Doetinchem is vier en een halve dag per maand jaloers
De inrichting van een dorp of buurt bepaalt voor een deel of mensen zich thuis voelen. Veranderingen in de vertrouwde omgeving leiden vaak tot onrust en verwarring. Uitdaging is daarom hoe een dorp of buurt in verandering toch herkenbaar blijven voor de plaatselijke gemeenschap. Wat zorgt voor een vertrouwd gevoel? En hoe kunnen stedenbouwkundige veranderingen de sociale kwaliteit versterken?
Hans Karssenberg (Stipo en Inspiring Cities) verzorgde de inleiding van het debat met het motto ‘Een dorp met een hart’. Voorzitter Roel Roelofs zocht voortdurend via vragen en opdrachten de verbinding met het publiek. Daarna vonden er twee deelsessies plaats. Sessie 1 ging onder leiding van Ida van der Lee over de rol van kunst in de openbare ruimte. In sessie 2 werd er met Gerda Brethouwer, senior adviseur BMC, gezocht naar nieuwe cultuurhistorische waarden.
Ziel ontwikkelen
Bij ruimtelijke processen is de benadering vaak rationeel: het gaat om het ontwerpen en bouwproces met alle juridische en economische aspecten. Belangrijke onderwerpen, maar de ziel van de omgeving raakt vaak volledig ondergesneeuwd – er wordt veel, misschien zelfs in het algemeen, zielloos gebouwd.
Uitdaging is juist om de ziel, het eigene van de omgeving, te blijven voelen. Een bezielde plek is een plek met een eigen karakter; een herkenbare plek die zorgt voor een thuisgevoel.
Kijk om u heen. Hoeveel plekken –oud en nieuw- zijn er wel niet die levendigheid en identiteit missen? Daar kan een ruimtelijke verandering juist betrokkenheid stimuleren en de identiteit van een plek versterken. Voorbeeld van een project waar noaberschap als basis is gebruikt, is ‘De Unieke Brink’ in Enschede Zuid.
Brink met ziel
In Twente en de Achterhoek is noaberschap, een vorm van burenhulp en omzien naar elkaar, nog steeds een waarde van betekenis. Het behoud of versterken van deze onderlinge verbinding kan ook als basis worden genomen voor ruimtelijke ontwikkelingen in de directe leefomgeving.
De 56 uniforme brinken (pleinen) hadden geen eigen identiteit en er is gekozen voor herinrichting. Het revolutionaire idee is nu om elke brink meer een eigen ziel te geven door bewoners zèlf hun inrichting te laten kiezen.
Hoewel velen zeiden dat dit niet zou werken zijn inmiddels de eerste drie brinken klaar. Bewoners geven onder begeleiding vorm aan hun unieke brinken met elk een eigen karakter en functie. Bewoners van de brinken gaan samen aan de slag, wat onderlinge betrokkenheid en de binding met hun omgeving sterk vergroot. Ze kiezen uit onder begeleiding van deskundigen uit een boek met voorbeelden en stellen hun eigen brink samen. De rest volgt in de komende jaren. Dat ging de groep bewoners rond één van de brinken niet snel genoeg – zij hebben besloten zelf, zonder externe begeleiding, hun brink te gaan herinrichten. Een succes voor dit project, dat een alternatief biedt voor grootschalige herstructurering via sloop-nieuwbouw.
Herinneringsplekken
Ook het tegenovergestelde komt voor. Bijvoorbeeld bij plekken die een ziel hebben die niet verloren mag gaan bij herontwikkeling. Uit de workshop met Gerda Brethouwer blijkt dat het vaak de geschiedenis van een plek en de herinneringen van mensen zijn, waardoor gebouwen hun waarde krijgen. Deze ‘herinneringsplekken’ zijn belangrijk, maar pas op voor behoudzucht! De leefomgeving is een ruimtelijke geschiedenis, waar óók de ontwikkelingen van vandaag aan bijdragen: wat er in het hier en nu plaats vindt, is toekomstige geschiedenis.
Essentieel bij restauratie of herontwikkeling is om aandacht te hebben voor de grotere samenhang van structuren om een gebouw heen. ‘Een dorp is meer dan een verzameling gebouwen’ aldus Gerda Brethouwer. ‘De ziel zit niet alleen in fysieke objecten, maar bestaat juist dankzij de niet-zichtbare context: het gevoel en het verhaal van bewoners’. Voor toekomstige ontwikkelingen betekent dit dat de herinneringen en verhalen uit de gemeenschap als basis voor ruimtelijk ontwerp kunnen worden gebruikt.
De emotie van de dag
Dat kunst niet alleen in een museum hoeft te hangen, weten we. Ook in de openbare ruimte komen we regelmatig kunstwerken tegen. Maar kunst is meer dan een beeld op een sokkel, het kan ook een proces zijn. Kunst wil prikkelen. Het kan mensen verrassen en het laat ze daardoor anders naar dingen kijken. Kunst kan ook mensen aanzetten tot uitwisseling en ontmoeting.
De D-toren mensen in Doetinchem geeft mensen een aanleiding voor contact. Deze interactieve ‘moderne stadspoort’ staat in verbinding met een website waarop enkele honderden bewoners van de stad dagelijks een vragenlijst invullen. Hun antwoorden bepalen de emotie van de dag, en ’s avonds krijgt de toren de bijbehorende kleur: rood voor liefde, blauw voor geluk, geel voor angst en groen voor haat. De toren van Serafijn en Spuybroek is in gebruik sinds 2004. Hij is sindsdien 40% van de tijd rood, 40% blauw, 15% geel en 5% groen.
De liefde van een toren
Kunst kan ook zorgen voor verbinding tussen mensen en gebouwen, door ze een extra beleving te geven. In Antwerpen gebeurt dit met een al jarenlange reeks stadsgedichten. Antwerpen is natuurlijk van oudsher ‘Boekenstad’ maar zocht naar een manier om deze historie in het nu betekenis te geven, ook voor de eigen bewoners. De stad is stadsdichters gaan aanstellen, die de volledige vrijheid krijgen en als enige opdracht hebben om de stad 6 gedichten per jaar te schenken. De stad zoekt elke keer een bij het gedicht passende vorm om deze aan de bevolking te geven.
Het eerste gedicht kwam van Tom Lanoye. Als geschenk aan de stad werd er aan het icoon, de Boerentoren, een gedicht opgehangen, waarin deze, als man, zijn liefde verklaart aan het andere icoon, de Onze Lieve Vrouwe Kathedraal. Als je een Antwerpenaar in zijn hart wilt raken dan moet je het zo doen. Enkele maanden later gaf de Kathedraal overigens haar antwoord. Ze was zeer gevleid, maar voor haar was de Boerentoren veel te jong.
Hoe krijg ik interactiekunst?
Deze voorbeelden laten zien dat ruimtelijk ontwerp en kunst veel meer kunnen zijn dan ruimtelijk ontwerp en kunst alleen. Ze kunnen een plek een ziel schenken, of de ziel van een plek publiek maken. Ze kunnen aanzetten tot interactie, of in Hellendoornse termen, tot noaberschap.
Uit het slotdebat kwam het volgende advies aan Hellendoorn, of aan andere gemeenten die dit willen bereiken:
- Laat kunst en cultuur geen apart eiland worden maar verweef ze met het dagelijkse, waardoor het dagelijkse niet meer hetzelfde is als het alledaagse. Verras mensen, laat ze anders naar hetzelfde kijken. Hef eilandjes op, het wordt spannend als ruimtelijk ontwerp en kunst en cultuur echt gaan uitwisselen.
- Breng kunst en cultuur dichtbij inwoners, maar democratiseer ze niet. De stadsdichters van Antwerpen worden niet democratisch gekozen, maar aangewezen door een commissie die weet wat kwaliteit is.
Laat kunst een tegenhanger zijn van de omgeving: bij een statische omgeving juist tijdelijke kunst, bij een snel veranderende omgeving kunst als vertrouwde baken.
- Creëer kleinschalige betrokkenheid bij grootschalige veranderingen. Laat bijvoorbeeld bewoners tuinen ontwerpen en inrichten op het geplande tunneldak van de rijksweg.
- Daag kunstenaars uit om een verbinding te leggen met mensen; stel bij de volgende kunstopdracht het ontmoeten van bewoners en nieuw noaberschap centraal. Laat de kunstenaar verder vrij en laat u verrassen door zijn ongetwijfeld onverwachte ideeën.
- Gebruik ziel als basis voor ontwerp van nieuwe ruimtes. Blijf daarbij niet letterlijk in het oude hangen (niet imiteren), maar vind het opnieuw uit.
Meer lezen
- meer informatie over de Wesselbrink in Enschede Zuid
- meer informatie over de stadsgedichten in Antwerpen
Foto D-toren: WikiPedia. Foto Antwerpen: Dienst Boekenstad. Foto elekriciteitskast: Astrid Moors.