Een ander verhaal over Rotterdam
De laatste tijd wordt er volop gediscussieerd over de vraag of de stad Rotterdam nog wel meetelt als interessante cultuurstad en of de stad zich goed ontwikkelt. De opiniepagina van de NRC, het VPRO-themaprogramma "de eeuw van de stad" en een debattenserie van de RRKC behoren tot de plekken waar de discussie wordt gevoerd.
Spannend en internationaal
Het valt ons op dat in de discussie vaak de bril van de culturele elite wordt opgezet. Wij zetten een andere bril op. We zien een rijk en spannend kunstzinnig en cultureel Rotterdam dat mensen bezighoudt en inspireert. Een stad met kunst en cultuur afkomstig van de straat, waar skaters, parkoer en fixed gear normaal zijn in het straatbeeld. Een stad waar Turkse en Marokkaanse Nederlanders op stedentrip naartoe komen, omdat ze zich er thuis voelen. Een stad waar Chinese, Braziliaanse en andere gemeenschappen hun eigen festivals organiseren. Een stad met een bruisende Kaapverdiaanse cultuur. Waar de Surinaams- Rotterdamse rapper U-niq zijn liefde voor de haven rapt. Een stad met lokale tv-zendertjes die over de kleine kunst en cultuur uitzenden. De stad waar op Katendrecht in theater Walhalla weer zeemansliederen worden gezongen. De stad waar in het Stadshavengebied loodsen vol kunstenaars, filmers en andere creatievelingen actief zijn. Met drijvende badkonijnen in de Rotte en poëzie op de vuilniswagens. De stad waar veel gevestigde culturele instellingen nationaal en internationaal aan de top staan, juist omdát niets er vanzelfsprekend is. We zien een no-nonsense havenstad met een jonge multiculturele bevolking, een stad vol moderne architectuur. Het cultuurklimaat van Rotterdam komt daaruit voort, met een bij de stad passende en inspirerende mix van 'high and low culture'.
Steeds een ander verhaal
Rotterdam vertelt steeds een ander verhaal. Allereerst is er het verhaal van de wederopbouw. Rotterdam is jong, hoewel ze bijna 670 jaar oud is. Op de puinhopen van het bombardement is de stad opnieuw gebouwd. Het bouwen is in de ziel van de stad geslopen. Net als een stad als Almere het nu doet leefde Rotterdam de decennia na de oorlog in de toekomst. Rotterdam koesterde haar clichés. Het geluid van de heipalen was het ritme van de stad. Geen woorden maar daden. Niet lullen maar poetsen.
Medio jaren 80 kwam Rotterdam in een nieuwe fase. De stad wilde niet alleen maar haven- en heipalenstad zijn, maar wilde zich ontwikkelen, zich verbreden. De nota "Het Nieuwe Rotterdam" symboliseerde de afsluiting de wederopbouwfase. De stad begon serieus met de ontwikkeling van een cultureel profiel. Museumpark, evenementenstad, filmfestival. Deze periode was nog wel sterk verweven met het bouwen, maar nu van cultuurgebouwen (Kunsthal, Schouwburg, Architectuurinstituut) en nieuwe symbolen (Erasmusbrug). Dit verhaal van de cultuurlente in de havenstad zorgde voor veel sympathie bij de cultuurliefhebbers in Nederland die bovendien volop werd ingehuurd om de leidende functies in de instellingen te bekleden. In de jaren 80 en 90 vestigden allerlei culturele instellingen zich in de stad. Creatievelingen volgden. Rotterdam was in trek. Deze cultuurlente duurde tot en met 2001 toen Rotterdam Culturele Hoofdstad van Europa was. Het was de bekroning op de culturele inhaalslag van Rotterdam.
Vervolgens kwam het onderwerp veiligheid en integratie steeds prominenter op de politieke agenda van de stad. De stad profileerde zich bovendien steeds vaker met maatregelen rond deze onderwerpen. Daardoor leek het alsof de culturele bloei van Rotterdam tot stilstand was gekomen. Niets is minder waar. De stad bleef investeren in culturele voorzieningen (denk aan een nieuw Foto Instituut, het World Music and Dance Centre, de nieuwbouw van Lantaren/Venster en de realisatie van een Urban Culture Podium) en nieuwe culturele evenementen (zoals de Operadagen, Motel Mozaïque en het Gergiev Festival). Ook de bestaande voorzieningen bleven sterk presteren met aansprekende en succesvolle producties. Toch werd er vanuit de cultuurhoek en andere hoogopgeleide kringen flink gemopperd, misschien wel juist omdat men daar het eerst voelde hoe sterk het imago van Rotterdam leed onder alle aandacht die de stad op zich vestigde vanwege het "aanvoeren van de verkeerde lijstjes". Het beeld van probleemstad met een platte pretcultuur werpt nu eenmaal zijn schaduw vooruit. Terwijl de werkelijke situatie niet zo heel veel was veranderd, was de beeldvorming rond Rotterdam dat wel. En dat gemopper maakt het vervolgens nog erger. Als echte Rotterdammers vinden wij dat er wat moet gebeuren en we sluiten af met drie hartenkreten:
Werk aan de beeldvorming
Het beeld uit de jaren 90 van de havenstad die zichzelf opnieuw uitvindt is uitgewerkt. Het latere beeld van de probleemstad die zijn problemen succesvol bestrijdt geeft niet direct het idee dat Rotterdam zo leuk is. Het is tijd voor een nieuw beeld, een nieuw imago. Dat is het beeld van de volwassen internationale cultuurstad. Volwassen betekent aandacht voor de bestaande instellingen en evenementen. Zomerfestivals, Filmfestival en Dance Parade zijn een begrip geworden. De Kunsthal, museum Boijmans van Beuningen, de Schouwburg en De Doelen komen jaar op jaar met spraakmakende exposities, voorstellingen en concerten en blijven hun (internationale) publiek trekken. Dit is geen vanzelfsprekendheid. Onderhoud, vernieuwing en versterking is cruciaal. Internationaal betekent waardering voor de cultuuruitingen van de vele culturen en subgroepen die Rotterdam rijk is. Dit is het nieuwe verhaal van Rotterdam. Maar dan moet het wel worden verteld.

Zorgvuldig met culturele zones
De Wilhelminapier, het Lloydkwartier, de Witte de Withstraat, het Museumpark. Alle interessant, maar nog nét niet helemaal gelukt als aantrekkelijke zone voor cultuur. Te vroeg gestopt met investeren, te weinig geluisterd naar de culturele en andere partijen die de stad snappen. Te veel laten leiden door quick wins in plaats van visie. Dit leidt tot een flitsende start en daarna geleidelijke achteruitgang in plaats van vooruitgang. Soms is het nog erger en worden culturele voorzieningen uit hun habitat gehaald en al te gemakkelijk verplaatst naar een nieuwe plek. Er blijft een gat achter en de voorziening moet op een nieuwe plek zien te overleven. Zowel overheid als culturele en marktpartijen mogen zichzelf dit kwalijk nemen. Met alle frustraties als gevolg. Binnenkort volgt een nieuwe uitdaging. Met het nieuwe Centraal Station ontstaat er rondom het Kruisplein een unieke multiculturele entree van de stad. Met de Kruiskade, het China- en Suritown van Rotterdam aan de westzijde. Met de Westersingel, culturele as, aan de Zuidzijde. En het Schouwburgplein, het belangrijkste podiumplein van Nederland aan de oostzijde. Het kan een unieke plek worden in Rotterdam en het land. Maar dan moeten gemeente, ontwikkelaars, culturele partijen wel samen optrekken en dit een flinke tijd volhouden.
Voed de humuslaag
In een stad van vernieuwing komen er allerlei initiatieven naar boven. Ze vinden vaak zelf hun weg, deels hebben ze wat hulp nodig.
We spreken van cultuur die minder gepolijst en nog niet zichtbaar is voor het grote publiek, maar die ook kan uitgroeien tot iets groots. Denk aan gabber en house die ook zo klein begonnen zijn. Of aan festivals als het International Film Festival Rotterdam, het Zomercarnaval, de Internationale Keuze en het festival Witte de With. Dromers en idioten moeten de kans krijgen zich te bewijzen of worden gekoppeld aan meer ervaren mensen. Rotterdam is een kraamkamer voor nieuwe culturele uitingen, van experiment en vernieuwing. Maar de stad Rotterdam is op een aantal fronten minder actief dan andere steden; zo heeft de stad geen serieus broedplaatsenbeleid, terwijl de andere drie grote steden hier volop op inzetten. Het creëren en onderhouden van de humuslaag is niet alleen een uitdaging voor de gemeente. Het is ook een uitdaging voor Rotterdammers. Bijvoorbeeld door de instandhouding van het huidige Lantaren Venstergebouw aan de Gouvernestraat als productiehuis voor jonge generaties podiumkunstenaars.
Rotterdam moet zich niet willen vergelijken met anderen. Rotterdam is naast de stad met de grootste haven van Europa een stad met grootstedelijke uitdagingen en van eigenzinnige stedelijke cultuur. Er valt in Rotterdam nog veel te winnen. Het is een speeltuin voor mensen met ideeën en passie. Een uitdagende plek, niet alleen voor de traditionele cultuurliefhebber, maar ook voor die van de toekomst.
Auteurs
Jan Brouwer, directeur ABF Cultuur
Carolien Dieleman, programmamanager Hogeschool Rotterdam
Stef Fleischeuer, bestuur Lantaren Venster
Paul Gerretsen, agent vereniging Deltametropool
Jeroen Laven, partner Stipo, Inspiring Cities
Kees Machielse, lector Gebiedsontwikkeling Hogeschool Rotterdam
Johan Moerman, directeur Stichting Rotterdam Festivals
Paul van Oort adviseur, Van Oort Culturele Zaken
Jan Oosterman, adviseur Vrijetijdseconomie, DHV
Gabriël Oostvogel, directeur De Doelen
Wies Sanders, directeur Architectuur Filmfestival Rotterdam
Wouter Spoor, directeur ROOPS design, Inspiring Cities
Jan Zoet, directeur Rotterdamse Schouwburg
Meer informatie: Jeroen Laven