Zicht op de dynamiek tussen geplande en geleefde stad
Een sterke stedelijke ontwikkeling vraagt om de kunde van een scala aan professionals: stedenbouwers, planontwikkelaars, verkeerskundigen, architecten en procesmanagers spannen zich in voor een sterke stad. Maar wat gebeurt er als deze mensen vertrokken zijn? Uiteindelijk is de kwaliteit van een gebied afhankelijk van hoe het gebruikt en beleefd gaat worden door degenen voor wie het wel en niet bedoeld is.
Stedelijke ontwikkeling kan volgens Stipo alleen goed gaan als het aansluit bij de lokale cultuur van de belangrijkste gebruikersgroepen in het ontwikkelgebied. Niet door hen pas te betrekken als de plannen klaar zijn, maar door tijdens het hele proces van ontwikkeling hen als uitgangspunt én inspiratiebron te nemen.
Wie zijn de groepen bewoners in een gebied, wat is er specifiek aan hun beleving en gebruik van het gebied en hoe kunnen ze meer onderdeel worden van de investering? Hoe krijg je ook groepen aan tafel die je normaal nooit spreekt? Om deze vragen te beantwoorden heeft Stipo de stadsantropologie omarmd. Het is een verdieping van het werken met comakers uit de Stipo-aanpak: het zodanig betrekken van groepen uit stedelijke wijken èn van professionals dat ze mede eigenaar worden van de ontwikkelopgave, dat ze hun ideeënrijkdom leveren en dat ze mee gaan investeren.

Geplande en geleefde stad
Stadsantropologie heeft de dynamiek tussen de geplande en geleefde stad als uitgangspunt. Tussen plan en realiteit, tussen het bouwen en het uiteindelijke beleven van een plek zit een spanningsveld. De geplande en geleefde stad zijn twee verschillende belevingswerelden, waarbij je vanuit een heel ander schaalniveau naar de stad kijkt en vaak in een heel andere taal erover spreekt.
Toch hebben ze elkaar nodig. Het is juist de expertise van de stedenbouwer of projectontwikkelaar in combinatie met de alledaagse ervaring van bewoners en gebruikers die een sterk plan en uiteindelijk een sterke stad maken. Het inzoomen op deze twee werelden en het versterken van de dynamiek tussen hen, is het vak van Stadsantropologie.
Emic en etic
Stadsantropologie is in eerste instantie een manier van kijken. Vanuit het traditionele vak van culturele antropologie, bekijkt een antropoloog een onderwerp altijd vanuit een emic en een etic perspectief. Emic staat voor het inheemse perspectief, een blik van binnenuit op het systeem. Etic staat voor het uitheemse perspectief, een blik van buitenaf. Vertaald naar de stedelijke ontwikkeling staat emic voor de geleefde stad en etic voor de geplande stad.
Een stadsantropoloog vertrekt meestal vanuit het etic perspectief: vanuit de uitgangspunten en het beleid die professionals aan de stad toeschrijven. Van daaruit duikt de stadsantropoloog de alledaagse stad in, het emic perspectief: op zoek naar hoe mensen de stad beleven, gebruiken en toe-eigenen. De stadsantropoloog vertelt van daaruit over de routes, routines, relaties en rituelen die maken dat mensen zich ergens al dan niet thuis voelen. Dit levert verhalen, observaties en beelden op die weer waardevolle input vormen voor het werk van professionals. De laatste stap van een stadsantropoloog is om het emic en etic perspectief met elkaar te verbinden. Op die manier ontstaat er een vitale dynamiek tussen de geplande en geleefde stad, die zorgt dat het plan geleefd wordt in plaats van het leven gepland.
Wat levert het op?
Stadsantropologie levert kansrijkere en duurzamere plannen op die beter rekening houden met de alledaagse beleving en het uiteindelijke gebruik van een plek, gebouw of wijk. Het uiteindelijke gebruik kan nooit precies voorspeld worden. Maar meer kennis, inzicht en inlevingsvermogen in het complexe weefsel en meervoudige gebruik van de geleefde stad, vermindert de kans op plannen die niet werken zoals ze bedacht zijn. Het biedt inzicht in het fijnmazige weefsel van het publieke leven en geeft de mensen die ergens wonen en werken een gezicht en een verhaal. Verhalen die doorklinken richting de planners, beleidsmakers en ontwerpers als ze aan hun teken- of vergadertafel zitten en maken dat ze de mens als inspirerend uitgangspunt nemen.
Werken vanuit Stadsantropologie
Stadsantropologie kan voor verschillende doeleinden ingezet worden:
- als aanvulling op participatiemethoden (om een nieuwe groep bewoners in beeld te krijgen)
- als alternatieve input voor een woonvisie of masterplan
- als methode om de ziel en de identiteit van een stad of wijk te benoemen en verbeelden met als doel om de stedelijke ontwikkeling beter te kunnen voortbouwen op de specifieke lokale culturen en de karaktereigenschappen van de gevestigde groepen
- als methode om het gebruik en de beleving van een niet goed functionerende plek (plein, park, multifunctionele accommodatie) in kaart te brengen
Stadsantropologie is een methode voor onderzoek, maar ook een manier om tot comakership te komen (het delen van ideeënrijkdom, eigenaarschap ontwikkelen en mee investeren). Vanuit de resultaten van het onderzoek maakt Stipo vervolgens altijd de vertaling naar een product. Dat kan, afhankelijk van de wens van de opdrachtgever, de vorm hebben van een visie, een vernieuwend concept of een concreet en goed uitgevoerd project.
Naast dat Stipo zelf werkt vanuit Stadsantropologie, kan zij de methodiek en inzichten uit dit vakgebied overdragen aan andere professionals. Dat kan in de vorm van een eendaagse excursie of in de vorm van een meerdaags training- en coachingstraject.
Meer weten?
Contactpersoon: Ester Heiman
Klik hier om Ester een mail te sturen
Of klik hier voor de contactgegevens van Stipo