Heeft u al inzicht in de voortgang van de uitvoering en de koers die u voor ogen heeft?
Stipo werkt in stedelijke gebiedsontwikkeling, stedelijke vernieuwing en aan stedelijke visies waarbij met vele partners samen nieuwe koersen, programma's en acties worden ingezet. Stipo kijkt daarbij niet alleen naar de koers, maar nadrukkelijk ook naar de strategie en de realisatie. Vanuit de inhoudelijke ambities leggen we altijd de relatie naar de structuren (middelen) en aanpak (vaardigheden) die nodig zijn om tot uitvoering te komen. Wie zijn ambities verhoogt of verlegt, moet ook zijn structuur en aanpak mee aanpassen. Waar aanpassing van structuur en aanpak omgekeerd beperkingen kent, moeten de ambities worden bijgesteld.
Visieontwikkeling en uitvoering lopen daarbij bij in de Stipo-aanpak vaak door elkaar, omdat de een de ander in het proces als het ware uitlokt. Om samen met partners stappen te kunnen zetten voor het inzetten van een gemeenschappelijke nieuwe koers is het vaak nodig om quick wins te realiseren; door die quick wins ontstaat ook weer nieuw vertrouwen voor een ambitieuze koers. Dat speelt tijdens de strategiefase. Maar ook voor de latere uitvoeringsfasen is het cruciaal vroegtijdig na te denken over de relatie tussen koers, strategie, aanpak en structuur die nodig is om het programma naar implementatie te brengen; anders blijft de koers immers niet meer dan een mooi boekje.
Stedelijke dynamiek en flexibiliteit: sturen op effecten ipv resultaten
Stedelijke ontwikkeling kent een grote dynamiek en het is de ervaring van Stipo dat het belangrijk is om de juiste condities te creëren voor een ontwikkelingsstrategie die flexibel genoeg is om door de jaren heen als koers te kunnen blijven fungeren. Daarvoor is het cruciaal om doelstellingen niet (alleen) in concrete resultaten te verwoorden maar (ook) in de gewenste effecten die de opdrachtgevers daarmee willen bereiken.
Voorbeelden van doelstelling in resultaattermen zijn "bijvoorbeeld aanleg 100 parkeerplaatsen", "herstructurering 300 woningen". Ze lijken SMART maar halen ook de flexibiliteit en creativiteit uit een stedelijk ontwikkelingsproces, waarvan vooraf al duidelijk is dat het meerdere jaren zal duren en gedurende die tijd regelmatig bijstellingen en nieuwe ontwikkelingen zal ontmoeten. Bovendien geven doelstellingen in resultaattermen niet aan wat de wereld daarachter is die je als opdrachtgever zoekt: waartoe wil je die parkeerplaatsen of woningen realiseren? Voorbeelden van doelstellingen in effecttermen zijn "een gezonde parkeerbalans", "meer trots".
Meting van voortgang van effecten
Maar hoe weten we nu eigenlijk of de koers en de acties die we in stedelijke gebiedsontwikkeling, wijkontwikkelingsplannen en stedelijke vernieuwingsprojecten uitzetten ook echt bijdragen aan het gewenste toekomstbeeld? Hoe weten we of het geld en de energie effectief worden besteed? En, door de specifieke stedelijke aanpak van Stipo komt daar als vraag bij: hoe doe je dat als je dat niet alleen wilt weten voor de doelstellingen in resultaattermen, maar in effecttermen? Hoe meet je de voortgang van "een gezonde parkeerbalans" of "meer trots"?
Om dit te kunnen beantwoorden is het zinvol om bij de start van de uitvoering van een wijkontwikkelingsplan of gebiedsplan een effectmonitor op te stellen, die inzicht geeft in de voortgang van de uitvoering en de koers die ons voor ogen staat. Tegelijkertijd maakt dat het wijkontwikkelingsplan of gebiedsplan ook meer SMART.
Stipo heeft daarvoor een systeem ontwikkeld om te monitoren op effecten (outcome) in plaats van, of naast alleen, op resultaten (output). Het gaat immers uiteindelijk om wat we met onze inzet willen bereiken. Wijk- en gebiedsontwikkeling gaat over trajecten van vele jaren waarin dynamiek en flexibiliteit moet zijn om dezelfde koers (outcome) via andere resultaten (output) te bereiken.
Enschede Zuid als concreet voorbeeld
Hoe maak je het meten op outcome concreet? Monitoring op effecten (outcome) is ingewikkeld, zoals de praktijk van de Leefbaarheid en Veiligheidmonitoring binnen het GSB-beleid al jaren heeft laten zien.
Om toch een hanteerbare monitor in te zetten, kunnen we het voorbeeld gebruiken uit Enschede. Voor het door Stipo en Stadsdeel Enschede Zuid gemaakte wijk-ontwikkelings-plan "Kultuurstraat Wesselerbrink - Was ik maar een Brinker" werd een effectmonitor ontwikkeld die inmiddels in de praktijk wordt toegepast. De hoofdeffecten die worden nagestreefd in het wijkontwikkelingsplan zijn: 1) Meer trotsheid en dat laten zien; 2) Nieuw noaberschap (soort burenhulp) tussen gemeen-schappen en de mensen binnen gemeenschappen, en een 3) Unieke en Geliefde wijk in Enschede, in de ogen van de bewoners en de rest van Enschede.
De effectmonitor voor de Wesselerbrink is een samengestelde effectmonitor, die al in de praktijk is getest en momenteel in uitvoering is genomen.
Toepasbaarheid in andere gebieden
De ervaringen uit Enschede zijn ook goed elders toepasbaar. Hiervoor is het nodig om een aangepaste effectmonitor te maken. Zo'n monitor kan naast resultaatindicatoren voor de hoofdkoers en de onderliggende projecten een samengesteld pakket aan effectindicatoren bevatten die bijvoorbeeld worden geënt op de onderliggende SWOT-analyse en de thema's. Daarbij is het belangrijk om de monitor SMART te maken zodat de effecten duidelijk worden benoemd, zodat dan zowel bij de aanvang van projecten/programma's als achteraf de effectiviteit beoordeeld kan worden. De monitor is ook op stedelijk niveau te koppelen aan programmasturing.
Enige theorie
In theorie van de prestatiemeting worden de volgende stadia onderscheiden:

Bij input worden de middelen bedoeld die nodig zijn voor het "productieproces". De activiteiten hierbij zijn de troughput en de output geeft de uitkomsten voor het productieproces weer. De outcome geeft weer tot welke effecten het productieproces heeft geleid. De effecten van het productieproces zijn vaak moeilijk meetbaar. Dit heeft te maken met de lange doorlooptijd tussen interventie en het uiteindelijke effect en de dat de programma's (projecten) vaak meervoudig zijn en in coproductie tot stand komen. De ontwikkelde monitor in Enschede Zuid is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente en gebaseerd op de theorie van Schalock weergeven in onderstaand schema:

Het dieper liggende verhaal hierachter is te vinden in "Ontwikkeling Monitor Kultuurstraat", Judy Janson, Universiteit Twente en Gemeente Enschede Stadsdeel Zuid, 2008.
Meer weten?
Contactpersoon: Hans Karssenberg
Klik hier om Hans een mail te sturen
Of klik hier voor de contactgegevens van Stipo.
Klik hier voor het artikel over de Wesselerbrink.