Jan Ilsink
2011: Blijf actief in coaching van teamleden en partners in projecten in de ‘Stipo-aanpak. Voorts betrokken bij ontwikkelen visie op woningbouwcorporaties om oplossingen te vinden voor problemen waarmee die worden geconfronteerd. Ga door met pogingen het thema ‘publiek domein’ vanuit een historisch-maatschappelijk context in de vingers te krijgen. Verblijf elk jaar nog enkele maanden in Bolivia.
2009 - 2010: Vooral bezig met training en coaching van de Stipo-aanpak. Intern voor het Stipo-team. Extern rond projecten die Stipo onder handen heeft. Spannend te ontdekken welke kennis, ervaring en inzicht nog, en hoe, relevant zijn voor oplossen problemen in de huidige tijd. Bezoek aan collega’s in Letland en Rusland. Besluiten een toekomstgerichte terugblik op onze projecten 10 jaar geleden te organiseren, waarvoor uiteindelijk geen financiering wordt gevonden.
2008: Lid van het Stipo-team train ik in duo-verband projectleiders van de gemeente Binnenmaas in ‘projectmatig werken'. Fantastisch om de Stipo-aanpak met eigen ervaringen, inzichten en kennis, over te dragen op en te ontwikkelen met jongeren.
2004 - 2008: Na mijn pensionering breng ik veel tijd door in Latijns Amerika, waar mijn partner in 2007 overlijdt. In lezingen en gastcolleges en ‘vrijwilligerswerk' toets ik òf en hoe de Stipo-aanpak kan landen in de cultuur en werkelijkheid dáár. Ik blijf verbonden als ‘geweten' met het Stipo-team.
2004: Door gezondheidsproblemen van mijn levensgezellin gaan wij met vervroegd pensioen. Het afscheidssymposium dat ik mag organiseren krijgt de titel: "Einde poldermodel, kansen voor RO op menselijke maat".
1999 - 2004: Leid of ben verbonden aan verschillende projecten bij provincie Zuid-Holland: Streekplan Rijnmond, ‘Vitale Steden', ‘Deltametropool'. Ik ben initiatiefnemer en producent van ‘Kennisdeler', een bijdrage tot kennismanagement bij provincie Zuid-Holland.
1995 - 1999: Ben projectleider van het samenwerkingsproject van provincie en gemeenten: ‘Ruimtelijke Inrichting Hoeksche Waard (RIHW)', waarin aansluiting wordt gezocht en gevonden bij maatschappelijke organisaties in het gebied. Als lid van de adviescommissie programmering AIR-Southbound krijg ik gelegenheid mijn inzicht in processen en mogelijkheden van de Hoeksche Waard vanuit nieuwe ingangen te vergroten.
1994 - 1995: Het provinciaal bestuur gaat experimenteren met ‘eigen projecten'; Ik word projectleider van het GS-project ‘Agrarische Zaken' waarin nieuwe relaties tussen provincie en de ‘agrarische bedrijfskolom' worden gezocht. Ik kom in een ‘nieuwe wereld', waarin opnieuw de Stipo-aanpak blijkt te werken.
1992 - 2002: Voor de theoretische onderbouwing, ontwikkeling en verbetering van mijn werk in het project Drechtoevers zoek ik contact met mijn vriend Geer Koopmans, die het vak Stipo (Strategisch Innovatieve Ruimtelijke Productontwikkeling) geeft aan de UvA. Na een jaar samenwerken besluiten onze directeuren dat met ‘gesloten beurzen' Geer één dag per week mijn werk gaat doen en ik één dag in de week zijn werk. Geer is dus één dag per week adviseur in mijn projecten en ik geef één dag in de week praktijkcolleges op de UvA. Ongelooflijk inspirerende tijd! Zo spijtig dat Geer er niet meer is!
1992 - 2003: De provincie Zuid-Holland ziet in mijn levensbeschouwing en politieke overtuiging aanknopingspunten mij in te zetten in samenwerkingsprojecten met ‘Oost-Europa'. Ik neem als EU-counterpart deel in verschillende internationale projecten in Letland en Rusland. In de vele missies naar die landen voel ik de polsslag van dat tijdsgewricht en kan bijdragen aan het uit een ‘shock' bevrijden van werkers in en aan het publieke domein in die landen. We zetten nieuwe lijnen uit naar de toekomst. Ook Geer en Hans van Stipo worden in dit internationale werk ingeschakeld.
1990 - 1994: Na vaststelling van het streekplan Zuid-Holland Zuid vraag ik aan de provincie mij ‘mee te sturen met dat streekplan' om samen met gemeenten het ‘structureel element: herstructurering van de oevers van de Beneden Merwede, Oude Maas en Noord tot nieuw stedelijk centrum', te implementeren. Ik wordt plv. projectleider van het projectbureau ‘Drechtoevers' dat in 1994 een ‘Masterplan' opstelt. Ik ontdek dat ik voor dit werk geheel nieuwe competenties moet aanboren, dan ik leerde op de universiteit en toepaste als planoloog. Mijn onderhandelingservaring als vakbondsvertegenwoordiger, mijn in de studentenbeweging ontwikkelde politieke inzicht en mijn opgedane kennis als opvoeder van mijn kinderen, blijken goed van pas te komen.
1973 - 2000: In verschillende functies werk ik bij de provincie Zuid-Holland aan regionale projecten: verstedelijkingsstudies en streekplannen. Ik leer denken op en schakelen tussen lokaal, regionaal en nationaal niveau. Naast dit vakinhoudelijk werk ontwikkel ik belangstelling voor arbeidsomstandigheden waaronder dit werk plaatsvindt en de relatie tussen beide. Ik wordt actief in de vakbond ABVAKABO bij de provincie, wordt vertrouwenspersoon voor individuele belangenbehartiging en lid van het Georganiseerd Overleg. Het besef deel uit te maken van een wereldwijde gemeenschap en daarin ook een verantwoordelijkheid te hebben, doet mij aansluiten bij een solidariteitgroep met de, op dat moment onder zware repressie van het Apartheidstelsel staande, vakbeweging in Zuid-Afrika. Deze contacten leveren voor mij belangrijke inzichten op in intermenselijke verhoudingen zonder grenzen.
1969 - 1985: In 1969 trouw ik, in 1972 wordt onze zoon Hilko in Delft geboren, in 1973 studeer ik af als stedenbouwkundig ingenieur, treed in dienst van de provincie Zuid-Holland en in 1975 wordt onze dochter Sirpa in Den Haag geboren. In 1983 wordt het huwelijk ontbonden, waarbij de zorg voor de kinderen aan mij wordt toevertrouwd. In 1985 komt mijn nieuwe, uit Zuid-Amerika afkomstige, levenspartner Consuelo bij ons wonen.
1964 - 1969: Na het vervullen van militaire dienstplicht ga ik in 1964 studeren aan de afdeling Bouwkunde van de TU Delft. Na een jaar word ik redacteur van het studentenblad, sluit me aan bij de studentenvakbeweging en ben in '68-‘69 actief in de democratiseringsbeweging. Op Bouwkunde organiseer ik met anderen een ‘woningbouwtribunaal' dat de vraag moet beantwoorden waarom er bijna 25 jaar na het einde van de 2e wereldoorlog er in Nederland nog steeds woningnood bestaat? In 1968 ga ik in het bestuur van de studievereniging Stylos. In 1969 word ik student-assistent van de nieuwe hoogleraar stedenbouwkundig ontwerpen Niek de Boer, die ook directeur van de Provinciale Planologische Dienst in Zuid-Holland is. Deze tijd heeft mij geleerd om tegelijkertijd ‘op, soms heel, verschillende borden te schaken', de ervaring en resultaten van die ‘partijen' met elkaar te verbinden, tegenkomende problemen theoretisch te doorgronden maar vooral altijd praktische resultaten binnen te halen.
1943 - 1964: In 1943 word ik in Deventer geboren en groei op in Hengelo in een gezin met drie kinderen. Ik word gefascineerd door vliegtuigen op de vliegbasis Twente en wil piloot worden. Ik krijg vlieglessen en haal het theoretisch deel van vliegbewijs A. Na mijn eindexamen in 1962 zal ik naar de Rijksluchtvaartschool gaan in Eelde waarvoor ik ben toegelaten. In dat jaar gaat het echter wat minder met de KLM en neemt de RLS geen nieuwe leerlingen aan. Ik besluit in militaire dienst te gaan om tijd te winnen over mijn toekomst na te denken. In dienst werk ik bij de vliegverkeersleiding maar besluit toch om van mijn luchtvaartambities af te zien en bouwkunde te gaan studeren.
