Team voor stedelijke ontwikkeling
Zoek >
Aanmelden nieuwsbrief >
English
Leestekst A A
home
STIPO is
STIPO biedt
Stad & Mens
Stad & Cultuur
Stad & Economie
Stad & Ruimte
- Projecten
- Verdieping & Inspiratie
Stipo Academy
StadsLAB
Stadsgeruchten
Partners
Agenda

Voor de ziel van de stad

Culturele planologie

Culturele planologie en identiteit

Culturele opgave 

Culturele planologie impliceert dat ruimtelijke ordening een culturele opgave is. Het moet voorkomen dat cultuurhistorisch erfgoed verdwijnt, dat erfgoed zichtbaar houden of zichtbaarder maken, en nieuw erfgoed blijven creëren. Deze opvatting van ruimtelijke ordening staat de laatste jaren opnieuw in de belangstelling.

 

Hoe? 

Terecht, want de naoorlogse eenvormigheid leidde tot verlies van ruimtelijke identiteit, vooral zichtbaar in talloze gelijkvormige woonwijken en grijze bedrijventerreinen. Een karakteristieke omgeving met een eigen identiteit is voor veel mensen een voorwaarde om prettig te kunnen wonen, werken of recreëren, waarborgt een langere levensduur van gebieden en voorkomt vroegtijdige herstructurering. De vraag is vervolgens: hoe vertalen we dit naar ruimtelijke ontwikkelingen in de praktijk? In de Stipo-aanpak zijn hiervoor drie concrete stappen uitgewerkt.

 

Eentonig

Opvattingen over ruimtelijke kwaliteit veranderen door de tijd heen. Vlak na de oorlog stond de ruimtelijke ordening in het teken van de wederopbouw en het inhalen van achterstanden. Bezien in de naoorlogse context is het niet vreemd dat de prioriteit lag bij het bouwen in grote hoeveelheden om de woningnood op te heffen. Kwantiteit was toen de kwaliteit. De grote schaal en het tempo waarop in Nederland sindsdien is gebouwd gingen echter gepaard met eentonigheid. Enkele uitzonderingen daargelaten lijken alle woonwijken uit de jaren '60 op elkaar. Hetzelfde geldt voor de bekende meer-onder-één kapwoningen uit de jaren '70.

 

Thuis 

Het ontbreken van enig eigen karakter, de soberheid en dientengevolge somberheid van deze wijken blijken, zeker op langere termijn, weinig mensen te inspireren. Juist door deze toegenomen eenvormigheid groeide het bewustzijn dat het belangrijk is dat mensen zich met hun eigen omgeving kunnen identificeren, dat ze aan hun omgeving het idee kunnen ontlenen: ‘dit herken ik, dit is mijn omgeving, hier voel ik me thuis.’

 

Belangstelling 

Het belang van ruimtelijke kwaliteit staat weer volop in de belangstelling. In de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening staat hierover:  ‘In de afgelopen jaren is de maatschappelijke discussie over ruimtelijke kwaliteit steeds intensiever gevoerd. … Naarmate natuur en landschap meer onder druk kwamen te staan, klonken er luidere pleidooien om de belevingswaarde daarvan te verbeteren. Tegelijk kwam er een herwaardering van stedelijkheid op gang. Vitale steden waar het goed wonen, werken en recreëren is, worden door veel Nederlanders net zo aantrekkelijk gevonden als een woonplaats in het groen of op het platteland.’

 

Komende dertig jaar

In de laatste decennia is het besef doorgedrongen dat Nederland geen eenheidsworst moet zijn, maar dat de kracht en de kwaliteit juist schuilt in de enorme diversiteit en veelkleurigheid. De Vijfde Nota van het rijk geeft als belangrijke criteria voor de ruimtelijke inrichting van Nederland in de komende dertig jaar onder andere:

  • ruimtelijke diversiteit: accentueren van verschillen tussen stad en land, behouden en versterken van het eigen karakter van uiteenlopende stedelijke milieus en landschappen;
  • culturele diversiteit: de historie moet naast technologische vernieuwingen zichtbaar blijven en als inspiratiebron dienen; hierbij gaat het om behoud en versterking van cultuurhistorische waarde, cultureel erfgoed en diversiteit in de architectuur;
  • aantrekkelijkheid: behoud van landschaps- en stedenschoon is een cultuuropgave. Er is meer aandacht nodig voor ontwerp en inrichting – niet alleen van stad en landschap, maar ook van de inpassing van infrastructuur. Hierbij is te denken aan de visuele uitstraling van verstedelijking op landelijk gebied, zones langs infrastructuur, open ruimtes, bufferzones, natuurgebieden en mooie steden.

Culturele planologie: kernopgave voor de toekomst

Druk 

De ‘herontdekking’ van culturele planologie is niet alleen vanuit het verleden te verklaren. De bouwactiviteiten en ingrepen in het landschap blijven ook in de komende decennia grootschalig. De aanstaande herstructurering van de landbouw en de bouwopgaven voor steden in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening zijn hier voorbeelden van. Bij dergelijke ingrepen kunnen bestaande kwaliteiten gemakkelijk onder druk komen te staan.

 

Duurzaam 

Daarnaast zullen Nederlanders (of misschien wel beter: Amsterdammers, West-Friezen etc.) naarmate hun netwerken groter worden, meer behoefte krijgen aan een houvast of ‘bodem’ in hun directe leefomgeving. Sinds een jaar of tien reizen we de hele wereld over om op vakantie te gaan, handelsrelaties zijn compleet internationaal geworden, de migratie neemt toe, en ook binnen Nederland bewegen wonen en werken zich over grotere afstanden. Bovendien is gebleken dat het hebben van een eigen identiteit essentieel is voor het duurzaam functioneren van gebieden.

 

Blijven investeren 

Een omgeving waar een inwoner of een bedrijf zich thuis voelt, houdt beter en langer stand dan een omgeving waar hij onverschillig tegenover staat. Hoe sterker de identiteit van een gebied, hoe meer gebruikers bereid zijn en blijven om in dat gebied te investeren. Culturele planologie als toekomstprincipe, het creëren van positief herkenbare en fraaie omgevingen, draagt bij aan het voorkomen van vroegtijdige herstructurering en verval.

Drie stappen voor een sterkere ruimtelijke identiteit

Subjectief 

Identiteit wordt vaak als iets subjectiefs gezien en daarmee als onwerkbaar. Dat identiteit subjectief is, is juist. De ruimtelijke identiteit heeft alles te maken met hoe mensen hun omgeving beleven. Maar in de Stipo-aanpak wil dat niet zeggen dat versterking van de ruimtelijke identiteit geen werkbaar principe kan zijn voor beleid. Hoe kan het principe van culturele planologie betekenis krijgen voor ons dagelijks werk? Binnen de Stipo-aanpak zijn drie stappen uitgewerkt om identiteit en culturele planologie werkbaar te maken.

Stap 1 - Identiteitsdragers benoemen

 

Belevingsnetwerken 

Binnen de Stipo-aanpak denken we vanuit ‘belevingsnetwerken’. De ruimtelijke identiteit heeft alles te maken met hoe gebruikers van de ruimte hun omgeving beleven. Daarbij spelen de netwerken van de openbare ruimte een belangrijke rol. Immers, gebruikers van een ruimte ervaren die ruimte voornamelijk vanuit de openbare omgeving. Met andere woorden, vanuit daar waar je loopt, fietst of autorijdt, beleef je je omgeving. Verschillende netwerken kennen een verschillende beleving, met steeds andere vervoermiddelen en wisselende tempo’s.

 

Stadslichaam 

In de Stipo-aanpak wordt de openbare ruimte daarom opgevat als een integrale en samenhangende structuur, en niet als een reeks verbindingen tussen gebouwen of functionele bestemmingen. Het netwerk van de openbare ruimte is het geraamte van het (stads)lichaam. Deze netwerken hebben elk een eigen verloop die elkaar soms doorkruisen en soms evenwijdig lopen. Ze worden niet alleen gezien als verbindingen maar ook als belevingsschakels. Ook het aangezicht van particuliere gebouwen en percelen maken onderdeel uit van deze totaalbeleving. Samen met de openbare ruimte, het groen en het water bepalen zij de identiteit.

 

Losse dragers 

Daarbinnen zijn losse ‘identiteitsdragers’ te vinden: gebouwen, zoals industriële monumenten, maar ook gebieden (landschappen en ‘city-scapes’), lijnen of wijken zoals Betondorp in Amsterdam, het Noordzeekanaal in Noord-Holland Zuid of de dijkenstructuren en bomenrijen in de Hoeksche Waard.

 

Positieve beleving 

Het gaat bij het benoemen van identiteitsdragers om gebieden en gebouwen met een sterke, karakteristieke en positieve beleving. Het uiteindelijk doel is immers: een omgeving waarmee inwoners, werknemers en bezoekers zich positief identificeren en waar ze zich thuis voelen.

Stap 2 - Identiteitsdragers versterken

 

Implementatie 

De tweede stap is het beleid zo op te zetten dat deze identiteitsdragers behouden blijven voor de toekomst, zowel bij kleine als bij grote en ingrijpende veranderingen. En, de meer potentiële identiteitsdragers moeten worden versterkt waardoor het werkelijk identiteitsdragers worden. Voor dat laatste moeten we nastreven om:

  • Bij herstructurering en nieuwbouw aansluiting te zoeken bij de bedoelingen van waaruit gebieden en structuren zijn ontworpen.
  • Identiteitsdragers zichtbaarder te maken en zichtlijnen ernaar toe te creëren. De ruimtelijke identiteit is immers ook afhankelijk van hoe de gebruikers haar kunnen beleven. Naarmate Nederland sterker verstedelijkt is het voor het behoud van identiteitsdragers van belang dat ze door velen gezien kunnen worden, om te worden gewaardeerd. Iets kan nog zo'n sterke identiteit hebben, als maar weinigen dat kunnen zien, wordt het kwetsbaar voor verdringing door druk vanuit andere ruimteclaims. Op weg naar 2030 zal in Nederland steeds sterker gelden: ongebruikt en onbekend maken onbemind. Een ‘onbeminde’ identiteitsdrager verliest als het ware zijn identiteit en wordt verdrongen door andere functies.
  • Waar mogelijk ruimtelijke identiteitsdragers nieuwe functies geven voor een breder publiek of ze aan sociale functies te koppelen. Ze zo openbaar mogelijk houden. Waar identiteitsdragers worden geprivatiseerd, worden ze ook minder sterk beleefd. Ook als iets feitelijk openbaar is kan het privé lijken.

Stap 3 - Nieuwe identiteitsdragers

 

Dynamiek 

Bij de derde stap komen we bij een cruciaal element binnen de Stipo-aanpak voor culturele planologie. Een veelgehoorde misvatting is dat het denken vanuit identiteit zou betekenen dat alles moet blijven als het is. Een dergelijke interpretatie van culturele planologie doet volgens Stipo geen recht aan de maatschappelijke en ruimtelijke dynamiek die gebieden door de decennia heen beïnvloedt en ze van karakter doet veranderen. De waarde van culturele planologie ligt juist in de combinatie van verandering en dynamiek èn behoud van waardevolle dragers.

 

Angst

Het denken vanuit identiteit is bij deze aanpak de sleutel om op een goede manier met verandering te kunnen omgaan. Mensen die hun omgeving sterk waarderen zullen niet graag over verandering willen nadenken, uit angst dat verandering betekent dat de kwaliteit achteruit gaat. Als je kunt laten zien dat je veranderingen niet uit de weg gaat, maar wel met het doel om de kwaliteiten van het gebied te versterken en je die kwaliteiten gezamenlijk benoemt en bediscussieert, blijkt in de praktijk dat het idee van verandering op zijn minst hanteerbaarder wordt.

 

Ideeën 

Naast dit procesmatige aspect van identiteit stuurt het denken vanuit ‘identiteit’ ook inhoudelijk aan hoe met veranderingen is om te gaan. Een analyse van de karakteristieken van een landschap kan bijvoorbeeld mede bepalen welke stedenbouwkundige en landschapsarchitectonische kwaliteiten een nieuw bedrijventerrein moet krijgen. Ook in bestaande woonwijken en in steden levert een analyse vanuit belevingsnetwerken waardevolle nieuwe ideeën op.

 

Creatie 

De derde stap, het creëren van nieuwe identiteitsdragers, moet verder bijdragen aan het combineren van verandering en dynamiek met behoud van waardevolle dragers. Nieuwbouw, herinrichting en herstructurering (of stedelijke vernieuwing) moeten dan zó worden opgezet dat nieuwe identiteitsdragers worden gecreëerd. Op die manier wordt gestreefd naar een vorm van stedenbouw, landschapsarchitectuur, ontwerp van openbare ruimtes, groen en architectuur waardoor unieke, herkenbare gebieden ontstaan. Gebieden die karakteristiek zijn voor die regio, die stad of dat dorp en niet overal in Nederland hadden kunnen liggen. Of het nu gaat om woonwijken, bedrijventerreinen, kantoren, sportvelden, groengebieden, water of infrastructuur.

Toepassingsvoorbeelden

Hoeksche Waard

Deze netwerkbenadering diende al als uitgangspunt bij het ontwikkelen van het regionale samenwerkingsproject Ruimtelijke Inrichting Hoeksche Waard. In het Hoeksche Waard Omgevingsplan (HOP) zijn de identiteitsdragers zoals het patroon van kernen in het open landschap, de dijkenstructuur die met de hoge boombeplantingen zorgen voor een ‘kathedrale’ ruimtebeleving, het stelsel van natuurlijke kreken, de monumentaal beplante erven en de oevers het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen. Mede naar aanleiding van het HOP is een groot deel van de Hoeksche Waard als Nationaal Landschap in de Nota Ruimte opgenomen.

 

Toekomstvisies

Sindsdien is dit op vergelijkbare wijze uitgewerkt als onderdeel van integrale toekomstvisies voor de gemeenten Binnenmaas en Woudenberg.

 

ARS

Culturele planologie is echter zeker niet alleen voorbehouden aan het landelijk gebied. De Amsterdamse Raad voor de Stadsontwikkeling (ARS) heeft naar aanleiding van de aanpak in de Hoeksche Waard geadviseerd dat een dergelijke netwerkbenadering niet alleen voor landelijke gebieden, maar ook voor de stad zou moeten gelden.

 

Structuurvisie Oost/Watergraafsmeer 

In 2001 heeft Stipo dit in opdracht van het stadsdeel Oost/Watergraafsmeer uitgewerkt in het boekje ‘Stadslandschappen, belevingsnetwerken en water’. Uit een analyse van de stadslandschappen, waterstructuren en belevingsnetwerken komen voorstellen voor toekomstige identiteitsversterkende opgaven naar voren, zoals nieuw toe te voegen stadspunten. Deze analyse is een onderlegger voor de nieuwe Structuurschets van Oost/Watergraafsmeer, die culturele planologie als uitgangspunt neemt.

 

Woonmilieus Parkstad Limburg 

Ook in recente projecten speelt identiteit een grote rol. Voorbeelden zijn de Regionale Woonmilieuvisie Parkstad Limburg, waarbij identiteit één van de dragende onderleggers is voor de woonmilieubenadering, het Stadionplein en de Olympische Coalitie. Bij het Stadionplein wordt gezocht naar een eigentijdse invulling met respect voor de stedenbouwkundige en cultuurhistorische systemen die in dit gebied samen komen. Bij de Olympische Coalitie wordt meer programmatisch en ook eigentijds de potentie van de Olympische historie benut.

Meer weten

 

Contactpersoon: Kees Jansen
Klik hier om Kees een mail te sturen
Of klik hier voor de contactgegevens van Stipo

 

Meer lezen

  • Artikel van Stipo over identiteit in Agora 
  • Integrale Toekomstvisie Binnenmaas (PDF, 2Mb)
  • Integrale Toekomstvisie Bunnik
  • Toekomstvisie Woudenberg, bestaande uit:

- Toekomstvisie Woudenberg deel 1: hoofdvisie,

- Toekomstvisie Woudenberg deel 2: landelijk gebied,

- Toekomstvisie Woudenberg deel 3: leefklimaat en

- Toekomstvisie Woudenberg deel 4: voorbeeld beeldkwaliteit bedrijventerrein (PDF)

  • Stadslandschappen Oost/Watergraafsmeer (PDF)
  • Artikel van Stipo over Woonmilieuaanpak in Tijdschrift voor de Volkshuisvesting (PDF); de hierin beschreven aanpak heeft ten grondslag gelegen aan de Regionale Woonmilieuvisie 'Lekker Thuis in Parkstad Limburg'
  • Stadionplein
  • Olympische Coalitie

 

Inhoud
1.
Culturele planologie en identiteit
2.
Culturele planologie: kernopgave voor de toekomst
3.
Drie stappen voor een sterkere ruimtelijke identiteit
3.1.
Stap 1 - Identiteitsdragers benoemen
3.2.
Stap 2 - Identiteitsdragers versterken
3.3.
Stap 3 - Nieuwe identiteitsdragers
4.
Toepassingsvoorbeelden
5.
Meer weten
6.
Meer lezen
Print dit artikel
Stuur dit artikel door

Downloads:

  • Integrale Toekomstvisie Binnenmaas
  • Toekomstvisie Woudenberg deel 1: hoofdvisie
  • Toekomstvisie Woudenberg deel 2: landelijk gebied
  • Toekomstvisie Woudenberg deel 3: leefklimaat
  • Toekomstvisie Woudenberg deel 4: voorbeeld beeldkwaliteit bedrijventerrein
  • Stadslandschappen Oost/Watergraafsmeer
  • Woonmilieuaanpak in Tijdschrift voor de Volkshuisvesting
Stipo Amsterdam: +31 (0)20-4233690 / Stipo Rotterdam +31(0)10-2041590 / contact@stipo.nl