De stad laat zich niet vangen in één discipline
Stipo werkt vanuit een eigen visie op sterke stedelijke gebieden en samenlevingen. Om deze visie in de stedelijke ontwikkelingspraktijk te krijgen is Stipo opgericht, aanvankelijk vanuit de Universiteit van Amsterdam en sinds 1995 als zelfstandige organisatie. De visie is in zijn essentie uit te drukken in vier kernwaarden (zie verder). Doordat we die samen met onze opdrachtgevers en hun netwerken per project uitwerken krijgt ieder project zijn eigen unieke kleur.
Stipo staat op allerlei manieren in de stedelijke ontwikkelingspraktijk: via de Stipo Academy met trainingen, publicaties, studiereizen en andere vormen van kennisdelen, op het niveau van de stad(sregio) als geheel, op het niveau van de vleugels van de Randstad, ministeries en internationaal. Maar vooral ligt een belangrijk deel van ons werkveld in gebieden binnen de steden: in stedelijke gebiedsontwikkeling. Over Stipo's aanpak van deze gebiedsontwikkeling gaat deze handout.
Soorten gebiedsontwikkeling bij Stipo
Stedelijke gebiedsontwikkeling komt bij Stipo tot uiting in een gelaagdheid van directe concreetheid tot een meer strategische gebiedsontwikkeling:
- stedelijke vernieuwing zoals de Amsterdamse Kolenkitbuurt en Vogelbuurt/IJplein in Noord, Wesselerbrink Enschede, Inverdan Zaanstad;
- stedelijke herontwikkeling en herpositionering zoals Museumplein en Stadionplein in Amsterdam;
- nieuwbouw zoals Olympisch Kwartier Amsterdam, woonzorgwijk Wijk van je Leven in Binnenmaas, de Zaanse VINEX-wijk Assendelft Noord, en Huis ter Heide in Zeist
- het opzetten van nieuwe gebiedscoalities zoals die voor het Olympisch Gebied Amsterdam en de wijkeconomie in Dordrecht.
Vaak zijn het mengelingen tussen deze vormen van gebiedsontwikkeling.
Interdisciplinaire gebiedsontwikkeling
De stad laat zich wat ons betreft niet vangen in één discipline. De stad is niet alleen maar ruimtelijk of sociaal of economisch of cultureel. De stad is alle vier tegelijkertijd.

Bij elke stedelijke gebiedsontwikkeling treffen we een andere samenstelling van vragen en disciplines aan. Bij het Museumkwartier in Amsterdam is er een culturele en ruimtelijke ontwikkelingsopgave, maar is ook gebleken dat het Museumplein met van 5 mln bezoeken per jaar die de vier culturele instellingen in de nabije toekomst bij elkaar zullen trekken de grootste attractie is van Nederland. Dit aantal bezoeken staat gelijk aan een geschatte € 1 miljard directe bestedingen per jaar.
In de aandachtswijk Wesselerbrink in Enschede Zuid is niet de ontwikkeling van het gebied centraal gesteld, maar het doel dat bewoners en andere gebiedsgebruikers weer trots zijn op hun omgeving. Daarbij zijn vervolgens sociaal-ruimtelijke innovaties ingezet, zoals een voorzieningencorporatie op gebiedsniveau, ruimtelijk ontwerp en beheer door bewoners zelf hun eigen hofje te laten bedenken, maar ook handel en cultuur om bewonersgroepen tot duurzame uitwisseling te brengen.
In Wormerveer Noord is het van belang ruimtelijk in te grijpen, maar voor de bewoners van deze wijk onder druk is het minstens zo belangrijk om via extra jeugdonderwijs aan sociale stijging te werken en om de economie in de wijk te versterken. Het Stadionplein in Amsterdam kende als opgave om het best denkbare plein te krijgen, met een nieuw ruimtelijk en landschappelijk ontwerp, maar ook door programmering passend bij de positie in Amsterdam. En zo zijn er nog vele andere voorbeelden uit onze ervaring.
Stad, cultuur, economie, ruimtelijke ontwikkeling en samenleving gaan elke keer weer in een andere combinatie hand in hand bij de interdisciplinaire stedelijke ontwikkeling. Stipo is bij uitstek sterk in het overstijgen en verbinden van deze disciplines.
Stipo beschikt om deze reden over een interdisciplinair team met ruimtelijk strategen, sociaal en economisch onderlegden, maar bijvoorbeeld ook cultuurwetenschappelijk en psychologisch. Daaromheen werkt Stipo in een netwerk van experts op bijvoorbeeld stedenbouwkundig gebied. De stedelijke gebiedsontwikkeling pakt Stipo per definitie op deze interdisciplinaire wijze op.
Vier kernwaarden voor de stad
Stipo stapt nooit ‘zomaar' in gebiedsontwikkelingsprojecten. Ieder project zien we als kans om de stad als geheel langdurig sterker te maken. De vier kernwaarden van waaruit we aan deze ambitie invulling geven zijn: langdurig, ziel, meervoudig en publiek. Achter deze tot eenvoud teruggebrachte begrippen gaat een wereld aan denken en ervaring schuil. Hieronder geven we kort de betekenis aan van hoe wij tegen gebiedsontwikkeling aan kijken.
Langdurig
In de stedelijke gebiedsontwikkeling scheppen we zoveel mogelijk de condities om investeringen te plegen die een langdurige kwaliteit opleveren. Het project moet niet alleen financieel sluiten aan het einde van de grondexploitatieperiode, maar ook daarna een blijvende kwaliteit voor de omliggende stad en de stedelijke samenleving opleveren.
Je kunt dit ook ‘duurzaam' noemen, maar dan wel duurzaam op een samenhangende manier. Aandacht voor energie en grondstoffen zijn belangrijk, maar op zichzelf niet voldoende om langdurige kwaliteit te krijgen. Daarvoor is bijvoorbeeld minstens zo belangrijk dat het gebied flexibel genoeg is opgezet om door de decennia heen te kunnen veranderen terwijl het toch een sterke samenhang houdt. En er is nodig dat mensen er voldoende van houden om erin te blijven investeren.

‘Langdurig' komt bij onze gebiedsontwikkelingsprojecten niet alleen tot uiting in de visie aan het begin, maar ook in de strategie om het daadwerkelijk uit te voeren en daarna te handhaven. Bijzondere ambities vragen immers ook om bijzondere aanpak en strategie - anders blijft het bij een mooi boekje.
Ziel
Het eigene, soms unieke van stadsgebieden is voor ons vertrekpunt voor de ontwikkeling. Steden zijn geen tabula rasa, maar hebben een ziel. Ziel is voor ons ruimtelijk, maar ook cultureel. Ziel betekent op stedelijk gebiedsniveau dat wij ons zowel ruimtelijk als cultureel verdiepen in wat eigen is aan het gebied, en dat ook in een bredere context van de omgeving bezien.
Ziel is verleden, maar ziel is wat ons betreft nadrukkelijk ook toekomst. Het is dus nooit vasthouden aan gisteren als doel op zich. Soms is het nodig en mogelijk een fors nieuwe ziel in een gebied te creëren. Het ontwikkelen van de bestaande stad lukt het beste waar het lukt om de uniciteit van de plek aan te boren. Stipo stuurt dus niet zozeer op begrippen als ‘leefbaarheid' of ‘schoon-heel-veilig'. Rome is niet schoon, niet heel en niet veilig, maar het is wel een van de mooiste steden ter wereld.
Vaak liggen in de eigenheden, bestaand of latent, ook de kansen om een nieuwe ontwikkeling met partners in te zetten. Of het nu gaat om het Olympische karakter van het gebied rond het Olympisch Stadion uit 1928 in Amsterdam, dat de basis vormde voor het oprichten van de Stichting Promotie Olympisch Gebied met NOC*NSF en Rietveld Academie, of Zaanstad Nieuw West waarin het kindvriendelijke karakter en de grote hoeveelheid eenpitters latente kwaliteiten waren die voorheen in de wijkontwikkeling nauwelijks een rol speelden.
We tonen in onze projecten een grote nieuwsgierigheid en veel respect voor de grote verschillen die er in lokale culturen kunnen bestaan. Die te begrijpen brengt vaak belangrijke sleutels met zich mee om de gebiedsontwikkeling goed en samen met de partners en gebruikers te laten verlopen. Daardoor is geen gebiedsontwikkelingsproces hetzelfde.
Meervoudig
Waar de stad niet goed functioneert is vaak sprake van monotonie of monocultuur. We benaderen de stad als gelaagd en gemixt. We kijken vanuit een meervoudig perspectief naar stedelijke gebieden en hun ontwikkeling. Er is niet één discipline die de waarheid in pacht heeft, en ook bij de gebruikers zijn er groepen te onderscheiden die elk hun eigen gebruikswensen en waarheden kennen. Onze methoden zijn gericht op het mobiliseren van die meervoudigheid.
Meervoudig is het gebied ook in de tijd. Een stadsgebied is nooit af, er is altijd beweging. Er zijn tussenfases tussen oud en nieuw, waarin katalyseren nodig is. Er zijn fases van chaos die om meer structuur vragen maar ook fases van orde die juist om meer chaos (beweging) vragen. We maken positief gebruik van de tussentijd die tussen oud en nieuw ontstaat.
In hun verschijning en gebruik door de tijd heen zijn stadsgebieden interessant wanneer er steeds allerlei wisselende combinaties van functies en gebruikersstromen zijn. Onze strategie voor stedelijke gebiedsontwikkeling is erop gericht om vanaf het begin van het project bij die verschillende stromen, functies, geluiden, fases en verschillende disciplines kennis te mobiliseren voor het project.
Publiek
Een van de randvoorwaarden om het positieve uit de stad naar voren te halen is in onze visie een sterk publiek domein. Dat publieke domein benaderen we zowel fysiek als cultureel.
Fysiek zien wij het publiek domein als de totaalervaring die stadsgebruikers hebben vanaf de openbare weg. Het gaat daarmee niet alleen maar om de straat, maar ook om de gevels die daarlangs staan. Hoe openbaar zijn die ingericht? Welke samenhang is er? Zijn er sociale ogen op alle tijdstippen op de dag? Hoe is de programmering?
Cultureel gezien is het publieke domein ook niet-tastbaar aanwezig. Het oprichten van een coalitie tussen partners om publieke doelen te dienen, zoals het organiseren van activiteiten in de openbare ruimte, is het actief vorm geven aan dat culturele publieke domein.
Stipo-aanpak voor stedelijke gebiedsontwikkeling
Wie bijzondere ambities heeft, heeft ook een bijzondere aanpak nodig om die ambities te bereiken. Dat is voor ons de reden om niet aan het ‘wat', maar ook aan het ‘hoe' bewust vorm te geven. De Stipo-aanpak is aanvankelijk ontwikkeld aan de Universiteit van Amsterdam, en vervolgends doorontwikkeld en verrijkt in de praktijk. Bij stedelijke gebiedsontwikkeling zijn zeven principes belangrijk in onze aanpak.
Aanpak principe 1: Netwerkgericht
Stedelijke gebiedsontwikkelingsprojecten zijn tegenwoordig niet meer zo slim als de projectleider, maar zo slim als het netwerk dat je weet op te bouwen. Die netwerken benutten we voor comakership (mensen zo betrekken dat ze mede eigenaar worden) en coalitievorming (samen investeren, in de breedste zin des woords).
Interactiviteit is voor ons géén doel op zich, maar een sterk geregisseerde vorm van ontwikkeling met bepalende partners uit de omgeving. Ons primaire doel is niet draagvlak maar het mobiliseren van nieuwe kennis en ideeën, en daardoor het vergroten van de creativiteit van het ontwikkelproces. Daarbij analyseren we wie welk belang heeft, waar belangen samen vallen en hoe initiatieven aan elkaar zijn te koppelen. De kunst is voor ons om in netwerken ideeën te ontwikkelen en uit te voeren zonder dat dit leidt tot grijze soep door een eindeloze reeks compromissen.

Aanpak principe 2: Samenhang en context
De bestaande stad laat zich niet in onderdelen uitsplitsen. Stedelijke gebiedsontwikkeling is in die zin niet ‘ingewikkeld', zoals een maanlanding ingewikkeld is: het is een moeilijke onderneming omdat er veel moet gebeuren, maar als je maar alle stappen doorloopt bereik je je doel. Stedelijke gebiedsontwikkeling is eerder ‘complex', zoals het opvoeden van een kind, waarbij elke stap tegelijkertijd jouzelf èn het kind verandert. Je moet in je project het vermogen aanwenden om die complexiteit in zijn geheel te overzien zonder aan de grond te lopen.
Een gebiedsopgave is voor ons nooit alleen de gebiedsopgave ‘binnen de hekken' op zich. We plaatsen die gebiedsontwikkeling altijd in de context van een groter gebied en een grotere tijdsperiode. Dit doen we onder andere door op verschillende schaalniveaus tegelijkertijd te denken en gesprekspartners te zoeken.
Aanpak principe 3: Toekomstgericht, vernieuwend en strategisch
Op een of andere manier sluipt het vaak in gebiedsontwikkeling dat te zeer vanuit het hier en nu naar morgen wordt gewerkt. Om bewust te sturen op een toekomstgerichte benadering sturen we vanuit streefbeelden. Bij het maken van zo'n streefbeeld maken we - samen met onze ‘co-makers' - een sprong naar de toekomst, om van daaruit terug te redeneren wat ervoor nodig is om die te bereiken. Dit leidt tot het actief zoeken naar vernieuwende oplossingen op de gebiedsvraagstukken, door zowel binnen als buiten het gebied nieuwe kennis te mobiliseren.
Vanuit de gewenste (en door ons geduide) toekomstwensen redeneren we dus terug welke strategie er nodig is om daar te komen. We voorzien de inhoudelijke strategie dus van een aanpak en een structuur. Inhoud, aanpak en structuur zijn bij ons geen op zich staande eenheden, maar zijn in een driehoeksrelatie aan elkaar verbonden. We richten ons nooit alleen op het maken van inhoudelijke producten, maar ook nooit alleen op het inrichten van een proces zonder inhoud. Product en proces zijn verweven; processen zijn geen doel op zich maar een middel om inhoudelijke ambities te verwezenlijken.
Aanpak principe 4: Kansgestuurd
Vaak staat in gebiedsontwikkeling het oplossen van problemen centraal, en is de aanpak vervolgens ook probleemgericht. We denken bij onze gebiedsontwikkeling liever vanuit talenten en kansen; we sluiten vanzelfsprekend niet onze ogen voor problemen maar laten ze niet leidend worden in de focus. Elke groep bewoners heeft zijn eigen talenten en kwaliteiten. Elk gebied heeft zijn eigen kansen, vaak latent aanwezig, of onttrokken aan het zicht. Wat ons betreft hoeft ook lang niet altijd een probleem de aanleiding te zijn voor stedelijke gebiedsontwikkeling; er kan ook een niet te missen kans liggen, zoals in het Olympisch Gebied Amsterdam.
Om dit geluid kracht bij te zetten heeft Stipo samen met KEI Kenniscentrum voor stedelijke vernieuwing en het LPB netwerk voor wijkgericht werken het netwerk ‘Stadslente' opgericht - voor het werken aan de zonnige zijde van de stad.
Aanpak principe 5: Chaos en orde, denken en doen
Steeds vaker betekent de gebiedsontwikkeling het geven van impulsen aan bestaande stedelijke structuren. Vernieuwing en creativiteit zijn daarbij onontbeerlijk. Die ontstaan alleen bij een zekere chaos; te veel orde slaat dood. Overigens wisselt dit per projectfase: er zijn ook fases die juist om meer structuur vragen, anders vervliegen de ideeën. Het is per fase belangrijk de balans te vinden.De aanpak is dus niet meer rechtlijnig maar meer ‘fluïde'.

Fluiditeit betekent voor ons onder andere dat denken en doen niet meer in het proces gescheiden zijn maar elkaar afwisselen en ook uitlokken. Vaak stuit je op al lang lopende trajecten, vaak is het ook belangrijk om met katalyserende maatregelen resultaat te boeken om het vertrouwen in het denken op gang te krijgen. Gebiedsontwikkeling betekent het gebied maken. Het is cruciaal om het geloof erin te krijgen, zowel in het gebied als in het project, door niet alleen visies en plannen te maken maar ook een aantal zaken daadwerkelijk te laten gebeuren.
Aanpak principe 6: Ratio en emotie
Bij het geven van impulsen aan bestaande structuren spelen emoties een veel grotere rol dan bij het volbouwen van gebieden waar minder gebruikers en eigenaren zijn gevestigd. Gevestigde belangen spelen een veel sterkere rol, en dat leidt tot heviger gevoelens ten opzichte van voorgestelde veranderingen. Het stedelijk gebiedsontwikkelingsproces kan zich daarom niet meer alleen maar veroorloven om met rationele middelen te communiceren. Film, evenementen, historie, beelden en het narratieve worden belangrijke toevoegingen voor de aanpak. Trots, vertrouwen en verleiding worden belangrijke begrippen van de communicatiestrategie, die bij ons verweven is met de inhoudelijke strategie.
Aanpak principe 7: Middle-up-down
Bij het werken in bestaande stedelijke structuren werkt top-down niet meer. Helaas wordt te vaak gedacht dat het alternatief daarvoor bottom-up is. Maar in processen die één op één de buurt volgen, zijn geen mechanismen aanwezig om het bijzondere van een gebied aan te boren of om het gebied vanuit de ruimere stedelijke context invulling te geven. De kunst is om de stedelijke strategie van bovenaf en de lange termijn trends steeds te koppelen aan wat er op gebiedsniveau op kortere termijn speelt.
Koppeling van strategie van bovenaf en de korte termijn ontwikkeling in gebieden is absoluut niet vanzelfsprekend. Overheden en corporaties hebben mensen die strategisch beleid maken, maar die hebben meestal moeite om dat naar concrete gebiedsopgaven te vertalen. Aan de andere kant staan mensen met hun benen in de wijk, die zelden vanuit hogere strategische noties en lange termijntrends werken. Hiertussen bestaat een tactisch gat. Stipo verbindt deze twee werelden met elkaar, een aanpak die we ‘middle-up-down' noemen.
Competenties voor stedelijke gebiedsontwikkeling
Om vanuit deze ambities en aanpak stedelijke gebiedsontwikkeling te kunnen opzetten, is het niet meer voldoende om te werken vanuit inhoudelijke productvaardigheid of loyaliteit.
In een recente publicaties voor het Europese project voor stedelijke vernieuwing ReUrbA en de recente - en uitverkochte - publicatie N14 voor het KEI-centrum analyseren we dat de volgende vijf competenties tot de vijf meest belangrijke gaan behoren in de stedelijke ontwikkeling:
Passie en visie op het onderwerp / op de stad
Er zijn mensen met een passie en mensen met een baan. Wie alleen een baan heeft, zal niet snel complexe en langdurige stedelijke ontwikkelingsprocessen naar aansprekende resultaten leiden. Stedelijke ontwikkelaars zijn daarom behept met een maatschappelijke passie. Ze hebben de drijfveer, wil en energie om een gebied en de gemeenschap daarin echt verder te brengen.
Creativiteit en innovatiekracht
Stedelijke ontwikkelaars zijn creatief en innovatief. Ze krijgen grensverleggende oplossingen voor elkaar. Ze mobiliseren nieuwe ideeën en organiseren kruisbestuiving. Ze inspireren en vernieuwen in plaats van tegen heug en meug naar consensus te streven. Hoewel hier zelden op wordt geworven, is ook deze competentie van groot belang. Het praten met iedereen om tot consensus te komen leidt snel tot een grijs gemiddelde, terwijl vernieuwing nu juist de opgave is.
Externe oriëntatie
Stedelijke ontwikkelaars zijn extern gericht en beschikken over grote sociale vaardigheden. Ze winnen vertrouwen en enthousiasmeren, trekken anderen over de streep, smeden coalities, laten belangen samenvallen en weten uitstekend verwachtingen te managen. Allemaal cruciale eigenschappen bij de vernieuwing van bestaande stedelijke structuren, die immers valt of staat bij de samenwerking met talrijke organisaties en mensen.
Ondernemingszin
Stedelijke ontwikkelaars beschikken over ondernemerschap en durf. Ze spelen snel in op kansen, durven risico's te nemen, forceren doorbraken, laten zich niet door regels smoren en boeken resultaten. Het credo is niet ‘nee tenzij' maar ‘ja mits': begint eer gij bezint! In een speelveld dat door veel meer spelers wordt bezet, is het des te essentiëler visie te koppelen aan handelen.
Strategisch vermogen (korte en lange termijn steeds wederzijds kunnen koppelen)
Stedelijke ontwikkelaars hebben een groot strategisch vermogen. Ze beschikken over de vaardigheid om alles, werkelijk elke stap, vanuit één strategie te benaderen, ook in langdurige processen. Bij elke stap zijn ze in staat de korte en lange termijn met elkaar te verbinden, en de randvoorwaarden te creëren die nodig zijn om resultaten te boeken. In de veelheid van gebeurtenissen in complexe stedelijke vernieuwingsprocessen word je zonder deze competentie snel geleefd.
De leden van het Stipo-team zijn op deze vijf competenties geselecteerd en dus ook inzetbaar. Deze vijf competenties hanteren we ook als leidraad in onze projecten om de teams met de opdrachtgevers samen te stellen. Daarnaast geven we in de Stipo Academy incompany en groepstrainingen op de ontwikkeling van deze competenties.
Rollen van Stipo in stedelijke gebiedsontwikkeling
De leden van ons team kunnen in allerlei rollen in stedelijke gebiedsontwikkeling actief zijn:
- senior projectleider
- assistent projectmanager
- projectsecretaris
- conceptontwikkelaar
- strategisch adviseur
- trainer/coach
- kwartiermaker
- organisatie van inspiratiebijeenkomsten en inspiratiereizen
- auteur
Curriculum Stipo voor stedelijke gebiedsontwikkeling
Greep uit enkele gebiedsontwikkelingsprojecten van Stipo in de afgelopen periode:
Bestaande stedelijke structuur
- Visie en Masterplan Museumkwartier Amsterdam: senior procesbegeleiding met centrale stad, stadsdeel Oud-Zuid, Van Gogh Museum, Rijksmuseum, Stedelijk Museum, Concertgebouw; ontwerpers Michael van Gessel en Ton Schaap (DRO); projectleiding tentoonstelling Zuiderkerk.
- Vogelbuurt IJplein Amsterdam Noord: wijkaanpak en bewonersinitiatieven, gecombineerd met kunst, cultuur en wijkeconomie, Eigen Haard
- Wijkeconomie Dordrecht: strategie en begeleiding uitvoering in Krispijn, Wielwijk en Crabbehof, o.a. met Woonbron en Progrez
- Coalitie Olympisch Gebied Amsterdam met NOC*NSF, Rietveld Academie, Stichting Olympisch Stadion Amsterdam, BPF BouwInvest, Zuidas NV, Ymere, Stadsdeel Oud-Zuid, De Baak: oprichting en senior projectleiding; geselecteerd voor de proeftuinen creatieve economie
- Stadionplein Amsterdam: Senior projectleiding voor nieuw ontwerp met Floris Alkemade van O.M.A., stadsdeel Oud-Zuid en vele andere partners
- Sociale Visie Zaanstad Inverdan West en Nieuw West: Sociaal-ruimtelijke gebiedsvisie met Zaanstad en woningcorporaties Parteon en ZVH, kwartiermakerschap voor Nieuw West en strategisch advies Bouwprogrammaoverleg met de ontwikkelende partners
- Was ik maar een Brinker Enschede Zuid: sociaal-ruimtelijke visie, plan van aanpak en conceptontwikkeling met vele wijkpartners en woningcorporaties in deze herstructureringswijk; Innovatieproject Stedelijke Vernieuwing voor ministerie VROM; Winnaar Ecorys Herstructureringsprijs 2005
- Actieplan Wormerveer-Noord: senior projectleiding en assistent projectleiderschap voor het opstellen van een Actieplan met wijkpartners, woningcorporatie Parteon en gemeente Zaanstad voor het 40+wijken budget van VROM
- Kolenkitbuurt Amsterdam: Sociale visie, kunst en cultuur en wijkeconomie verbonden aan de fysieke herstructureringsopgave, stadsdeel Bos en Lommer Amsterdam
- Schieoevers Delft: strategisch advies voor herontwikkeling van deze bedrijfslocatie tussen TU Delft en Poptahof
Nieuwbouw
- Assendelft Noord Zaanstad: Sociale Visie voor VINEX-wijk Assendelft Noord, met o.a. Eigen Haard en Parteon
- PvE Uitbreiding Huis ter Heide West in Zeist: als expert ruimtelijke ontwikkeling lid van de kopgroep met bewoners die op uitnodiging van de gemeente Zeist het Programma van Eisen maken voor deze nieuwe wijk met tot 200 woningen naast hun huidige woonkern.
- Binnenmaas Wijk van je Leven: Visie en projectleiding De Wijk van je Leven, een nieuwe wijk voor wonen, zorg en gezondheid in Binnenmaas, o.a. met Woningstichting De Maashoek
- Begeleiding bouw 1.000 woningen in Olympisch Kwartier Amsterdam: Senior projectleiding met stadsdeel Oud-Zuid, BPF BouwInvest, Bouwfonds, AM Wonen<
- Laan van Spartaan Amsterdam: projectleiding voor de nieuwe ontwikkeling van deze wijk in Bos en Lommer gecentreerd rondom sportvelden
- Wegener Sleeswijk Geuzenveld Slotermeer: Participatieplan voor de herstructurering van aandachtswijk Wegener-Sleeswijkbuurt Geuzenveld Slotermeer, Eigen Haard
- Student City Rotterdam: conceptontwikkeling voor het langer vasthouden van studenten in het binnenstadsmilieu van, en het ontwikkelen van een student city in Rotterdam
- Uitbreidingsvisie Veenendaal-Oost: projectleiding en conceptontwikkeling voor flexibele en duurzame woonwijk van 3500 woningen met SEV, Quattro projectontwikkeling, gemeente Veenendaal, woningcorporatie Patrimonium, Van der Breggen architecten en provincie Utrecht.
Training en methode
- Training Stedelijke Gebiedsontwikkeling: training op de inhoud en competenties die in deze handout staan beschreven, diverse incompany trainingen voor lokale en regionale overheden en woningcorporaties in Nederland
- Publicatie ‘Vernieuwen tussen Chaos en Orde, N14' van het KEI-Centrum over het hoe van stedelijke ontwikkeling
- Stadslente: netwerk voor het werken aan de zonnige zijde van de stad met KEI, LPB, Stipo en Inspiring Cities: initiatief, conceptontwikkeling voor de methodiek, organisatie en voorzitten van salons bij congressen
- Europees project voor stedelijke vernieuwing ReUrbA: projectleiding voor de methodeontwikkeling en conceptontwikkeling voor de leefstijlmethode en governance methode met Newcastle, London, Saarbruecken, Rotterdam en provincie Zuid-Holland; opsteller van Europees manifest voor stedelijke ontwikkeling.
Meer weten
Contactpersoon: Hans Karssenberg
Klik hier om Hans een mail te sturen
Of klik hier voor de contactgegevens van Stipo