Synchroniciteit
Eind 2010 was professor Geert Teisman op uitnodiging van KEI te gast bij Stipo Rotterdam. Een boeiend gesprek over hoe complexiteitstheorieën de stedelijke vernieuwing kan helpen in de omslag van ‘Stad Maken' naar ‘Stad Zijn', van ingewikkeld naar complex. Over ontembare vraagstukken, dubbeldenken, synchroniciteit en zelforganisatie. Tijdens het atelier ontstond een deel van de broncode voor de natuurlijke wijkvernieuwing.
Veel debatten over stedelijke ontwikkeling worden momenteel gedomineerd door de effecten van de crisis. Die zijn groot, maar intussen speelt er op de achtergrond een nog veel grotere omslag: die van Stad Maken naar Stad Zijn. En die omslag brengt grote veranderingen met zich mee:
- Een veel meer gelijktijdige betrokkenheid van disciplines: stedelijke ontwikkeling wordt net zozeer als fysiek ook economisch, cultureel en maatschappelijk; nieuwe thema's dienen zich aan, nieuwe vermengingen tussen hardware, software en orgware.
- Een explosie van het aantal partners en betrokkenen: stedelijke ontwikkeling wordt netwerkgericht, in netwerken in de buurt maar aan de andere kant ook in wereldnetwerken.
- Het compleet door elkaar lopen van ontwikkeling, uitvoering en beheer: stedelijke ontwikkeling loopt niet meer hink-stap-sprong van bedenken naar maken naar beheren, maar beheer is er al en snelle uitvoering is nodig om vertrouwen te winnen, zodat er weer nieuwe visie mogelijk wordt. Stedelijke ontwikkeling gaat naar katalyseren en trial & error strategieën.
Complexiteit
Deze drie veranderingen werken alle een veel grotere complexiteit in de hand. Disciplines, fases en partners moeten immers bij elkaar komen in een mate die er voorheen, bij het ‘Stad Maken' in weilanden niet was, en die ook niet meer rechtlijnig aan te sturen is. En, zoals Charles Landry beschrijft in zijn ‘Art of City-Making', daardoor ontstaat er een verschil tussen ingewikkeld en complex.
Stad Maken is ‘ingewikkeld': er komt veel bij kijken, maar zolang je je aan het draaiboek houdt kom je er; net zoals een maanlanding ingewikkeld is. Stad Zijn is ‘complex', zoals het opvoeden van een kind complex is: zodra je iets doet volgt er onmiddellijk een reactie waardoor de situatie verandert.
Fluïde systemen
Die complexiteit vraagt om compleet andere modellen: om intuïtie, om een ‘punt in de verte' met een kortcyclische uitvoering, om bewegen tussen chaos en orde, om fluïditeit in plaats van rechtlijnigheid, om een stip op de horizon in plaats van eindbeeldplanning. Tegenover deze open einde benadering staat een realiteit die om SMART, accountability en beheersing vraagt, het temmen van de werkelijkheid in schijnbaar simpele modellen of vraagstukken.
Kan het verlangen naar regulering en beheersing van het leven in wijken worden ingewisseld voor een aanpak die uitgaat van het leven in wijken en van de ontwikkeling die een wijk doormaakt? Dit is een van de vragen die centraal staat in het denken over een alternatief voor de planmatige stedelijke vernieuwing: de natuurlijke wijkvernieuwing. KEI organiseerde om die reden in het kantoor van Stipo Rotterdam een atelier waarin deze vraag niet vanuit de wereld van stedelijke ontwikkeling zelf, maar vanuit de bestuurskunde werd beantwoord.
Hieronder volgt een samenvatting. Een uitgebreidere weergave is te lezen in de KEI publicatie over het atelier met Prof Geert Teisman over Natuurlijke Wijkvernieuwing als Werkwijze (PDF).
Prof. Geert Teisman
Te gast is professor Geert Teisman. Hij is hoogleraar Bestuurskunde verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en heeft onder andere het boek geschreven ‘Publiek management op de grens van chaos en orde'. Hij bedient zich daarbij van complexiteitstheorieën. Teisman is uitgenodigd om de deelnemers, afkomstig uit de praktijk van wijkvernieuwing, op scherp te zetten en met hen te onderzoeken hoe natuurlijke wijkvernieuwing een uitweg uit de maakbaarheidsillusie kan vormen. Centrale vragen van het Atelier: Hoe verhoudt de orde zich tot de chaos die je wilt oproepen? Wat kunnen we er vanuit de praktijk mee? Op welke manier zien we de worsteling die er is, voor het openstellen voor het loslaten/de chaos enerzijds en de noodzakelijke orde die je nodig hebt anderzijds?
Vraagstukken als de kwaliteit van de wijk zijn ontembaar geworden. In de vorige eeuw waren problemen tembare, overzichtelijke vraagstukken, zoals ‘zoveel woningen bouwen we'. Maar het stuurbare systeem is verruild voor een complex systeem dat lineair is, niet beheersbaar, niet kenbaar, niet mechanisch georganiseerd en geen doel heeft. "Het is een soort wapenwedloop waar je gedoemd bent te mislukken", aldus Teisman.
Als het dus gaat over competenties die we zouden moeten ontwikkelen, dan is het dat te doen wat gedoemd is te falen en tegelijk daaronder de ruimte te scheppen om te doen wat nodig is. Oftewel, pas het dubbeldenken toe: schik je zo goed mogelijk aan de bureaucratie, zodat je vervolgens daaronder de ruimte vindt om aan ontwikkeling te werken. Om tot ontwikkeling te komen is daarnaast een heterogeen netwerk van groot belang; dit brengt vitaliteit en productiviteit.
Nieuwe sturing: variatie/selectie, synchroniciteit en zelforganisatie
Teisman noemt drie essentiële aspecten van sturing, die cruciaal zijn voor vitale systeemontwikkeling en dus ook vitale wijkontwikkeling:
- Toepassing sturingsmodel van variatie en selectie. "Je hebt wel een idee van wat je wilt, maar gaat er pas mee aan de slag op het moment dat er in de variatie die opbloeit in de wijk dingen daadwerkelijk gebeuren, waar je je aan kunt verbinden."
- Synchroniciteit. "Ontwikkeling komt tot stand door co-evolutie; het op elkaar ingrijpen van subsystemen, waardoor ze zich beïnvloeden. Je kijkt dan naar waar je acties kunt synchroniseren, zodat ze elkaar versterken. Het betekent dat ontwikkeling gebaseerd is op toeval."
- Het primaat van de zelforganisatie. "Het is het zaadje dat al jarenlang in de grond zit en dat door zomaar een bui tot groei komt. Er zit al iets van een intrinsieke energie in het systeem dat ervoor zorgt dat iets gebeurt dat heel verassend is. Daar waar geen zelforganisatie is die zich kan versterken is het uitzichtloos waar je mee bezig bent."
Verder noemt de hoogleraar identiteit als "een resource waar je op zou moeten sturen als je met gebiedsontwikkeling en wijkontwikkeling bezig bent".
Attractor
In het onderlinge gesprek met de deelnemers komt een aantal aanbevelingen op tafel om vorm te geven aan natuurlijke wijkvernieuwing tussen chaos en orde.
In de eerste plaats: denk na over wat mensen werkelijk aanzet tot actie. Het dubbeldenken - doe wat je moet doen, maar doe ondertussen wat echt nodig is - vraagt van professionals dat ze weten waarover ze praten en wat mensen beweegt. Datgene wat mensen daadwerkelijk tot actie aanzet is de zogenaamde attractor die je voor ogen moet hebben, als perspectief voor de toekomst.
Tegelijkertijd kun je die attractor pas voor een deel formuleren op het moment dat je daarnaast in het formele systeem heel nadrukkelijk ook de urgentie benoemd hebt; sterk op de problematiek stuurt, zou je kunnen zeggen. Zo'n attractor zou je kunnen benoemen als het cadeau dat je geeft aan de wereld van de orde. Dat cadeau betekent dat je af en toe afspraken maakt, waarvan je weet dat het de intentie is, maar het nog maar de vraag is of het wel gebeurt. De wetenschap die je daar gezamenlijk in hebt, kan erin resulteren dat je samen een aandeel neemt in de winst en verlies.
Creatieve concurrentie
In de derde plaats: organiseer creatieve concurrentie om zelforganisatie van de grond te laten komen. Gemeenten, provincies en Rijk moeten het eigen primaat van de bureaucratie loslaten en veel meer het primaat van wat zich voordoet omarmen. Top-downingrepen en zelforganisatie werken in een organische relatie tot elkaar. Dat vraagt creatieve concurrentie tussen beide en betekent dat je zowel binnen je eigen organisatie als daarbuiten sterk moet denken in netwerkstructuren. Je moet je netwerk heel sterk organiseren. De Weberiaanse ambtenaar moet je daarin een plek geven.
Ten slotte: "Wer begeistern will, muss auch selbst begeistert sein." Kun je mensen bij gemeenten en corporaties opleiden tot het dubbeldenken, of: heb je het, of heb je het niet? De conclusie is dat allebei het geval is. Steeds meer mensen leren het en tegelijkertijd zijn er mensen die het van nature hebben. Je zult een zekere passie moeten hebben: "Wer begeistern will, muss auch selbst begeistert sein"; je kunt alleen iets tot de verbeelding laten spreken, als je zelf enthousiast bent.
Meer weten?
De PDF bevat een uitgebreidere beschrijving. Het traject wordt onder andere voortgezet in de denktank 'Natuurlijke Wijkvernieuwing'. Zie ook het blog, het KEI dossier en word lid van de LinkedIn groep Natuurlijke wijkvernieuwing om alle nieuwsberichten te volgen.
Zie ook de eerdere N-reeks publicatie van Stipo N14, Vernieuwen tussen Chaos en Orde, over competenties, organisaties en beroepsuitoefening.
Voorbeeld van toepassing van principe synchroniciteit (en natuurlijke wijkvernieuwing) zijn de Wijk- en Dorpsperspectieven Roosendaal.
Contactpersoon: Hans Karssenberg
Klik hier om Hans een mail te sturen
Of klik hier voor de contactgegevens van Stipo