefde en geplande stad dat borg staat voor een duurzame kindvriendelijke wijk.
Meer weten
Contactpersoon: Ester Heiman
Klik hier om Ester een mail te sturen
Of klik hier voor de contactgegevens van Stipo