Team voor stedelijke ontwikkeling
Zoek >
Aanmelden nieuwsbrief >
English
Leestekst A A
home
STIPO is
STIPO biedt
Stad & Mens
Stad & Cultuur
- Projecten
- Verdieping & Inspiratie
Stad & Economie
Stad & Ruimte
Stipo Academy
StadsLAB
Stadsgeruchten
Partners
Agenda

It takes two to tango - particulier initiatief en overheidsinzet bij culturele pleinen

De programmering van culturele pleinen

De vier grote steden zijn druk bezig met hun belangrijkste culturele pleinen. Ieder op een eigen manier. De afgelopen jaren is in alle vier grote steden nieuwe planvorming gelanceerd voor de belangrijkste culturele pleinen. Rond deze vier pleinen zijn enkele van de belangrijkste culturele instanties van het land gevestigd. Er kan zoveel meer met dat potentieel sterke aanbod. De vraag is: hoe? Wat kunnen de steden van elkaar leren?

Deze vragen waren aanleiding voor Stipo en Inspiring Cities om op 2 juli het Stadslab -De programmering van culturele pleinen- te organiseren. In De Doelen aan het Schouwburgplein in Rotterdam kwamen 35 professionals, betrokken bij de pleinen en/of aanliggende instellingen bijeen. De avond stond in het teken van de programmeringsvraag. Dat is bewust een andere dan bijvoorbeeld vanuit de ontwerpdiscipline. De professionals van de vier pleinen zetten ter plekke hun kennis in om de andere plaatsen van goede ideeën en tips te voorzien.

De Pleinen

Domplein: in Utrecht draait het vooral om de historie en zijn de omringende instellingen vooral van stedelijke betekenis. Door die gelaagde historie slim te ontsluiten en te verbinden met culturele activiteiten hoopt Utrecht meer verblijf en bezoek te trekken. Hoe word je van een kruispunt (de stadsbus reed enkele jaren gelden nog letterlijk onder de Dom door) tot een verblijfs- en middelpunt? De start van dit project ligt in particuliere handen. Deze stichting heeft de politiek en instellingen zo aan zich weten te binden dat uitvoering van het plan nu nabij is.

Spuiplein: in Den Haag zijn of komen er enkele instellingen van landelijke betekenis, zoals het nieuwe conservatorium. Het doel is om het plein meer te verbinden met de omgeving, om zo meerkleurige route te creëren. In de Stichting Spuiplein, al enige tijd bestaand, komen de belangrijkste spelers regelmatig bijeen. De stichting probeert een centrale programmering op te zetten maar dat komt door gebrek aan een (onafhankelijke) projectleider, tijd, mankracht, geld en duidelijkheid niet structureel goed uit de verf.

 

Domplein en Spuiplein

Schouwburgplein: in Rotterdam huisvest het plein de bioscoop en de stadsschouwburg van stedelijke en regionale betekenis en De Doelen met een landelijke bekendheid. Slechts incidenteel, zoals met het Filmfestival of andere evenementen, bruist het plein. Het relatief jonge plein, met controversiële inrichting die wel bij de stad past, had een update/make-over nodig. Een min of meer toevallig overleg van de gezamenlijke partners leidde tot een stroomversnelling waarbij de ontwerper van het plein is gevraagd om het te vernieuwen. Ook is er een stichting in oprichting die voor de programmering gaat zorgen. De pleingenoten committeren zich voor 5 jaar aan deze producent.

In Amsterdam zijn er vijf instellingen die op hun gebied tot de wereldtop behoren aan het Museumplein. Hier is enerzijds de vraag hoe je deze potentie veel beter kunt benutten, cultureel, maar ook vanwege hun economische betekenis. Daarnaast is het de vraag hoe Amsterdammers naar deze plek te krijgen. Stedelingen hebben steeds meer behoefte aan open ruimtes die als ‘Third Place' fungeren, de menging levert een constanter draagvlak op voor de voorzieningen die je in het gebied wilt hebben en cultuurtoeristen willen niet alleen in de toeristenbubbel verkeren. Hoe kan je het plein daarbij als gezamenlijke zesde topplek te kunnen benutten? De aanleiding tot het oppakken van een gezamenlijke programmering was een combinatie van de grote investeringen aan de instellingen, de aanpak van de fysieke ruimte en de bestuurswisselingen die al deze instellingen sinds 2006 hebben doorgemaakt. Deze grote investeringen maken de extra kosten om tot deze ‘plus' te komen relatief klein.

Uitspraken over de vier pleinen tijdens de bijeenkomst.

 

Domplein

"De aanpak Domplein is begonnen met een particulier en één gemeenteambtenaar;
It takes two to tango" (particulier initiatief én inzet overheid zijn beiden nodig).

 

"Skaters willen we hier niet hebben"(Domplein als (hoog)cultureel plein)"

 

Spuiplein

"Houd het laagdrempelig, openlucht voor alle lagen en groepen"

 

"Het lukt alleen met (langdurig) commitment van zowel de overheid als de instellingen en een onafhankelijke organisator"

 

Schouwburgplein

"Het is lastig om de avondinstellingen zich verantwoordelijk te laten voelen voor de dagprogrammering"

 

"Als iedere groep een aparte plek krijgt, waar is dan de ontmoeting?"
(programmeer breed, diffuus en in combinatie)

 

Museumplein

"Gebruik de openbare ruimte als gezamenlijke (zesde) toplocatie"

 

"Een van de belangrijkste stappen om op korte termijn te zetten is om van de pleinen ook meer een bestemming voor (ook) de stedelingen te maken"

De G4 pleinen hebben een compleet verschillend karakter, maar drie opgaven komen interessant genoeg bij elke stad en bij elk plein voor.

  1. Hoe kunnen we het plein meer een bestemming voor de stedelingen maken in plaats van iets waar ze alleen langs komen?
  2. Hoe krijgen we de buitenprogrammering die daarbij nodig is goed en duurzaam van de grond?
  3. Hoe kunnen we een fors herinrichtingsprogramma op gang krijgen op de pleinen, zodanig dat zij de gewenste (verblijfs)kwaliteit gaan bieden?

Koppel programmering aan verblijf

Geen van de pleinen functioneert als de ‘Third Place' van Ray Oldenburg, wat zoveel betekent als dat het voor stedelingen een natuurlijke plek is om af te spreken, te verblijven en te gebruiken. Een plek die als ‘derde plek' fungeert naast wonen en werken. Er gebeurt al wel heel veel op die pleinen, ook zonder de actieve programmeringsacties van gemeenten en instellingen. Wat er nu gebeurt, is echter nog te incidenteel en te weinig structureel van betekenis voor de pleinruimte, de stad en de instellingen. Dit komt doordat de huidige programmering nog niet is gekoppeld aan verblijf - het functioneren van de pleinen dus als ‘Third Place'. In geen van de G4 gemeenten is het culturele plein een bestemming voor de eigen stadsbewoners. Zolang je de pleinen niet als verblijfsplek met bijvoorbeeld horeca inricht, en zo verblijf kunt binden aan culturele programmering, blijft die programmering te incidenteel van betekenis.

 

Schouwburgplein en Museumplein

Gezamenlijke programmering als bindmiddel

Alle vier de pleinen zoeken de laatste jaren naar actieve manieren om te programmeren. Dit is interessant om te zien, want het is beslist niet vanzelfsprekend als we naar de geschiedenis kijken. Zo lag in de jaren '90 het accent bijvoorbeeld veel meer op het autovrij maken en het zoeken van een uniek eruit springend ontwerp. Het accent op het actieve programmeren is niet alleen een Nederlands verschijnsel, ook in Londen (Exhibition Road), New York (Bryant Park en Museum Mile), Chicago (Millennium Park), Berlijn (Museumsinsel) en Wenen (Museumsquartier) lopen dit soort initiatieven. Kennelijk is het geen vraag òf je gezamenlijk moet programmeren maar ligt het probleem in hoe dit te doen.

Alle vier de G4 projecten zoeken nog erg hoe je die culturele programmering echt(er) van de grond tilt. Utrecht lijkt het meest veelbelovend. Hier is er één stichting, gedreven door een particulier, die zich onafhankelijk kan opstellen ten opzichte van de gemeente èn onafhankelijk ten opzichte van de instellingen. In de discussie aan tafel komt wel de vraag op of het plein, door de redelijk strikte culturele invulling, zich wel aan alle bewoners aanbiedt. In Amsterdam is net besloten om met een gezamenlijk businessplan de verhouding tussen instellingen, stad en andere partners te bepalen. In Den Haag stonden de instellingen klaar maar kwam de gemeente nog niet mee, en zagen de instellingen uiteindelijk het programmeren niet als hun eindverantwoordelijkheid. In Rotterdam willen de instellingen wel maar is het nog heel erg zoeken naar de vorm en aanpak van de programmering.

Onafhankelijke organisatie als vaste waarde

Een van de kernvragen van de avond, waar ook alle vier de initiatieven dus nog flink mee worstelen, was hoe de programmering van de culturele pleinen is te organiseren.

Het is daarbij belangrijk om twee soorten programmering te onderscheiden.

Samenwerken op het gebied van programmering binnen de gebouwen van de culturele instellingen is iets wat de instellingen zelf heel goed samen kunnen oppakken. Dit is gekoppeld aan de economische waarde van het samen (binnen) programmeren: samen trekken ze meer aandacht, zowel van bezoekers als bijvoorbeeld un hun economische spin-off (zie Hermitage en bezoek Medvedev, zie India Festival en bezoek hoge Indiase functionaris plus compleet bedrijfsleven).

Bij het gezamenlijk zorg dragen voor de programmering in de gezamenlijke/openbare ruimte liggen de verantwoordelijkheden minder duidelijk. Het is niet de core business van gemeente (het Thorbecke principe zegt dat de overheid zich niet met de inhoud van de kunst mag bemoeien, de gemeente heeft er bovendien geen organisatie voor). Maar het is net zo min de core business van instellingen. Een van de aanwezige directeuren: "Alleen al onze agenda's als directeuren staan dit al niet toe." Als het erop aankomt dan investeren de instellingen toch vooral en eerst in hun eigen instelling, zoals de zakelijk directeur van het MUMOK in Wenen aangaf.

Het lijkt erop dat er een onafhankelijke persoon nodig is die het algemeen belang voor het gehele plein voorop stelt. Onafhankelijk van de gemeente, maar óók onafhankelijk van de instellingen. Zij hebben niet de tijd (en ook vaak niet het budget) om voldoende aandacht te kunnen schenken aan de buitenruimte. In Den Haag is bovendien te zien dat de instellingen graag willen meedenken en een rol krijgen in de programmering, maar waar de eindverantwoordelijkheid voor de programmering daar niet ligt.

 

Pleinen bijeenkomst

Hoe nu verder?

Het lijkt erop dat de conclusie van de avond is dat een onafhankelijke partij verantwoordelijk gemaakt zou moeten worden voor het optimale gebruik van het plein. In Utrecht is er uit eigen beweging een, welingevoerde, particulier opgestaan die nu vanuit de Stichting Initiatief Domplein zowel gemeente Utrecht als omringende instellingen permanent uitdaagt. De andere drie steden beschikken (nog) niet over één centrale persoon. In Den Haag is de stichting Spuiplein niet uitgerust om alles alleen te doen, in Rotterdam is een stichting voor de programmering in oprichting.

De onderstaande lessen uit het succesvolle Museumsquartier te Wenen kan iedereen in ieder geval benutten. De welwillendheid van alle aanwezigen om van elkaar te leren en informatie met elkaar te delen biedt goede hoop. Het feit dat 35 professionals bereid waren om hun agenda's vrij te maken om van elkaar te leren over het beter gebruik van pleinen en programmering typeert de actualiteit van het onderwerp en de wil om hier iets mee te doen. Eén Randstedelijke programmeringsorganisatie voor de vier pleinen is wellicht wat vergezocht, maar samenwerking lijkt in ieder geval op pleinniveau de toekomst.

Externe links

Stipo, stad en cultuur: Jeroen Laven

- Stipo-aanpak voor pleinen

Schouwburgplein
- Wikipedia over het Schouwburgplein

Meer info over de ontwikkelingen rond het Schouwburgplein: René Dutrieux (gemeente Rotterdam)

Museumplein

- De website van het Museumplein

- De website van de Tentoonstelling over het Museumplein

- Stipo artikel over project Museumplein

Meer info over de ontwikkeling rond het Museumplein: Hans Karssenberg (Stipo, projectleider Museumplein)

Domplein
- De website van het Domplein

Meer info over het Domplein: Paul Baltus (stichting Domplein 2013)

Spuiplein
- Wikipedia over het Spuiplein

Meer info over het Spuiplein: Max Jeleniewski (gemeente Den Haag)

Inhoud
1.
De Pleinen
2.
Koppel programmering aan verblijf
3.
Gezamenlijke programmering als bindmiddel
4.
Onafhankelijke organisatie als vaste waarde
5.
Hoe nu verder?
6.
Externe links
Print dit artikel
Stuur dit artikel door
Stipo Amsterdam: +31 (0)20-4233690 / Stipo Rotterdam +31(0)10-2041590 / contact@stipo.nl