Team voor stedelijke ontwikkeling
Zoek >
Aanmelden nieuwsbrief >
English
Leestekst A A
home
STIPO is
STIPO biedt
Stad & Mens
Stad & Cultuur
Stad & Economie
Stad & Ruimte
Stipo Academy
StadsLAB
Stadsgeruchten
Partners
Agenda

Economically, ecologically, equitably and elegantly enjoyed

Cradle to Cradle

Het is een intrigerende combinatie: een ecologisch toxicoloog met Greenpeace achtergrond en een architect uit New York zijn de veroorzakers van een revolutie in het denken over het milieu.

Introductie Cradle to Cradle (C2C) 

Michael Braungart en William McDonough ontmoetten elkaar in New York en zij kwamen op een verbluffend simpele gedachte. Producten gaan hooguit mee van de wieg tot het graf. Is het mogelijk producten te ontwerpen die van de wieg tot de wieg meegaan; Cradle to Cradle? Wat zou er gebeuren als er helemaal geen afval meer zou bestaan?

Michael Braungart and William McDonoughKijk naar de natuur, daar bestaat geen afval. Daar kwam hun basisidee vandaan om met een nieuw principe te gaan ontwerpen: afval = voedsel. Het is niet erg als er afval is, zolang het maar als voedsel aan de natuur is terug te geven. Het is een radicaal ander perspectief dan dat van de duurzaamheid, dat streeft naar ‘minder slecht’. Cradle to Cradle streeft naar ‘in een keer goed’. Hou tijdens de ontwerpfase rekening met het moment dat het product wordt weggegooid, en zorg dat het dan grondstof wordt voor een nieuw product. 

McDonough: “Ons doel is een prettige, gevarieerde, veilige, gezonde en rechtvaardige samenleving met schone lucht, bodem, water en schone energie, waarbij economie, ecologie en sociale aspecten elegant en plezierig met elkaar in samenhang zijn, zowel voor huidige als toekomstige generaties.” 

De skibaan in Dubai 

Ski slope DubaiDit is een skibaan midden in de woestijn in Dubai, het toppunt van energieverspilling. Of, als je denkt dat dit het toppunt is, bedenk dan dat die sneeuwbaan bovenaan een terras heeft met straalkachels, om het terras weer te verwarmen. 

Wereldbevolking en verstedelijking 

Dit jaar woont meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad, de verwachting is dat dit uiteindelijk oploopt naar 90% de komende 40 jaar. Dit koppelen aan klimaatverandering betekent nieuwe uitdagingen: meer mensen betekent ook meer grondstoffen, meer energie en meer uitstoot. Het betekent ook nieuwe kansen: stedelijk leven is in principe veel efficiënter dan plattelandsleven. Het geeft in elk geval de context aan waarin het type denken van Cradle to Cradle hard nodig kan zijn: de manier waarop we nu met grondstoffen omgaan is vroeg of laat eindig. 

 

Groei wereldbevolking 1700 - 2000  Percentage stadsbewoners op de wereld 1700 - 2000 

Energieverbruik 1920 - 1970  CO2 emissie 1700-2000 

Groei wereldbevolking, toename percentage stadsbewoners, groei energieconsumptie, groei CO2-emissie.

Drie systemen

In hun boek Cradle to Cradle schetsen Braungart en McDonough drie systemen naast elkaar: 

  1. de industriële revolutie
  2. eco-efficiëntie
  3. eco-effectiviteit. 

Systeem 1: Industriële Revolutie

Industriele revolutieHet is nooit met opzet zo ontworpen, maar het is wel ontstaan. Als je met de kennis van vandaag een ontwerpopdracht zou moeten geven voor de industriële revolutie, dan zou je een systeem moeten maken: 

  • dat elk jaar miljarden kilo’s giftig materiaal in de lucht, het water en de grond uitstoot
  • dat materialen produceert die zo gevaarlijk zijn dat toekomstige generaties voortdurend waakzaam moeten blijven
  • dat tot gigantische hoeveelheden afval leidt
  • dat voorspoed creëert door natuurlijke hulpbronnen op te graven of om te kappen en vervolgens te begraven of te verbranden.  

Traditionele landbouwHetzelfde gebeurt in de traditionele landbouw: 

  • Produceer zoveel mogelijk graan met zo min mogelijk inspanning, tijd en kosten
  • Sterk gespecialiseerde, gekruiste en mogelijk genetisch gemanipuleerde soort
  • Creëer een monocultureel landschap
  • Verwijder alle andere soorten vegetatie (gronderosie) of verdelg onkruid met gif
  • Door monocultuur neemt aantal insecten toe en zijn meer bestrijdingsmiddelen nodig
  • Door zijn er monocultuur minder voedingsstoffen en is meer kunstmest nodig  

En ook in veruit de meeste bouwprojecten zijn er parallellen: 

  • SuburbiaVerwijder alle grond en egaliseer de grond met machines
  • Kap bomen, vernietig of verjaag natuurlijke flora en fauna
  • Bouw zo standaard mogelijk huis zonder rekening te houden met zon, bomen, grond en water
  • Leg gazon aan dat je volstopt met kunstmest en gevaarlijke bestrijdingsmiddelen om het egaal te houden. 

Recyclen is downcyclen 

Er is in al deze voorbeelden iets mis aan de basis met de ruwe producten. Er zijn twee grote problemen. In het systeem van de industriële revolutie prRecyclen is downcyclenoberen we te recyclen. Maar recyclen is eigenlijk downcyclen. Het recyclen dat we nu doen brengt eigenlijk vooral een vertraging in de levensduur aan, maar uiteindelijk worden de grondstoffen er minder door waard. PVC-flessen worden een bankje om op te zitten, en uiteindelijk verdwijnt dat bankje toch ook op de vuilnishoop. De grondstoffen zijn vermengd geraakt met andere giftige stoffen en uiteindelijk niet meer bruikbaar. Recyclen is dus meestal niet ècht recyclen. 

Producten + gif 

Het tweede probleem is dat van Producten plus: je krijgt een dienst + toevoegingen (giftige stoffen) die je niet wilt en waar je helemaal niet om hebt gevraagd. Het zit in gewone producten, zoals Astma vrije zone rond schoolpolyester kleding en populaire elektrische producten. De assemblage leidt tot onbedoelde verwerking van verboden stoffen. Braungart heeft becijferd dat de industrieën in hun productieproces voor reguliere producten meer dan 80.000 chemische stoffen en technische mengsels gebruiken. Daarvan zijn van slechts 3.000 de gevolgen voor levende systemen bekend. 

We zien de gevolgen. De helft van alle huishoudens in de VS heeft twee keer zoveel kankerverwekkende chemische stoffen in huis als toegestaan. Er is een enorme toename van gerelateerde ziektes als allergieën, astma, overgevoeligheid, stress, verzwakking imuunsysteem. De vraag die McDonough en Braungart zich stellen is: welke cultuur maakt nou dit type producten en laat daar zijn kinderen mee spelen? 

Systeem twee: Eco-efficiëntie

Stop Global WarmingDe standaardreactie vanuit de milieuhoek hierop tot nu toe was: beperken, voorkomen, minimaliseren, behouden, begrenzen, stoppen. De milieubeweging speelt in op schuldgevoelens bij de consument. Zij doet een moreel beroep op ‘consuminderen’ in plaats van consumeren. 

Beperken 

De industrie doet hieraan mee een profileert zich op eco-efficiency. Maar wat betekent het in de praktijk meestal ècht als een bedrijf zich ‘duurzaam’ noemt? Het bedrijf spant zich in om het verbruik en de hoeveelheid afval te verminderen, en ‘dan komt het wel goed’. Dit betekent: minder kilo’s gif afgeven. “Ik bescherm het systeem want ik gebruik mijn auto vandaag niet” wil eigenlijk zeggen: ik maak het een beetje minder kapot. Braungart: “Tot mijn veertigste kon ik het milieu niet beschermen, want ik had geen auto.” 

Voorspoed (in dit systeem) is minder activiteit (groei is slecht). Het systeem leidt tot veel strijd over te ontwikkelen voorschriften en handhaving daarvan. Het grootste probleem is eigenlijk, dat er in dit systeem nog altijd afval en dump van waardevolle materialen bestaan, misschien relatief minder dan vroeger zou zijn gebeurd, maar het gebeurt nog steeds. Met de toenemende bevolking en de welvaart in nieuwe delen van de wereld worden deze effecten bovendien weer snel teniet gedaan. 

Monsterlijke hybrides

Monsterlijke hybrides

Deze standaardreactie betekent dat industrie en milieu-beweging tegenover elkaar komen te staan, in plaats van dat ze elkaars alliantiepartners zijn. Overheid en commercie hebben ieder hun eigen rol, op het moment dat je die gaat mengen ontstaan ‘monsterlijke hybrides’. Het overheids-/wachtersmodel is gericht op het algemeen belang; het middel is regels; het doel behoud en bescherming volk. Het systeem is traag en bedachtzaam en kent recht om te doden. 

Het commerciële/handelsmodel is gericht op dagelijkse directe uitwisseling van zaken met waarde; het middel is geld. Het systeem is snel, creatief, inventief, op zoek naar voordeel. De mix kan echter heel verkeerd uit pakken: geld maakt wachter corrupt; de regelgeving vertraagt de commercie, dus bedrijven trekken weg naar plekken met minder regels;  regelgeving richt zich op ‘end of pipe’ oplossingen; bedrijven worden gestraft als ze iets niet doen, in plaats van beloond als ze iets wel doen. Milieu is lastig, oneconomisch; er is strijd tussen milieubeweging versus de industrie.

De ontwerpprincipes van eco-efficiency

Energieverbruik VS in de nachtEco-efficiëntie is dus een systeem: 

  • dat jaarlijks minder kilo’s gif afgeeft aan lucht, grond en water
  • dat voorspoed afmeet aan minder activiteit
  • dat voldoet aan duizenden ingewikkelde voorschriften
  • dat minder giftige materialen produceert
  • dat kleinere hoeveelheden nutteloos afval produceert
  • dat kleinere hoeveelheden waardevolle materialen dumpt.  

Braungart: “Duurzaamheid is niet genoeg voor ons. Als ik je vraag: hoe is je relatie met je vriendin? En jij antwoordt ‘duurzaam’, dan zou ik waarschijnlijk zeggen: ‘wat sneu’. Het is alleen maar een minimum, het is saai onderhoud.” Daar begint het pas bij. Daarna gaat het verder met liefde, comfort, genieten. Kunnen we niet een systeem bedenken dat èn effectief is, dat ecologie en economie combineert èn dat leidt tot elegantie en plezier voor de gebruiker? 

Drie boeken

Cradle to Cradle, Remaking the Way We Make ThingsAls voorbeeld van de drie systemen gaan Braungart en McDonough in op drie boeken. Je kunt een paperback maken, goed industrieel geproduceerd, maar met het nadeel dat je giftige inkt nodig hebt en bomen als grondstof moet kappen. Je kunt een gerecycled boek maken op gerecycled papier en milieuvriendelijke inkt, maar ook dit is niet optimaal; het toepassen van toxische stoffen blijft nodig, weliswaar minder, maar het blijft nog steeds nodig.

De Engelse versie van het Cradle to Cradle boek is gemaakt van een polymeer, dat altijd recyclebaar blijft en vrij is gemaakt van toxische stoffen; met inkt die gemakkelijk is te verwijderen en hergebruiken; en met comfort: je kunt er in bad mee lezen. Het boek is volledig, dus voor 100%, te hergebruiken, voor een nieuw boek. De waarde van de grondstof blijft dus bij hergebruik gelijk, en dan hebben we het over werkelijk recyclen (en niet downcyclen). 

Systeem 3: Eco-effectiviteit

Tegenover de reflex van eco-efficiëntie zetten Braungart en McDonough een systeem van eco-effectiviteit. Eco-effectiviteit kijkt naar het totale systeem: cultureel, commercieel, ecologisch èn esthetisch. 

Overdaad (abundance) 

Het symbool is de kersenboom die in bloesem staat. Wat een verspilling eigenlijk van energie en wat een verspilling van materiaal. Maar in de natuur zijn overvloed en groei niet slecht. De kersenboom is erop gericht dat iedere 10 jaar één zaadje tot een nieuwe boom uitgroeit – vanuit eco-efficiency is dit verspilling, maar vanuit eco-effectiviteit niet: de uitbundige groei en overvloedigheid zijn voedsel voor andere planten en dieren.

Dit is wat Braungart en McDonough zoeken met het systeem van eco-effectiviteit: gebouwen die meer energie opwekken dan verbruiken hun eigen afvalwater laten zuiveren; fabrieken die afvalwater lozen van drinkwaterkwaliteit; producten die geen nutteloos afval worden, maar voedsel of volledig recyclebaar; een wereld van overvloed in plaats van grenzen, vervuiling en afval. 

Kersenboom, de natuur produceert overvloed

Cradle to Cradle 

De hele filosofie heeft drie principes: 

  1. Afval is voedsel (of volledig gelijkwaardig herbruikbaar)
  2. Het huidige zonne-inkomen wordt gebruikt als energiebron (daar draait immers ook de cradle to cradle cyclus van de natuur op)
  3. Diversiteit moet worden gehuldigd. Niet alleen biodiversiteit, maar ook een systeem vermijden dat op elke plek dezelfde oplossing hanteert; steeds opnieuw kijken hoe je in die situatie het beste van klimaat, zon en wind gebruik kunt maken. 

We zeggen: we gooien iets ‘weg’. Maar ‘weg’ is niet echt ‘weg’, want het wordt gif op een vuilnisbelt buiten ons blikveld, of het wordt verbrand waardoor de grondstof wordt vernietigd en de giftige elementen in het systeem terecht komen. Afval is onnatuurlijk, het is een menselijke uitvinding. Kijk naar de natuur: daar komt toch ook geen afval voor, afval is daar voedsel. Pas als afval voedsel is, dan kun je groei als iets goeds gaan zien, in plaats van iets dat je wilt beperken.

Afval kan voedsel worden in 2 kringlopen: circuleren in de biosfeer en technosfeer. Producten moeten snel uit elkaar te halen zijn. En steeds geldt het inclusieve totaaldenken: “economically, ecologically, equitably and elegantly enjoyed”. McDonough: “Niet moraliteit, maar economische krachten zullen een ecologische omwenteling veroorzaken. Afval is uiteindelijk economisch gezien dom.” 

Voorbeelden uit de praktijk

De filosofie heeft inmiddels geleid tot een reeks revolutionaire doorbraken, die in stedelijke ontwikkelingsprojecten een directe inspiratie kunnen zijn. 

Rohner AG in Heerbrugg, Switzerland 

Rohner AG in Heerbrugg, SwitzerlandDeze textielfabriek midden in stad moest zijn deuren sluiten en zag een peperdure verhuizing tegemoet omdat het textielafval werd aangemerkt als zwaar chemisch afval; het afvalwater eveneens. Braungart gaf de directeur het idee om zijn afval als voedsel te gaan beschouwen. Hij is alle materialen gaan analyseren, en heeft alle 1600 kleurstoffen teruggebracht tot 16 die geheel vrij zijn van toxische materialen en waarmee alle kleuren kunnen worden gemaakt. Daarmee werd het productieproces opnieuw ingericht. 

Toen de fabriek opnieuw in gebruik werd genomen dacht men in eerste instantie dat de meetinstrumenten kapot waren – het water dat de fabriek uit kwam bleek schoner dan het water dat de fabriek binnen ging. De stoffen zijn volledig composteerbaar; van reststoffen wordt vilt gemaakt dat aan aardbeienboeren wordt Ford Rouge Centerverkocht om in de winter aardbeien mee af te dekken; het vilt composteert en wordt voedsel voor de planten. Werknemers kunnen in de fabriek weer zonder beschermende kleding rondlopen. De fabriek heeft enorm veel bespaard op eventuele verhuiskosten, het was economisch gezien de best denkbare investering. 

Het is een voorbeeld bij uitstek van het inclusieve denken: de economie wordt er beter van, de fabriek krijgt een goedkopere oplossing, het product wordt beter, er is geen afval meer en de werknemers zijn beter af. 

Een vergelijkbaar revolutionair resultaat werd later bereikt met het Ford Rouge Center. Ford omarmde de Cradle to Cradle filosofie uiteindelijk vooral omdat ze zich realiseerden dat het hen ontzettend veel besparingen zou opleveren. 

De Herman Miller Cradle to Cradle bureaustoel 

Herman Miller Milla Cradle to Cradle bureaustoelNa het gebouw van Herman Miller te hebben gebouwd, wisten McDonough en Braungart de fabriek te verleiden om ook een Cradle to Cradle bureaustoel te ontwikkelen. Om het label te krijgen moest de stoel voldoen aan strikte eisen: hij moest volledig recyclebaar zijn, non-toxisch, veilig voor mens en dier en geheel uit elkaar te halen. Dat lukte, en het leverde het bedrijf direct winst op, want het product bleek veel gemakkelijker te assembleren. 

Ergonomisch gezien is de stoel top of the bill. En hij gaat veel langer mee dan gewone bureaustoelen. Elke organisatie die concreet wil bijdragen kan nu voor deze stoel kiezen, wat comfort oplevert, goed is voor het milieu en economisch ook een slimme keuze is. 

Almere Principles 

Almere is de eerste stad in Nederland die de Cradle to Cradle filosofie als basis voor de gehele uitbreidingsopgave gaat hanteren. Hiertoe is de filosofie ingepast in zeven (bewust breder geformuleerde) ‘Almere Principles’: 

 

  1. Koester diversiteit (ecologisch, sociaal en economisch)
  2. Verbind plaats en context (identiteit, oriëntatie op west èn zuid en oost, bereikbaarheid)
  3. Combineer stad en natuur (behouden en benutten van groen en combineren van stad en natuur)
  4. Anticipeer op verandering (ruimtelijke overmaat, omkeerbaarheid van ingrepen, mentale overmaat)
  5. Blijf innoveren (innovatie en duurzaamheid, concentratie van kennis, voorbeeld geven)
  6. Ontwerp gezonde systemen (mentale verandering, nutssystemen, lange termijnstrategie)
  7. Mensen maken de stad (sociaal duurzame wijk, zelforganisatie, empowerment). 

Ook de gemeente Maastricht is actief in het doordenken hoe de principes niet alleen op het niveau van een product, een productieproces of een gebouw zijn toe te passen, maar ook in gebiedsontwikkeling. 

Een ondoordachte hype 

Kritiek Cradle to Cradle is een ondoordachte hypeHet concept is niet vrij van kritiek. Het artikel hiernaast werd bijvoorbeeld geschreven door Bas Amelung en Pim Martens zijn beiden werkzaam bij het International Centre for Integrated Assessment and Sustainable Development (ICIS), dat deel uitmaakt van de Universiteit Maastricht. 

Zij geven aan dat de filosofie in eerste instantie een goed idee lijkt, maar dat de praktische invoering ervan zoveel problemen dat het niet haalbaar is. Het koppelen van stromen van productie en afval zal op grote schaal onmogelijk zijn. Wat op microniveau werkt, kan problemen veroorzaken op macroniveau (als iedereen in een duurzame auto gaat rijden komt er zoveel CO2 vrij dat er een milieuprobleem ontstaat). Het is maar zeer de vraag of we ons leefpatroon niet hoeven aan te passen, louter door technologische oplossingen. 

Hun voornaamste bezwaar is dat Cradle to Cradle op korte termijn de aandacht te veel dreigt af te leiden voor problemen die we intussen moeten oplossen: klimaatverandering, biodiversiteit, armoede. 

Dat is de boodschap die misschien uit deze kritiek is te halen: prima om je te richten op Cradle to Cradle toepassingen. Misschien wordt het ooit de basis van ons economisch systeem. Maar voordat het zover is, moeten we niet vergeten dat we toch veel maatregelen zullen moeten treffen om te beperken. 

Zie ook

  • De in Nederland inmiddels beroemde Tegenlicht documentaire 'Afval = voedsel - Afval = voedsel - Afval is Voedsel' van de VPRO

  • Cradle to Cradle stoel van Herman Miller

  • Het aan McDonough en Braungart gelieerde adviesbureau EPEA

  • Hun Nederlandse afdeling wordt vertegenwoordigd door Hans Havens en Frans Aerdts

  • Speech van William McDonough op TED.com 

  • Almere Principles

  • C2C Ideeën boekje voor gebiedsontwikkeling in Maastricht

  • Kritiek Bas Amelung en Pim Martens en interview daarover op Tegenlicht. 

  • Op 14 oktober 2008 vond het Zakenfestival Almere 2008 plaats, waar Michael Braungart zijn nieuwe visie kwam ontvouwen.

  • Hèt Cradle to Cradle webkanaal in Nederland (dagelijks bijgewerkt)

  • Stipo artikel over (de overigens door Braungart verfoeide) passiefhuizen.



Foto bronnen:

Overdekte skibaan Dubai. Foto Rain Rannu.

Industrie. Foto jepoirrier

Traditionele landbouw. Foto Martin Pettitt

Suburbia. Foto dsearls

Recyclen is downcyclen. Foto Samual Mann

Astmavrije zone rond school is kennelijk nodig. Foto The Truth About

Stop Global Warming. Foto Kimberleyfaye

Energieverbruik VS in de nacht. Foto woodleywonderworks

Kersenbloesem. Foto Qole Pejorian.

Inhoud
1.
Introductie Cradle to Cradle (C2C) 
2.
De skibaan in Dubai 
3.
Wereldbevolking en verstedelijking 
4.
Systeem 1: Industriële Revolutie
4.1.
Recyclen is downcyclen 
4.2.
Producten + gif 
5.
Systeem twee: Eco-efficiëntie
5.1.
Beperken 
5.2.
Monsterlijke hybrides
5.3.
De ontwerpprincipes van eco-efficiency
5.4.
Drie boeken
6.
Systeem 3: Eco-effectiviteit
6.1.
Overdaad (abundance) 
6.2.
Cradle to Cradle 
7.
Voorbeelden uit de praktijk
7.1.
Rohner AG in Heerbrugg, Switzerland 
7.2.
De Herman Miller Cradle to Cradle bureaustoel 
7.3.
Almere Principles 
8.
Een ondoordachte hype 
9.
Zie ook
Print dit artikel
Stuur dit artikel door
Stipo Amsterdam: +31 (0)20-4233690 / Stipo Rotterdam +31(0)10-2041590 / contact@stipo.nl