Team voor stedelijke ontwikkeling
Zoek >
Aanmelden nieuwsbrief >
English
Leestekst A A
home
STIPO is
STIPO biedt
Stad & Mens
Stad & Cultuur
Stad & Economie
Stad & Ruimte
Stipo Academy
StadsLAB
Stadsgeruchten
Partners
Agenda

... zulks ter wille van de samenleving

Interview Stipo-aanpak

Yvonne Rijpers interviewde de vier vennoten, Kees Jansen, Arie van der Ham, Jeroen Laven en Hans Karssenberg over de Stipo-aanpak. Waar staat die voor?

Wat is de ‘Stipo-aanpak’ in het kort?

Hans Karssenberg: “De Stipo-aanpak is een aanpak voor stedelijke ontwikkeling, ruimtelijke strategie en conceptontwikkeling. De Stipo-aanpak is ontwikkeld aan de Universiteit van Amsterdam en daarna doorontwikkeld door praktijktoepassing, die ook elke keer weer nieuwe vragen oproept.”

Arie van der Ham: “Kernwoorden van de Stipo-aanpak zijn: oplossingsgerichtheid – denken in kansen in plaats van problemen en obstakels; strategie – je doel bepalen en van daaruit de weg ernaartoe beredeneren; en creativiteit – oplossingen zoeken buiten de gebaande paden, met behulp van onverwachte samenwerkingsverbanden.” 

Wat is de drijfveer achter de Stipo-aanpak? 

Kees Jansen: “Wat ons altijd opvalt, is dat er weinig echt bewust wordt nagedacht over de methode voor stedelijke ontwikkelingsprocessen. We zien dat dit leidt tot projecten die meer van het gemiddelde opleveren, of onderweg veel frustraties oproepen. Wij denken dat je veel bewuster over aanpak kunt en moet nadenken.” 

Jeroen Laven: “De drijfveer is te komen tot een betere praktijk. Die praktijk zien we als alles dat met ontwikkeling van gebieden te maken heeft en met de kwaliteit van leven van mensen in die gebieden, nu, maar ook overmorgen. Herstructurering, cultuur, ruimtelijke ontwikkeling, economie of maatschappelijke ontwikkeling – dat pakken we eigenlijk als een geheel op. Daar is de Stipo-aanpak voor.” 

Wat karakteriseert de aanpak? 

Arie: “Het is niet een automaat waar je munten in gooit en dan rolt er iets uit. Het is een verzameling inzichten uit de praktijk en uit de literatuur. Om ontwikkelingsprocessen creatiever te maken, kan je veel leren uit de creativiteitsleer, maar dat krijgt pas waarde als je theorieën kunt doorvertalen naar praktisch handelen. 

De Stipo-aanpak is geen gesloten, maar een open aanpak. De aanpak ontwikkelt zich voortdurend. We kijken naar wat de samenleving op dit moment vraagt van overheden – waar we veel voor werken. Andere belangrijke partijen zijn corporaties, investeerders, bewonersorganisaties, eigenlijk alle partners die iets met ontwikkelingsgebieden doen. 

De positie van deze partijen ten opzichte van elkaar, en ten opzichte van inwoners, is in de afgelopen tien jaar erg veranderd in Nederland, en trouwens ook in Europa. Deze verandering vindt ook weer zijn weg terug naar de aanpak. Die is nu anders dan tien jaar geleden en zal over tien jaar ook anders zijn dan nu.” 

Hoe ziet de methode eruit, stap voor stap? 

Jeroen: “We kijken eerst naar de opgave. Een probleemeigenaar formuleert die vaak in het klein. We beginnen daarom eerst om de opdracht te herformuleren en in een bredere context te plaatsen: de ruimere omgeving en de langere termijn. Dan beredeneren we welk proces er nodig is en welke aanpak daarbij hoort. Maar ook dan passen we die onderweg aan. Je kunt niet star zijn, want ieder gebied is uniek, iedere bevolking is uniek, iedere organisatie is uniek.” 

Hans: “We proberen in het begin de lokale cultuur te doorgronden, zowel in de organisatie als in de bevolking. Je moet elke keer op andere knoppen drukken, in Parkstad Limburg moet je heel andere dingen doen dan in Enschede. In Amsterdam, of in Tatabánya in Hongarije is dat weer anders.” 

Wat zijn de belangrijkste uitgangspunten? 

Kees: “Je kunt mensen wel trucjes leren, maar die werken niet meer als er iets aan de omstandigheden verandert.” 

Hans: “We maken daarom onderscheid tussen inzicht en kennis. De Stipo-aanpak is erop gericht om mensen inzichten te leren, het begrijpen waarom processen zo lopen zoals ze doen. Vanuit het inzicht kunnen ze hun eigen handelen inrichten.” 

Arie: “We werken altijd vanuit een driehoeksrelatie tussen inhoud, aanpak en structuur. Als je inhoudelijke ambities veranderen dan moet je de structuur mee veranderen. Je moet dus nadenken over organisatiestructuren, middelen en instrumenten. Als deze vertaalslag al in de praktijk wordt gemaakt, dan stopt het daar vaak mee. Terwijl je ook nog moet kijken naar de aanpak; de vaardigheden, de attitude waarmee mensen in het werk staan. Anders beklijft een verandering van ambities nooit.

Als je je ambitie verhoogt, moet je opeens van een andere strategie en vaardigheden kunnen bedienen om je doelen te bereiken. Je moet in staat zijn medewerking te verkrijgen, scepsis te overwinnen, manieren voor financiering te vinden en een organisatie op te zetten. Je kunt dus inhoud, structuur en proces niet los van elkaar zien.” 

Jeroen: “De aanpak is gericht op flexibiliteit: je past je proces steeds aan vanuit de strategie die je hebt, en vanuit de inhoudelijke doelstellingen die daarachter liggen. We vragen daarbij steeds “is dit wat we over twintig jaar met elkaar bereikt willen hebben?” – het streefbeeld – en dan redeneren we terug naar wat er nodig is om dat te bereiken. We redeneren dus niet vanuit het hier en nu naar de toekomst, maar andersom. Een omkering die je veel strategischer en sturender maakt.

Streefbeelden zijn wel richtinggevend maar nooit knellend. Om het streefbeeld te realiseren moet je nadenken over de strategie die je moet ontwikkelen, over samenwerkingspartners die nodig zijn om dat te bereiken. Negen van de tien keer merk je dan dat alleen gemeenten en corporaties dan onvoldoende zijn, maar dat je ook andere investeerders – in de breedste zin van het woord – moet aanspreken, bewonersnetwerken, etc.” 

Waar is de Stipo-aanpak voor inzetbaar? 

Hans: “Ontwikkelingsopgaven in de breedste zin. We brengen vernieuwing aan, want daar ligt vaak de opgave: niet nog meer van wat er al is, maar het onderscheidende, het bijzondere naar boven halen. Dat doen we cultureel, fysiek, economisch en sociaal.

Een voorbeeld: het Stadionplein in Amsterdam. Hiervoor moest een nieuw ontwerp komen. Binnen dat proces hebben we een Coalitie opgericht voor het bredere Olympische Gebied, om over de programmering van het gebied na te denken en daar met partijen in het veld een alliantie voor te starten. Zij versterken elkaar in het animeren van het onderscheidende Olympische karakter van het gebied, bijvoorbeeld door er sport- en cultuuractiviteiten te organiseren. Een ander voorbeeld is Zaanstad, met Inverdan-West, de tweede kant van het grote centrumproject. We kijken welke sociale voorzieningen nodig zijn, maar eigenlijk wat ervoor nodig is om kwaliteit van leven in deze opgave te brengen, en te voorkomen dat het een stationsachterkant wordt.

We werken aan Wonen, welzijn en zorg, conceptontwikkeling zoals voor StudentCity in Rotterdam, internationale projecten zoals ReUrbA, dat geeft de breedte wel aan.” 

Kees: “Al deze praktijkprojecten wenden we aan om bestaande kennis te verrijken met nieuwe. We componeren als het ware: door kruisbestuiving creëren we iets nieuws. De kennis en inzichten geven we zoveel mogelijk open source door, binnen en buiten het project.” 

Arie: “Voor het doorgeven van kennis en inzichten geven we daarnaast ook trainingen: training on the job, coaching. Kenmerkend is dat we deze niet los zien van de werkpraktijk – de werkpraktijk is de training voor ons. Ook als we aan een project werken in de werkpraktijk combineren we dat met ontwikkeling van vaardigheden. Wij zijn immers op gegeven moment weer weg, en dan moet de organisatie in staat zijn om het verder op te pakken. Daarbij hebben ze vaak andere vaardigheden nodig dan ze uit huis hebben gekregen.” 

Op welke schaal is de Stipo-aanpak gericht? 

Kees: “Lokaal, (boven)regionaal en internationaal. We kiezen primair voor lokale en (boven)regionale projecten. Ook de internationale projecten zijn gericht op wat je op die schaalniveaus wilt bereiken. We willen dicht genoeg bij de uitvoeringspraktijk staan. Daar heeft onze aanpak het meeste effect, anders gaat de energie vaak in andere dingen zitten. Uiteindelijk is het ons vooral te doen om het bereiken van beklijvende resultaten voor de lokale en regionale samenleving.” 

Inhoud
1.
Wat is de ‘Stipo-aanpak’ in het kort?
2.
Wat is de drijfveer achter de Stipo-aanpak? 
3.
Wat karakteriseert de aanpak? 
4.
Hoe ziet de methode eruit, stap voor stap? 
5.
Wat zijn de belangrijkste uitgangspunten? 
6.
Waar is de Stipo-aanpak voor inzetbaar? 
7.
Op welke schaal is de Stipo-aanpak gericht? 
Print dit artikel
Stuur dit artikel door
Stipo Amsterdam: +31 (0)20-4233690 / Stipo Rotterdam +31(0)10-2041590 / contact@stipo.nl