Team voor stedelijke ontwikkeling
Zoek >
Aanmelden nieuwsbrief >
English
Leestekst A A
home
STIPO is
STIPO biedt
Stad & Mens
Stad & Cultuur
- Projecten
- Verdieping & Inspiratie
Stad & Economie
Stad & Ruimte
Stipo Academy
StadsLAB
Stadsgeruchten
Partners
Agenda

Alleen maar winnaars in de strijd om culturele hoofdstad 2018

Culturele Hoofdstad 2018

In 2018 zijn Nederland en Malta aan de beurt in de carrousel van landen die de Culturele Hoofdstad van Europa mogen leveren. Maar welke Nederlandse stad wordt het? En betekent de winst van de ene stad automatisch het verlies van de overige kandidaten?

De titel Culturele Hoofdstad van Europa is in 1985 gecreëerd door de Allerlei steden lopen zich warm om zich in 2012 - het jaar dat de inschrijving opent - kandidaat te stellen. Almere, Utrecht, Maastricht, de Brabantse Stedenrij (Brabantstad) en Den Haag hebben zich al gemeld; anderen zullen wellicht nog volgen. Omdat de selectieprocedure van deEuropese Culturele Hoofdstad is gebaseerd op competitie, zal slechts één stad per aangewezen land zich winnaar mogen noemen. De andere kandidaten blijven met lege handen achter. Het kan ook anders. Wij stellen een aanpak voor waarbij alle steden winnen, ook de verliezers.

Wenkend perspectief


Nederland wil de komende decennia grote internationale evenementen organiseren. Naast de Culturele Hoofdstad in 2018 wil Nederland dat jaar samen met België het Wereldkampioenschap voetbal binnenhalen. In 2028 moeten vervolgens de Olympische Spelen naar ons land komen (zie nummer 1 van dit jaar en het tweede nummer van 2008 voor een uitgebreidere bespreking). De verwachte directe en indirecte economische spin-off van deze evenementen is groot. De  concurrentie met andere landen om ze binnen te halen is dat dus ook. Investeringen in onder meer infrastructuur, sportvoorzieningen, hotels en veiligheid zijn nodig om een kans te maken om deze evenementen binnen te halen.

Opening van de eerste Nieuwbouwbroedplaats van AmsterdamHet Rijk pakt de ambitie op en wil, zo stelt zij in de nota Randstad 2040 (2007), de Randstad ‘Olympic proof' maken. Ook als we de Olympische Spelen onverhoopt niet krijgen toegewezen, zal de Randstad, als deze eenmaal ‘Olympic proof' is, inmiddels zo versterkt zijn dat we sowieso sterker staan in de meer algemene internationale stedelijke concurrentiestrijd. De Olympische Spelen worden in Randstad 2040 dus als een wenkend perspectief gebruikt om de langetermijnontwikkeling ten aanzien van ruimtelijke ordening, economie, sport en andere sectoren met elkaar te verbinden.

De Olympische Spelen zullen uiteindelijk in één stad worden gehouden, in ieder geval in naam. Het is fantastisch voor een stad om de naam te mogen dragen van de Olympische Spelen 2028. Echter, qua Olympische locaties zullen het per definitie Randstadspelen moeten worden, met evenementen en Olympische voorzieningen op vele plekken verspreid in de metropool. Geen van de Randstadsteden heeft immers voldoende accommodaties om de hele Spelen te kunnen huisvesten. Zelfs Amsterdam, hotelstad nummer één, heeft onvoldoende hotelkamers, en ook Rotterdam heeft als sportstad nummer één onvoldoende sportaccommodaties.

De Olympische Spelen kunnen daarom alleen binnen worden gehaald als de hele Randstad ‘Olympic proof' is. Naast fysieke ingrepen vraagt dat ook veel interstedelijke samenwerking. Stel dat de Olympische spelen in Rotterdam plaatsvinden, dan moeten de andere steden er genoegen mee nemen dat hun stad tijdens het evenement onder naam van de concurrent op de wereldagenda staat. Dat is geen sinecure!

Te laat

Het gereedmaken van de Randstad voor eventuele Olympische Spelen is een prachtig streven. Toch is het minstens zo interessant om de belangrijkste Nederlandse steden voor te bereiden op het jaar 2018, wanneer een Nederlandse stad Culturele Hoofdstad van Europa zal zijn.

Cultuur is in de internationale stedenstrijd een belangrijke concurrentiefactor. Alle Nederlandse steden gebruiken cultuur in hun internationale profilering, en dat is niet verwonderlijk. Cultuur heeft economisch namelijk een grote potentiële spin-off. De door alle steden begeerde creatieve klasse en kenniswerkers selecteren hun woon- en werkplek mede op basis van het aanwezige culturele  klimaat.

Pas in 2012 vindt de keuze plaats welke stad Culturele Hoofdstad van Europa 2018 wordt. De steden beginnen zich nu langzaam maar zeker warm te lopen, maar goed beschouwd is dat (te) laat. Om de gekandideerde steden voor 2018 klaar te maken voor de titel Culturele Hoofdstad,
zijn deels dezelfde kwalitatieve randvoorwaarden gewenst als voor de Olympische Spelen. Ook Culturele Hoofdsteden hebben baat bij goede bereikbaarheid, ruimtelijke ordening en   voorzieningen. Dit zijn langetermijnprojecten, waar veelal nu al besluitvorming over had moeten plaatsvinden. De start mag daarom niet lang meer op zich laten wachten, als er niet al gestart had moeten worden.

De invloed van het Culturele Hoofdstadtraject op ruimtelijke ordening en infrastructuurinvesteringen
is hierdoor beperkt. De aanwijzing van Culturele Hoofdstad kan vooral sturen op trajecten met een kortere voorbereidingstijd. Het gaat dan niet om fysieke, maar eerder om sociale, economische of  puur culturele maatregelen en evenementen, zoals de grote Jeroen Boschtentoonstelling, die in 2001 toen Rotterdam Culturele Hoofdstad was een belangrijk hoogtepunt vormde.

Samenwerkende beleidssectoren

Wij geloven in een overkoepelende aanpak die, door het ruimtelijke, economische en culturele vlak te verenigen, de Randstad en de aspirant-Culturele Hoofdstad-steden gezamenlijk klaarstomen oor 2018. De kansen van cultuur worden breed erkend. Professionals op het gebied van economie, wonen, ruimtelijke ordening en onderwijs benadrukken allemaal de relevantie van cultuur voor de stad en hun eigen sector.

We zien dat de kansen nu vooral op projectniveau worden gepakt en minder op projectoverstijgend niveau. Op projectniveau zijn er legio goede voorbeelden, variërend van geplande culturele voorzieningen als het nieuwe Luxor Theater en andere voorzieningen die de ontwikkeling van de Wilhelminapier in Rotterdam meetrekken. Of, kleinschaliger, de realisatie van de recent geopende culturele broedplaats in het nieuwe Amsterdamse woongebied Westerdok, waar op loopafstand van Amsterdam Centraal vijftien creatieve ondernemingen ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Bij deze ontwikkeling wordt expliciet een relatie gezocht met de bewoners en de bedrijven in de directe omgeving.

Een detail van het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht

Er zijn ook (of vooral) vele niet door de overheid geplande culturele voorzieningen zoals in de buurt Temple Bar in Dublin, waar de binnenstedelijke herontwikkeling de gehele stad een enorme impuls heeft gegeven. Op projectoverstijgend niveau blijkt het lastig om de sectoren economie, ruimtelijke ordening, kennis en cultuur in een integrale aanpak te verenigen. Dat is ook niet zo verwonderlijk:  het zijn verschillende werelden die om verschillende redenen niet eenvoudig tot elkaar te brengen zijn.

Allereerst denkt men in verschillende termijnen. In de ruimtelijke ordening wordt decennia vooruitgedacht, terwijl in de culturele sector nooit voor meer dan een paar jaar wordt gepland. Een meerjarig integraal uitvoeringsprogramma voor de sectoren gezamenlijk wordt hierdoor lastig.Ten tweede vormen de financiën een struikelblok. De geldstromen in vastgoed bijvoorbeeld zijn qua  omvang en systematiek onvergelijkbaar met die in de cultuursector. Waar op cultureel niveau
een bedrag van honderdduizend euro vaak als een fortuin wordt opgevat, is het in vastgoedprojecten eerder een bedrag achter de komma. Het is hierdoor moeilijk om de  investeringsstromen aan elkaar te koppelen. Tot slot kan het grote cultuurverschil worden  aangehaald. Tussen de sectoren bestaan alleen al op het vlak van belangen, stakeholders en type mensen grote verschillen. Er schuilt waarheid in de clichés van de 'jasje-dasje'-economen binnen de  overheid en de 'halve kunstenaars' werkzaam bij de diensten kunst en cultuur. Het is niet altijd makkelijk om deze cultuurverschillen te overbruggen.

Op nationaal niveau is een integrale aanpak ten aanzien van de culturele versterking van de steden zo mogelijk nog lastiger. De afstand tussen departementen is groot. Er zijn weinig beleidstrajecten waarin bijvoorbeeld de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) elkaar tegenkomen. In Randstad Urgent (2007), het rijksprogramma gericht op versterking van de Randstad, zit weliswaar één culturele Randstadprioriteit, maar deze komt niet uit de koker van het Rijk, maar uit die van de gemeenten en grote culturele instellingen. Het initiatief AR'dam, dat zich richt op intergemeentelijke samenwerking ter versterking van het culturele leven in de Randstad, is hiervan een voorbeeld. Op zich is het prima dat het Rijk zich hierin vooral faciliterend opstelt. Tegelijkertijd zou je van een rijksoverheid die inzet op de culturele versterking van de steden een actievere rol verwachten.

Culturele coalitie

De mogelijkheid bestaat om op weg naar verkiezing tot Culturele Hoofdstad een analogie te zoeken met de ‘Olympische aanpak'; de kandidaatstelling hoeft niet alleen gebruikt te worden ter versterking van cultuur, maar óók van de steden zelf, zodat de kandidaatstelling ook een succes is als een stad uiteindelijk niet wordt uitgekozen. Dit betekent een andere manier van denken over Culturele Hoofdsteden. Niet alleen focussen op de culturele opgave, het lokale programma en
de Europese dimensie, maar deze verbinden aan de stedelijke opgave in bredere zin: de  ruimtelijke, economische en sociale opgaven, zodat de impact blijvend wordt. Dat is ook een van de criteria voor de selectie van een Culturele Hoofdstad. Een dergelijke aanpak zou niet op het niveau van de individuele aspirant-Culturele Hoofdsteden moeten plaatsvinden.

Een coalitie van overheid en culturele partners kan het initiatief nemen om boven het niveau van de individuele steden uit te stijgen. Er kan een programma worden ontwikkeld waarin de aspirant-Culturele Hoofdsteden van elkaar leren hoe de culturele en bredere stedelijke ontwikkeling elkaar kunnen stimuleren. Onderdeel van zo'n aanpak is dat het Rijk, en dus niet alleen het ministerie van OCW, helder voor ogen krijgt hoe de steden zich kunnen voorbereiden op 2018 en welke
randvoorwaarden en investeringen daar ten aanzien van bijvoorbeeld verkeer, vervoer en economie voor nodig zijn. Je hoeft in zo'n programma niet bij nul te beginnen. Er kan immers voortgebouwd worden op de samenwerking die er al is, zoals het eerder genoemde initiatief AR'dam.

Ook kan er gekeken worden naar wat de steden nu al doen op het gebied van ruimte, economie en cultuur. Hierbij is het aan te bevelen om de ruimtelijke, economische en culturele strategieën voor de periode tot 2018 (met een doorkijk tot 2028) van een aantal steden en stedelijke netwerken op een rij te zetten, op zoek te gaan naar de wisselwerking die er al is tussen de sectoren en te bepalen welke gezamenlijke strategie bereikt kan worden.

Daarnaast kan er veel geleerd worden van interessante coalities op projectniveau, zoals de coalities voor het Museumplein en het Stadionplein in Amsterdam waarin allerlei belanghebbenden samen met de overheid investeren in de ontwikkeling van het Museumplein als cultureel en het  Stadionplein als sportbrandpunt. Tot slot strekt het tot de aanbeveling om de kennis over samenwerking tussen culturele en stedelijke ontwikkelingspartners te combineren om de  wederzijdse relaties tussen deze sectoren te bevorderen en de kandidaatsteden elkaar te laten versterken in plaats van te beconcurreren.

Liefst moet hier nu al in worden geïnvesteerd en niet pas vier jaar voorafgaand aan het evenementjaar, als de selectie eenmaal bekend is. In een dergelijk proces kan bovendien worden opgetrokken met partnerland Malta. Hierbij kunnen de culturele doelstellingen worden versterkt door ze in de stedelijke ontwikkelingsstrategie te plaatsen, zowel die van de stad als de regio, waarmee de intrinsieke artistieke waarde kan worden aangewend voor een blijvender impact.
Een dergelijke aanpak leidt ertoe dat de Europese Commissie uiteindelijk slechts twee steden selecteert, maar dat niettemin alle kandidaatsteden winnen. Dit sluit aan bij wat een van de hoofden cultuur van een aspirant-Culturele Hoofdstad aangaf: "Het maakt me eigenlijk niet uit of we het worden of niet. Waar het mij om gaat is dat dit proces ertoe leidt dat we tien jaar lang cultuur hoger op de bestuurlijk agenda krijgen. En dat we daar meer geld in gaan investeren in deze stad." We moeten zorgen dat de kansen voor synergie optimaal worden erkend
en benut.

Jeroen Laven (jeroen.laven@stipo.nl) is werkzaam voor Stipo en Yvonne Rijpers was werkzaam voor Stipo, kennisteam voor stedelijke ontwikkeling. Jeroen Laven is voorzitter van Inspiring Cities, het internationale netwerk voor steden en cultuur. Yvonne Rijpers is redacteur van AGORA.

Literatuurselectie

  • AR'dam (2007) Amsterdam en Rotterdam slaan handen ineen. Een manifest. <www.ar-dam.nl> Laatst bezocht: april 2009.
  • Karssenberg, H. (2007) Sneller - hoger - sterker; sport en cultuur combineren vanuit de Olympische Gedachte. Laatst bezocht: april 2008.
  • Karssenberg, H. (2008) Arts and culture are outstanding value creators. Laatst bezocht: april 2008.
  • Kool, D. de & M. Lobzhanidze (2009) Olympische Spelen in Nederland. AGORA 25, 1, 32-35.
  • Ministerie van Verkeer en Waterstaat (2007) Randstad Urgent. Den Haag. VROM (2007) Startnotitie Randstad 2040. Naar een duurzame en concurrerende Europese topregio. Den Haag: Sdu Uitgever.
Inhoud
1.
Wenkend perspectief
2.
Te laat
3.
Samenwerkende beleidssectoren
4.
Culturele coalitie
5.
Literatuurselectie
Print dit artikel
Stuur dit artikel door
Stipo Amsterdam: +31 (0)20-4233690 / Stipo Rotterdam +31(0)10-2041590 / contact@stipo.nl