Team voor stedelijke ontwikkeling
Zoek >
Aanmelden nieuwsbrief >
English
Leestekst A A
home
STIPO is
STIPO biedt
Stad & Mens
Stad & Cultuur
- Projecten
- Verdieping & Inspiratie
Stad & Economie
Stad & Ruimte
Stipo Academy
StadsLAB
Stadsgeruchten
Partners
Agenda

Nederlandse kunstenaars vluchten naar Berlijn

Artikel Marten Minkema VPRO

In zonsondergang in Tussenland onderzoekt Marten Minkema de rafelranden van Nederland. Die stukjes tussenland en braakliggende terrein tussen de bebouwing door, met oude fabriekspanden en onkruid. Ze worden bedreigd. Nederland raakt steeds meer opgeruimd en volgebouwd: Minkema krijgt het er benauwd van.

Hij denkt dat de braakliggende gebiedjes in het hoofd ook steeds minder plaats krijgen; dat iedere vierkante meter in Nederland en iedere minuut zo langzamerhand een eigenaar heeft, en een prijs en een bestemming. Maar is dat gevoel terecht? Die vraag gesteld aan onderzoekers, toevallige voorbijgangers, politici en vooral kunstenaars. Want veel kunstenaars zijn afhankelijk van rafelranden. De vragen leiden naar Berlijn, waar nog genoeg tussenland over is en Nederlandse kunstenaars naar toe vluchten voor meer fysieke en mentale ruimte.   

“Zie je die tramovergang?” Kunstenaar Marc Bijl (37) staat tussen de verhuisdozen en wijst naar buiten. Daar ligt de Greifswalderstrasse, zo’n typisch Berlijnse straat: lang, recht, comfortabel breed en met een halte richting Alexanderplatz. “Kinderen hobbelen regelmatig met hun loopfietsje over het spoor. In Nederland zouden er allemaal hekken omheen staan, want we gaan altijd uit van het worst case scenario. Maar hier wordt zo niet geredeneerd. Je moet gewoon uit je doppen kijken, dan gebeurt er niks. Dat gaat hartstikke goed, er zijn echt niet meer ongelukken dan in Nederland.” Dolgelukkig is Bijl met zijn verhuizing vorige week uit Rotterdam naar Berlijn. Zijn zoontje Enzo speelt op de vloer en de moeder, kunstenaar Iris van Dongen, is gelijktijdig naar Berlijn verhuisd en woont om de hoek. “Ik liep tegen een mentale grens aan. Kunst in Nederland moet altijd nuttig zijn, meetbaar. En vandalisme-proof, voor de eeuwigheid. Of juist tijdelijk. Maar dat is niet mijn pakkie an. Dan moet je gewoon een technisch bureau vragen. Niets ten nadele van al die kunstenaars die goed werk doen in achterstandswijken en op scholen. Dat is belangrijk en vaak ook vervullend. En je kunt er je geld mee verdienen. Daarvoor zijn de kansen in Nederland veel meer en groter dan in het buitenland en zeker Berlijn. Maar ik heb vrijheid nodig. En dat bedoel ik niet hippie-achtig. Volgens mij gaan kunst en nuttigheidsdenken niet samen, tenminste niet voor mij. Ik ben daar te autonoom voor.” 

Alexanderplatz BerlinIk neem de tram richting Kreuzberg. Daar zitten tientallen Chaoten rustig bij elkaar in een parkje. Met hun hanenkammen, pijpjes bier en shagjes wachten ze op de avond. Op de rituele rellen van deze eerste Mei, als vanouds de Dag van de Arbeid. Aan weerszijden van het groen staan kraampjes met kebab, trommelorkesten en vooral veel ME. Voor mij is die dreigende sfeer en het gemep straks maar moeilijk te plaatsen. Dat is bij ons al minstens twintig jaar geleden en had nooit dit karakter. Nederland heeft zich allang neergelegd bij het grootkapitaal en 1 Mei heeft geen betekenis meer; de strijd is geslecht in een ver verleden. De economie loopt als een gesmeerde machine, de laatste kraakpanden en stukjes rommelig tussenland in Amsterdam en andere steden worden nu geruimd, verkocht en volgebouwd met dure appartementen. Maar hier in Berlijn is het net alsof er nog wat valt te verdedigen, alsof het nog alle kanten op kan. Is het daarom dat veel Nederlandse kunstenaars naar deze stad trekken? Omdat ze hier nog kunnen ademen, omdat het hier zo goedkoop is en nog niet iedere vierkante meter en iedere minuut een prijskaartje heeft? Simpelweg omdat er nog zoveel ruimte is in de stad? Je brood verdienen is hier in elk geval heel moeilijk, want Berlijn is arm en de spoeling is dun. De meeste buitenlandse kunstenaars zitten hier met stipendia en subsidies.

Werk van Ronald de BloemeEven verderop aan de Spree staat de Kunstfabrik. Het is een voormalige tram- en busremise die onderdeel uitmaakte van de Muur. Aan de westkant was het gebouw geblindeerd met stalen platen, terwijl de DDR-arbeiders binnen doorwerkten met daglicht uit het oosten. Nu is het gebouw de grootste artistieke kolonie van Berlijn, met 44 kunstenaars. Waaronder de Nederlander Ronald de Bloeme (36), die Berlijn voor het eerst bezocht op 1 Mei 1995. “Midden in die rellen. Ik wist niet wat ik meemaakte, snapte er niets van. Uit ballorigheid gooide ik een bierflesje naar een politie-auto. Ik werd gearresteerd en heb twee maanden in de Duitse cel gezeten. Achteraf begrijp ik die reactie wel, ja. Als je hoort dat agenten tijdens zo’n rel de helm van het hoofd wordt gerukt en een kapot flesje in het gezicht krijgen geduwd.” Het weerhield hem ook niet om vijf jaar later in Berlijn te komen wonen. “Ik bewonderde altijd al kunstenaars als Baselitz, Kippenberger, Penck. En ze hebben hier respect voor kunst. In Nederland is het zo van: wat een leuke hobby heb je. Dan denk ik: ja, hobby? Het is een beroep, een vak, een roeping. Hier wordt dat begrepen. Hier ben je een professor in de kunst. Als je hier een krant openslaat, zie je vier, vijf pagina’s vol tentoonstellingen, opera. In Nederland is dat een enkele pagina kunst & cultuur. En als je daar kritisch naar kijkt, gaat het meestal over beleid dit, beleid dat, daar wordt zus gebouwd en daar zo verbouwd. Terwijl ik inhoudelijk iets wil horen over kunst, over wat er in Nederland wordt gemaakt. Ik wil de diepte in. En dat merk je hier zo, in gesprek met iedere Duitser. Dat je denkt: zo, waar haalt-ie die kennis vandaan? Ik denk dat het al heel vroeg begint. Dat ze het met de paplepel krijgen ingegoten.”

Kunstfabrik BerlinDe Bloeme schildert enorme doeken die nog net in zijn atelier passen. “Omdat ik wil uitbeelden wat allemaal ongevraagd aan indrukken op mij afkomt. Ik doe de voordeur open en BAM!” Hij koopt verpakkingen bij supermarkten als Lidl en bewerkt ze op de computer. “Het hoeven maar kleine veranderingen te zijn. Neem bijvoorbeeld een plastic verpakking van broodjes. Of Lucky Strike. Als ik de tekst weghaal, de kleur en de vorm iets verander; is het dan nog herkenbaar als Lucky Strike? En dat vergroot ik dan op het doek. We leven in een maatschappij waar we overspoeld worden door informatie. Koop dit, koop dat: onbewust wordt je beïnvloedt. Ik vind het machtig interessant wat die productdesigners doen en wil dat Lucky Strike-gevoel gebruiken. Maar dan vervormd, zodat je het niet herkent. Mijn doeken zijn heel vol en ik doe dat bewust, ervaar de samenleving als heel gestresst. En Nederland schreeuwt overal, alles is ingevuld vanwege de dichtheid, de kleinheid. Maar hier in Berlijn heb je de rust om over die drukte na te denken. Er is zoveel open ruimte, zoveel groen.”

Werk van Marc Bijl in de Messe BerlinEn woonruimte. Iris Holtkamp (26) had een paar maanden geleden de keuze uit veertig huizen. “Zoiets. Hoe langer we zochten, hoe beter het werd.” Het gekozen appartement in Mitte heeft de kenmerkende hoge kamers en uitzicht op de binnenplaats met een grote kastanje. Holtkamp is bezig met en kunstproject over de verandering van een Berlijnse straat. “De kleine, goedkope winkeltjes verdwijnen en de dure zaken komen er voor in de plaats. Ik wil die nieuwe ordering registreren. Het is een inhaalslag, dus het gaat hier heel snel.” Aan de wand hangt een reclame-kaart van een bouwproject voor kunstenaars in Almere. Zo’n typisch Nederlands initiatief van wooncorporaties en projectontwikkelaars met broedplaatsen en woningen. “Van mijn moeder gekregen.” Omdat die graag wil dat je wat dichterbij komt wonen? Lachend: “Ja ja, misschien. De bouw is pas over vijf jaar. Maar dan moet je nu al inschrijven. Dat is niet mijn ding, daar krijg ik de kriebels van. Ik wil niet worden vastgepind. Misschien wil ik hier over en jaar ook wel weer weg, ergens anders naartoe.” Voor het grote geld uit? “Als dat lukt, ja.”

Die avond vallen de rellen mee. Tweehonderd arrestanten, nauwelijks gewonden; in Hamburg ging het er een stuk heftiger aan toe. Misschien is Berlijn ook al uitgeblust en moegestreden? Dat valt waarschijnlijk wel mee. Ronald de Bloeme: “Ik hoorde over de komst van geldschieters uit Ierland, Italië en Amerika, die van plan zijn om van alles op te kopen. Dan schieten de prijzen omhoog en gaat er van alles veranderen. Maar hier is zo verschrikkelijk veel ruimte, dat proces duurt nog wel twintig jaar.

Marten Minkema

> Luister mee: "De laatste rafels tussenland" op Holland Doc Radio

> Zie ook Hans Karssenberg van Stipo geïnterviewd door Marten Minkema voor VPRO radio.

Print dit artikel
Stuur dit artikel door
Stipo Amsterdam: +31 (0)20-4233690 / Stipo Rotterdam +31(0)10-2041590 / contact@stipo.nl