Amsterdam, kom uit je hok
Op 21 april 2009 verzorgde Hans Karssenberg een column voor het Talk of the Town debat in het Pakhuis de Zwijger. De vraag: hou het Amsterdamse beeld van creatieve hoofdstad eens een spiegel voor.
Creatieve economie: hoe halen we Amsterdam uit het hok van de infrastructuur?
Wat moet je in een column aanmerken op Amsterdam als ‘creatieve hoofdstad van Nederland', als je weet dat de rest van heel Nederland er met grote ogen naar kijkt? Eén op de twee kunstenaars woont naar verluidt in Amsterdam. Er zijn meer dan 50 broedplaatsen. Bijna alle culturele gebouwen zijn fors aan het uitbreiden. Amsterdam heeft een historische binnenstad met een ongelooflijke sfeer, wat cruciaal is in de economie van ontmoeting die de creatieve kenniseconomie is. En Amsterdam ligt dichtbij Schiphol, misschien wel de echte centrumstad van de regio in termen van de economie en de welvaart die het genereert. Kortom Amsterdam lijkt alles mee te hebben.
En toch. Laten we de stad eens proberen een spiegel voor te houden. Dat kan moeilijk door bijvoorbeeld Rotterdam met Amsterdam te gaan vergelijken. Je scheert dan 2 miljoen inwoners over één kam en vergelijkt die met nog 2 miljoen inwoners aan de andere kant die je ook over één kam scheert. Het is wel boeiend om te kijken welke voorbeelden er uit andere steden zijn te halen.
Wat is Amsterdams ambitie?
En het kan door je de vraag te stellen: hoe kun je wat er nu gebeurt afzetten tegen je ambitie, of de ambitie die je misschien zou moeten hebben? In oktober vorig jaar kondigde Carolien Gehrels een derde gouden eeuw aan
voor Amsterdam, vooral gevoed door de creatieve economie (overigens kun je dat ook vervangen door ‘creatieve samenleving'). Amsterdam is, zo blijkt uit de facts, heel sterk in het bouwen van de infrastructuur voor de creatieve economie. Dat is geweldig, maar is het voldoende? Is er niet meer nodig als je het vanuit je stedelijke strategie beziet?
De gedachte achter de creatieve economie is dat creativiteit een onmisbaar onderdeel is. Dat er als het ware een keten loopt van de NDSM naar de Zuidas. En dat Amsterdam in de internationale concurrentie droog zou komen te staan als de creatieven in de stad niet meer aan de bak komen. De vraag is dan wel: hoe ziet die keten van NDSM naar Zuidas er eigenlijk uit? En: wie stuurt daarop?
Slimme Steden
Wat wordt op dit moment van steden gevraagd in hun strategie? In de internationale concurrentie doen vooral slimme steden het goed. Dit zijn steden die inspelen op de economie van de nieuwe ideeën. Ze doen dat vanuit hun eigenheid, hun ziel. Het profiel moet passen bij de humuslaag die er al is. Arnhem als modestad, Rotterdam als architectuurstad. Recent verscheen hier het boek Slimme Steden over met een reeks van voorbeelden van steden door heel Europa. Ze worden slim als ze gebruik maken van iets dat er al in hun stad is. Het is dus niet maakbaar, maar als het er eenmaal is is de vraag: wat doe je ermee? Het lukt die slimme steden om op sterke thema's in hun samenleving en hun economie clusters, coalities en ketens te organiseren.
De geboorte van de renaissance: Florence, 1400
Misschien wel het archetype van zo'n ‘slimme stad' is Florence, rond 1400. Hier werd de renaissance geboren. In een periode van 25 jaar was er een enorme uitbarsting van creativiteit. Vraag een kunsthistoricus de 10 belangrijkste Europese kunstwerken in een lijst te schrijven, en grote kans dat 5 daarvan in die 25 jaar in Florence zijn gemaakt. Maar hoe kwam dat nou? Waren er meer kunstenaars? Was er meer kennis door het beschikbaar komen van wetenschap uit de oudheid? Maar die waren er in andere steden toch ook?
Specifiek aan Florence was het enorme surplus aan geld doordat de textielhandelaren een bancair leningssysteem hadden ontwikkeld waarmee vorstenhuizen op afstand wol konden kopen. Die
stapeling van kapitaal leidde tot spanningen. Met buursteden, maar ook binnen de stad zelf. De machthebbersfamilies - met De Medici als één van de mindere - besloten te kiezen voor een strategie om doelbewust in schoonheid te investeren: wat mooi is maak je niet kapot, dachten zij.
De machthebbers trokken daarom doelbewust kunstenaars, ontwerpers, architecten en wetenschappers aan. Niet om hen vervolgens een zak
met geld te geven en te zeggen ‘zie maar wat je doet'. De opdrachtgevers wisten precies wat er in het vakgebied te halen viel, en ze lieten die creatieven op hun tenen lopen. Kathedralen bleven decennia lang zonder dak, omdat de opdrachtgevers niet tevreden waren met het ontwerp.
Toch is dit in feite wat Amsterdam doet. De stad legt een infrastructuur aan en laat het vervolgens aan de gebruikers over hoe zij dat invullen. Wie zijn hier de machthebbers die doelbewust sturen de keten naar de Zuidas? Hoe wordt hier de ijzeren driehoek tussen het ontsluiten en combineren van nieuwe vakgebieden, de creatieve individuen en de opdrachtgevers georganiseerd? Florence leert dat voor een bloeiperiode, een derde gouden eeuw, nodig is dat de opdrachtgevers inhoudelijk weten wat er te halen is en op grond daarvan door hun inhoudelijke aansturing het maximale uit de creatieven haalt.
De creatieve keten
Laten we eens kijken waar die creatieve economie dan allemaal te vinden is. Is dat in de broedplaatsen of ook op andere plekken?
Is de Kunstberg in Brussel creatieve economie? Er wordt gebundeld samengewerkt rondom het museale thema. Het Museumkwartier in Amsterdam kan er nog iets van leren. In Wenen, het Museumsquartier hebben rijk en stad doelbewust jonge ontwerpers aan hun formele cultuur toegevoegd in het quartier21. Voor het Museumkwartier Amsterdam hebben we becijferd dat dit in aantallen bezien, als je de instellingen bij elkaar optelt, de belangrijkste attractie is van Nederland. Het bezoekersaantal is het equivalent van € 5 miljard directe bestedingen per jaar in de stad en 12.500 banen. Toch zag EZ dit tot voor kort niet als een economische sector.
Is een festival creatieve economie? Het Internationale Filmfestival Rotterdam, is dat creatieve economie? Het IFFR is mede een groot succes doordat de filmers komen voor de Cinemart, één van de grootste beurzen tussen vraag en aanbod van films. Dat is wat de grote namen naar Rotterdam trekt. Over slimme steden gesproken. Waar doet Amsterdam dit?
Is de Philips Campus creatieve economie? Alles op deze technocampus is puur rondom het thema van ontmoeting georganiseerd. Geen enkel kantoor heeft een eigen kantine, er is één centrale voorziening. Waar zijn de Amsterdamse voorbeelden hiervan?
Is een stadswijk creatieve economie? Wimby in Hoogvliet, Rotterdam is een laboratorium voor de stedelijke vernieuwing. Waar heeft Amsterdam die? En hoe stuurt de stad op de aanwezigheid van talrijke ZZP'ers in de woonwijken? Er komen steeds meet zelfstandigen zonder personeel en een groot deel van hen is werkzaam in de creatieve economie. Een gebied als Java-eiland lijkt een stille woonwijk maar het is een van de gebieden met de meeste registraties bij de Kamer van Koophandel per hectare te zijn. Maar hoe speelt de stad hier vervolgens op in of hoe maakt de stad hier gebruik van?
Is De Hub creatieve economie? Dit is één van de talrijke nieuwe ontmoetingsplekken voor ZZP'ers die er wereldwijd ontstaan, eigenlijk de vindplaatsen in de creatieve economie. Andere initiatieven zijn greendesk, stadsridders in Den Haag, de Open Coffee Club die middagen voor ZZP'ers organiseert. Weliswaar ook in Amsterdam, maar wat doet de stad zelf actief met deze grote creatieve sector, die dus ook gewoon in woonwijken als het Java-eiland zit?
Is de universiteit creatieve economie? Als er één plek is in de stad waar veel wordt uitgedacht en uiteindelijk landt in de formele economie, dan zijn het de kennisbolwerken. Maar hoe structureel is zijn die universiteit en hogescholen nu eigenlijk gelinkt aan de stedelijke strategieën?
Is sport creatieve economie? In het Olympisch gebied zitten inmiddels allerlei organisaties en instellingen samen die kennis van de sport delen. De Johan Cruyff university, Richard Krajicek Foundation. Aan de VU is de klapschaats uitgevonden! Met het Olympisch Plan ontstaat hier wel wat meer aandacht voor, maar sport en sportbeleving zien we tot nu toe nog niet als onderdeel van de creatieve economie.
Is internet creatieve economie? Inspiring Cities, het internationaal netwerk voor Stad en Cultuur is hier een voorbeeld van in de creatieve sfeer. Wereldwijd bezoeken momenteel een half miljoen mensen per jaar deze website, meer dan een gemiddeld museum. Waar gebruikt Amsterdam het internet als ontmoetingsplaats voor de creatieve economie?
Is de stad zelf ook creatieve economie? Antwerpen gebruikt de stad als doek: hier voor stadsgedichten die de ziel van Antwerpen raken. De creatieve economie wordt zo zichtbaar in het dagelijkse stadsbeeld. Natuurlijk is er wel kunst in de openbare ruimte in Amsterdam, maar dit is toch van een andere orde.
Er zijn er waarschijnlijk nog veel meer te noemen - en we hebben het hier dan nog vooral over de productieplekken van de creatieve economie terwijl er ook nog minstens zoveel consumptieplekken zijn op te noemen - maar dit zijn allemaal stuk voor stuk plekken in de keten.
Infrastructuur alleen is niet voldoende
Amsterdam doet heel veel aan de creatieve economie, maar vooral in het hokje van de infrastructuur. Dat is perfect, en moet de stad ook zeker vasthouden, maar het is ook nog maar de eerste stap. Er is meer nodig om een Florence te worden. Er is meer nodig voor een derde gouden eeuw.
Uit deze negen voorbeelden blijkt dat Amsterdam veel meer kan sturen op de inhoud van de creatieve economie. Wat is eigen Amsterdams, hoe ontstaan daar logische ketens en hoe laat je die niet aan hun lot over, maar hoe laat je die op hun tenen lopen door een uitmuntend opdrachtgeverschap?
Denk af en toe eens aan Florence: wie is de opdrachtgever? Dat hoeft niet alleen de stad te zijn, het zijn de heersende machthebbers - tegenwoordig niet meer de Medici, maar bijvoorbeeld corporatiedirecteuren, bedrijfsleven, bewonersorganisaties, onderwijs. Wie stuurt er nu echt op de keten van NDSM naar Zuidas?
Kortom: Amsterdam. kom uit je hok van sturen op de infrastructuur, organiseer de opdrachtgevers zoals in Florence en ga dan echt je derde gouden eeuw in.
Meer weten
Deze column heeft geleid tot het verzoek van Bureau Broedplaatsen aan Stipo om een nieuwe strategie op te zetten vanuit waardeketens. Dit heeft geleid tot een advies over een nieuw type broedplaats: de ketenbroedplaats.
Contactpersoon: Hans Karssenberg
Klik hier om Hans een mail te sturen
Of klik hier voor de contactgegevens van Stipo